Zelfs progressief Amerika houdt nu van Ford

De beeldvorming van de gisteren begraven Gerald Ford ondergaat een opmerkelijke verandering. Sinds Fords overlijden prijst links Amerika de voormalige ‘klungel’. Mede uit onvrede over de zittende president, lijkt het.

George Bush loopt langs de baar met de lijkkist van de vorige week overleden oud-president Gerald Ford, nadat de zittende president in de National Cathedral in Washington D.C. een grafrede heeft gehouden. Foto AP President Bush walks past the casket of former President Gerald Ford after delivering a eulogy at his funeral service at the Washington National Cathedral in Washington, Tuesday, Jan. 2, 2007. (AP Photo/Gerald Herbert) Associated Press

WASHINGTON, 3 JAN. - Na een week van rouw heeft politiek Washington gisteren in de nationale kathedraal afscheid genomen van oud-president Gerald Ford (1974-1977).

De 38ste president van de VS werd daarna overgevlogen naar Grand Rapids, Michigan, waar hij in kleine kring werd begraven. De Republikein was tweede kerstdag op 93-jarige leeftijd overleden.

Zijn dood leidde de laatste dagen tot een herziening van de moderne geschiedschrijving. De jaren zeventig keerden een volle week terug op de voorpagina’s, slechts onderbroken door de ophanging van Saddam Hussein. Rode draad: waarom vergiste het land zich destijds zo in Ford, en wat zegt dat nu over ons?

Kenmerkend was de weemoed waarmee gisteren in het meest serieuze nieuwsprogramma op televisie, The Newshour van de publieke omroep, een countryliedje werd afgespeeld dat Ford in 1976 gebruikte tijdens zijn mislukte campagne tegen de Democraat Jimmy Carter: „I am feeling good about America […] I am feeling good about me.”

Destijds gold het liedje als het zoveelste bewijs dat de klungelige Ford de stemming in het land niet aanvoelde. Nadat zijn voorganger Richard Nixon in 1974 smadelijk ten val kwam – omdat hij een inbraak in het hoofdkwartier van de Democraten in het Watergate-complex wilde verdoezelen – verleende Ford hem gratie. De kiezers zouden het hem nooit vergeven: zijn campagne in 1976 was vrijwel bij voorbaat kansloos.

Maar de afgelopen week waren het vooral progressieve Amerikanen die een lans voor hem braken. Niet alleen, verluidde het nu, bracht hij met de gratie de eenheid terug in een door schandalen (Watergate, de val van vicepresident Agnew) en oorlog (Vietnam) verscheurd land. Ook werden hem vele kwaliteiten toegedicht die nu node zouden worden gemist: presidentieel respect voor het Congres, tolerantie voor andersdenkenden, een losse band met zijn partij, betrouwbaarheid in de omgang met de media.

Zelfs het linkse weekblad The Nation – dat zelden een goed woord voor Republikeinen kan opbrengen – riep president George W. Bush op een voorbeeld aan Ford te nemen. Fords postume afwijzing van de invasie van Irak was daar uiteraard ook niet vreemd aan.

Bob Woodward, de journalist van The Washington Post die ‘Watergate’ aan het rollen bracht, onthulde vorige week dat Fords vriendschap met Nixon veel intensiever was dan tot nu toe bekend werd. Het versterkte het beeld dat in de jaren zeventig overheerste: dat Ford zijn voorganger de gratie heimelijk had toegezegd voordat Nixon aftrad. Het kon de VS dertig jaar later niet meer op andere gedachten brengen: gratie of geen gratie – Gerald Ford was tekort gedaan.

Maar de aanhoudende uitingen van gróót respect werden niet door iedereen in daden omgezet. Als een soort monarch werd Ford de laatste week op drie plaatsen – zijn woonplaats in Californië, regeringsstad Washington, zijn geboorteplaats in Michigan – herdacht. Het leidde tot vele plechtigheden. Te veel, blijkbaar.

Toen de overleden president oudejaarsdag voor een ceremoniële ontvangst in Washington aankwam, bleef het merendeel van de geïnviteerde politici weg: bijna alle leden van het kabinet van president Bush en 500 van de 535 leden van het Huis van Afgevaardigden bleken belangrijker zaken aan hun hoofd te hebben. Ook Bush zelf en de nieuwe Huis-voorzitter Nancy Pelosi waren zonder opgaaf van reden afwezig, evenals trouwens de nieuwe Democratische leider in de Senaat, Harry Reid.

„[Ford] gaf altijd voorrang aan de behoeften van zijn land boven die van hem zelf’’, had Bush eerder gezegd. Een commentator schertste Oudejaarsdag dat dit soort rechtschapenheid in het huidige Washington een zeldzaamheid is geworden.

    • Tom-Jan Meeus