Vooral in de zomervakantie namen de voornemens een grote vlucht

Mijn zus en haar enorme roze Ugg-laarzen zijn even over uit Amerika. Tijd om te vervallen in gedrag uit onze kindertijd, met activiteiten als samen tartaartjes eten en boos tegen elkaar schreeuwen om redenen die voor niemand ooit duidelijk zullen zijn.

Gisteren zei ze ineens verschrikt tegen me: „We hebben het nog helemaal niet over onze goede voornemens gehad!” Dit was inderdaad verbazingwekkend, want in onze jeugd was er niets dat we zo graag deden als nieuwe goede voornemens formuleren. Omdat we het zo fijn vonden ons dingen voor te nemen, mochten we het van onszelf twee keer per jaar doen: met Oudjaar en in de zomervakantie. Vooral in de zomervakantie namen de voornemens een grote vlucht. Gebruind door de zon, tanig door weken afzien op het spartaanse kinderkamp waar we altijd heengingen en met het vooruitzicht om straks weer een klas hoger (dus een klas stoerder) te zitten, zaten we vol levenslust en plannen. Ik herinner me lange lijsten, waarop dingen stonden als ‘popgroep oprichten’ en ‘nat wc-papier gebruiken’. (Genant, inderdaad, maar dat natte wc-papier was toen net uitgevonden en wij vonden het een doorbraak.)

Het bedenken van voornemens was ons grote talent, maar we waren minder goed in het uitvoeren ervan. Hoe ouder ik werd, hoe minder voornemens ik bedacht, in de hoop dat ik ze dan tenminste zou uitvoeren. Want dat is ouder worden: steeds minder van jezelf verwachten.

Daarom had ik dit jaar maar één goed voornemen, dat ik van tevoren al helemaal had uitgekleed. Het voornemen was om drie keer per week te gaan sporten in de moderne sporthemel op vijf minuten fietsen van mijn huis. Maar omdat ik wist dat drie keer nooit ging lukken, reduceerde ik het al voor 1 januari tot twee keer.

En omdat ik wist dat ik waarschijnlijk de helft van die keren te lui zou zijn om naar de sportschool te fietsen, bracht ik het terug naar: ‘twee keer per week iets doen aan sport, mag ook in plantsoentje voor huis’. En omdat ik wist dat dat ook misschien te ver ging, nam ik me voor om in ieder geval heel veel sinaasappelsap te drinken, dit jaar.

Ik durf dit voornemen niet te vertellen aan mijn zus. Ik ben bang voor haar blik, de blik die zegt: waar zijn ze gebleven, Aaf, onze dromen, onze plannen, onze voornemens over nat wc-papier?