Alles is begonnen als kubus

Ilja Pfeijffer is deze weken correspondent van nrc.next in Second Life.

Hij bezoekt The Second Louvre om kunst te bekijken.

Iedereen die in Second Life iets heeft gebouwd, herkent die kubus. Foto Lilith lunardi Second Life

Bestaat er kunst in een kunstmatige wereld? Is er behoefte aan verbeelding in een samenleving die geheel aan de verbeelding is ontsproten? Bestaat er kunst in Second Life?

Om een antwoord te vinden op deze vragen, bezocht ik The Second Louvre in Tompson. Wat betreft zijn architectuur vormt het imposante gebouw een overtuigende verwijzing naar het eerste Louvre in Parijs. Het gebouw zelf is al een antwoord op de vraag welke rol kunst speelt binnen Second Life. Er gaat een enorme hoeveelheid energie zitten in imitatie van First Life. Wie dit gebouwd heeft, is een kunstenaar, omdat het allemaal net echt is en beter dan in het echt, zoals Amsterdam in Second Life werkelijk op Amsterdam lijkt, zoals het kasteel van Doyle een droom van een Engels kasteel is dat je in Engeland niet vindt en zoals The Lost Gardens of Apollo, Svarga, Bliss Basin Gardens en The Isle of Dreams in Bora Bora waargeworden werelden zijn die in First Life alleen in dromen bestaan.

Maar het interessante van The Second Louvre is dat er kunst wordt tentoongesteld. Geen plaatjes van de Mona Lisa, maar sculpturen en schilderijen die je nergens anders kunt zien dan in Second Life.

Het mooiste in The Second Louvre zijn de sculpturen. Sommige zijn als het gebouw zelf: virtuoos gemaakte imitaties van alles wat in marmer of brons eerder is gemaakt of gedroomd. Andere kunnen dingen die in First Life moeilijk zouden zijn. Atlas torst de wereld op zijn schouders, maar in Second Life kan die wereld ook draaien. Abstracte sculpturen blijven wonderlijk in balans met een constructie die in First Life onmiddellijk zou bezwijken. Sommige beelden zweven vrij boven hun sokkel.

Ik heb één sculptuur gezien die niet alleen binnen Second Life valt te bezichtigen, maar ook uitsluitend binnen de context van deze tweede wereld valt te begrijpen omdat zij daarop een commentaar vormt. Op het eerste gezicht is de beeldengroep een driedimensionale uitvoering van het in First Life wereldberoemde plaatje van de evolutie van de mens. Maar hier evolueert de mens niet uit de aap, maar uit een kubus. Iedereen die in Second Life wel eens iets heeft gebouwd, al is het maar iets simpels als een deur of een bankje, herkent die kubus als de meest basale eenheid waaruit alles in Second Life is opgebouwd. Elke boom, elke waterval, elke roos en elk paleis is ooit begonnen als kubus. Het is de zogenaamde ‘prim,’ voluit ‘primitive’ genaamd, het DNA van de wereld waarin Second Life zich afspeelt. Wat hier is verbeeld, is de evolutie van de prim. Het is een confronterend kunstwerk. Juist doordat het verwijst naar de evolutie van de mens, roept het vragen op over de verschillen in de aard van leven in beide werelden. Dacht je soms dat Second Life net echt is? De hele wereld waaraan je je vergaapt, is opgebouwd uit kubussen. De aap in je kent de geur nog van nat gras, maar in je tweede leven is geen aap meer te bekennen. Je toekomst is om te evolueren tot pixels. Prim ben je en tot prim zul je wederkeren.

Terwijl ik dit bedacht, ging een andere bezoeker rechts van de beeldengroep staan om te poseren voor een foto waarop hij het laatste stadium van de evolutie vormde. Dat is niet het punt, dacht ik. Je bent eerder het begin. Alles begint nog maar pas. Alles staat nog maar net op het punt van beginnen.