Brieven met twijfelachtig nut

Tal van maatschappelijke organisaties vragen de informateur om gunsten. Er is zelfs een website voor. Maar worden zulke verzoeken gehonoreerd?

„Geachte heer Wijffels”, schrijft Erica Terpstra, voorzitter van sportkoepel NOC*NSF, in een brief van 22 december. Terpstra wenst Wijffels „veel succes” met zijn onderzoek naar de mogelijkheden voor de vorming van een kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. En ze pleit voor een regeerakkoord waarin het belang van sport wordt bepleit. „Sport is niet alleen leuk, maar maatschappelijk ook echt goud waard.”

Tientallen van dit soort brieven zijn er al binnengekomen bij Wijffels. De vier grote steden, verenigd in de G4, vragen met de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht om extra bescherming van het Groene Hart. Vluchtelingenwerk heeft een tienpuntenplan geschreven, waarin onder meer staat dat er een generaal pardon voor een grote groep uitgeprocedeerde asielzoekers moet komen. Vakcentrale FNV wil een „eerlijker en socialer” Nederland. De werkgeversorganisaties vragen om beleid dat zorgt voor economische groei „van meerdere procenten per jaar”.

Soms sturen organisaties heel concrete aanbevelingen. Neem het Platform Detailhandel Nederland. De winkeliers willen dat vals geld dat zij per ongeluk innemen, door de overheid wordt vergoed. Ook moeten de euromunten van 1 en 2 cent verdwijnen, want die vormen een „grote kostenpost”. Jantje Beton wil de garantie dat in het regeerakkoord komt te staan dat minimaal drie procent van de ruimte binnen de bebouwde kom wordt gereserveerd voor speelplaatsen.

Lobbygroepen, overheden en maatschappelijke organisaties gebruiken de deze week voortgezette kabinetsformatie om hun belangen bij de informateur onder de aandacht te brengen – in de hoop dat juist hun onderwerp ruim aan bod komt in een regeerakkoord. Veel brieven zijn terug te vinden op een website die eind november door adviesbureau Winkelman en Van Hessen werd geopend: www.geachteformateur.nl.

Maar wat is de zin van zo’n brief? De RVD verzamelt weliswaar alle brieven, maar de informateur krijgt ze niet te lezen. Ongevraagde post wordt terzijde gelegd. Bovendien komt er, als het aan de onderhandelaars ligt, straks een beknopt regeerakkoord. Er lijkt niet veel kans dat daar passages in staan over speelplaatsen of eurocenten.

Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad en voormalig voorzitter van vakcentrale CNV, weet ook wel dat het zo werkt. „Bij vorige formaties was ik nog naïef, toen dacht ik echt dat de informateurs al die brieven gingen lezen. Maar nu weet ik dat je je pijlen beter kunt richten om de mensen óm de formatie heen. Kamerleden met de portefeuille onderwijs bijvoorbeeld. Daar voeren we veel intensieve gesprekken mee om onze standpunten te verduidelijken.”

Toch vindt Terpstra dat het zin heeft een brief te sturen. „Die stuur je niet alleen naar de informateur en naar de fractieleiders van de partijen die bijeen zitten, maar bijvoorbeeld ook naar de werkgevers, zodat zij weten wat wij willen de komende vier jaar. Hetzelfde geldt voor ambtenaren op de ministeries, die de overdrachtsdossiers voorbereiden voor de nieuwe bewindslieden.”

NOC*NSF stuurt bij iedere kabinetsformatie een brief waarin voor meer sportmaatregelen wordt gepleit. „We weten dat we niet de enige zijn”, zegt beleidsmedewerker Martijn Ubbink. „Aan de andere kant is het een uitgelezen moment om onze ideeën onder de aandacht te brengen.” NOC*NSF stuurt de brieven aan de informateur ook altijd naar fractievoorzitters of, zoals deze keer, de Kamerleden die sportwoordvoerder zijn. „Er komen, als de onderhandelaars klaar zijn, vervolggesprekken over dit onderwerp. Daar worden ook belangrijke beslissingen genomen.”

De informateur mag de aan hem gerichte brieven dan misschien niet lezen, maar dat betekent volgens Ubbink niet dat een brief geen zin heeft. Hij pakt het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende II erbij, waarin een alinea staat die rechtstreeks van NOC*NSF komt. Daarin staat dat „van sportbeoefening een positieve impuls uitgaat voor jongeren” en dat sport „door het fijnvertakte netwerk van sportverenigingen en vrijwilligerswerk een sterke samenbindende functie” heeft, die de overheid moet ondersteunen.

    • Claudia Kammer
    • Guus Valk