‘Wraak shi’ieten’ zet kwaad bloed

De executie van Saddam Hussein was bedoeld als catharsis voor Irak.

Maar sunnieten, ook in de regio, vrezen de nieuwe shi’itische assertiviteit.

In de officiële Iraakse zienswijze had de executie van Saddam Hussein een soort zuivering moeten zijn: de terechtstelling van de (sunnitische) tiran die in de ruim dertig jaar van zijn bewind zoveel bloed had vergoten, zowel shi’itisch als sunnitisch, Arabisch als Koerdisch, zou de weg openen naar verzoening.

Hoe de terechtstelling ook verlopen was, dit was wishful thinking; sunnitische en shi’itische extremisten in Irak zijn al te ver heen om zich iets aan te trekken van de terechtstelling van een leider die alweer bijna vier jaar geleden ten val werd gebracht. Maar het verloop van de ophanging, die het karakter had van een shi’itische wraakoefening, heeft de kloof en het wantrouwen nog erger gemaakt. Tegelijk is in de sunnitische landen in de omgeving de bezorgdheid over de nieuwe shi’itische assertiviteit weer toegenomen.

Tot woede van veel sunnieten in binnen- en buitenland werd Saddam Hussein terechtgesteld op wat voor hen de eerste dag was van de Eid al-Adha, een van de belangrijkste islamitische feesten. De shi’ieten begonnen de Eid een dag later. Volgens verscheidene bronnen had de Amerikaanse ambassadeur hiertegen bezwaar gemaakt, bezorgd over de indruk op de sunnitische minderheid die zich al zo gemarginaliseerd voelt door de shi’itische meerderheid (de Koerden zitten min of meer buiten schot in hun autonome noorden). Maar de door fundamentalistische shi’ieten gedomineerde regering had toestemming gevraagd aan de shi’itische geestelijkheid in de heilige stad Najaf, en gekregen.

Bij het schavot werd vervolgens blijkens opnames met mobiele telefoons een shi’itische versie van een islamitisch gebed opgezegd en hieven getuigen de naam van de radicale shi’itische geestelijk Muqtada Sadr aan, leider van het Leger van de Mahdi, de gewelddadigste anti-sunnitische militie. „Een grote overwinning”, noemde de shi’itische ex-premier Ibrahim Jaafari de ophanging in een televisievraaggesprek.

Sunnitische extremistische websites diepten de afgelopen dagen dit thema gretig uit: „de Perzen” – waarmee de huidige shi’itische machthebbers in Bagdad in sunnitische kringen worden aangeduid – hadden de koran verbrand die Saddam tijdens zijn proces en bij zijn terechtstelling bij zich droeg, meldden zij.

Ook zou Saddams lijk zijn geschonden. Dat werd door Saddams stam na ontvangst van zijn lijk ontkend. Niettemin gingen op veel plaatsen in sunnitische gebieden van Irak mensen met portretten van Saddam uit protest de straat op; anderen zwoeren wraak, zoals Umm Abdullah, een docent in Tikrit, waar Saddam opgroeide. Zij meldde tegen het persbureau AP dat zij haar vijf kinderen zou leren om wraak te nemen op de Amerikanen. Het zijn maar woorden – maar dit soort uitspraken was gemeengoed en verzoening is wel het laatste dat op het programma staat.

„De dag van vandaag markeert het einde van een boosaardig tijdperk”, schreef een Iraakse vrouw in de beschermde Groene Zone in Bagdad in haar weblog Neurotic Iraqi Wife. „[..] en het begin van een nog erger .. Het gedoemde tijdperk..”

De sunnitische regimes van het Midden-Oosten, die al niet erg enthousiast waren over de Amerikaans-Britse invasie van 2003, zijn gaandeweg nog minder enthousiast geworden, door de verloedering van Irak en door wat zij zien als verstoring van het regionale machtsevenwicht. Saddam was nergens geliefd en in veel landen gevreesd, maar hij was een sunniet, een hunner. Nu is in Bagdad de shi’itische meerderheid aan de macht, die als verlengstuk van het gevreesde Iran wordt gezien. Ayatollah Khomeiny heeft postuum de oorlog tegen Saddam alsnog gewonnen. Niet alleen in Irak maar in de hele regio zijn door de omverwerping van Saddams regime de spanningen tussen shi’ieten en sunnieten verscherpt.

De reacties op Saddams executie in de belangrijkste sunnitische landen, Saoedi-Arabië, Egypte en Jordanië, waren dan ook heel kil. Niemand prees Saddam, maar er was scherpe kritiek op zijn haastige, „gepolitiseerde” (Riad) berechting en met name ook op het gekozen tijdstip voor de ophanging, die, aldus een Egyptisch radiostation „het aantal moorden zal vergroten”. In Jordanië nam een minister deel aan een pro-Saddambetoging. Libië kondigde zelfs drie dagen nationale rouw af, maar zijn leider Gaddafi telt niet echt mee in de Arabische elite. In deze landen trekt men zich het lot van de Iraakse sunnieten aan, en dat heeft al geleid tot onofficiële Saoedische waarschuwingen aan Bagdad (en de VS) dat men de sunnieten wel eens kan gaan steunen, financieel of anderszins.

„Het tijdstip van Saddams ophanging en de snelheid waarmee het doodvonnis werd uitgevoerd, roepen meer vragen op dan antwoorden worden gegeven”, schreef gisteren de hoofdredacteur van de in Londen uitkomende maar door Saoedi-Arabië gefinancierde krant Asharq al-Awsar, Tariq Alhomayed. Hij waarschuwde: „En het zal het afschuwelijke sektarisme in Irak en in de hele regio zelfs nog meer verdiepen dan we tot dusverre hebben gezien.”

weblog: www.http://neurotic- iraqi-wife.blogspot.com