Toptalent op een zijspoor

Vijf op de zes hoogopgeleide vluchtelingen hebben een slechte baan of zijn werkloos.

Voor deze groep is dat frustrerend, voor Nederland is het zonde van het talent.

De nieuwbouw van het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel. Foto Bas Czerwinski Nederland-Ter Apel (GR)-11-03-2002. Aanmeldcentrum asielzoekers. Interieur nieuwbouw. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

„Een van mijn cliënten was vroeger professor en werkzaam als keel-neus-en-oorspecialist in een Afghaans academisch ziekenhuis”, zegt Bertie de Bruin, adviseur voor Emplooi, een stichting die vluchtelingen aan een baan probeert te helpen. „Hier is hij nu operatieassistent en mag mesjes aangeven.” De Bruins cliënt is niet de enige. Soms werken gevluchte ingenieurs of medici ook bij de plantsoenendienst of als taxichauffeur. Of ze zitten werkloos thuis.

In Nederland zijn zo’n 30.000 hoger opgeleide vluchtelingen (hbo- of universitair niveau), volgens een in maart verschenen rapport van het bureau voor beleidsonderzoek Regioplan. Van de hoogopgeleiden die sinds 1995 naar Nederland zijn gevlucht is een derde werkloos. Van de werkenden werkt twee derde onder zijn of haar niveau. 37 procent werkt zelfs op ‘lager of elementair niveau’: beroepen waarvoor vrijwel geen opleiding nodig is.

De Bruin merkt dat diploma’s van vluchtelingen hier in Nederland vaak erg laag worden beoordeeld. „Natuurlijk moeten ze bijgeschoold worden en de taal leren, maar het is zo zonde van de kennis om ze meteen zo laag te kwalificeren. Ik raad vluchtelingen wel eens aan om hun diploma in Parijs te laten beoordelen. Daar doen ze veel minder moeilijk en met een Frans diploma mag je hier zo aan de slag.”

Stichting Emplooi probeert vooral via eigen netwerken werk op niveau te vinden. Soms gaat dat relatief makkelijk omdat steeds meer bedrijven een diversiteitsbeleid voeren. Maar veel werkgevers moeten een drempel over om een vluchteling met een groot gat op zijn cv, of een ingewikkeld vluchtverhaal en een trauma, aan te nemen. De vluchteling heeft vaak weer moeite om zich aan te passen aan de Nederlandse manier van solliciteren en kan vanuit het asielzoekerscentrum moeilijk aan werk of aanvullende opleiding komen.

Vluchtelingen krijgen hier te maken met multiple loss: behalve hun vaderland, vrienden en familie raken ze vaak ook hun status, baan en inkomen kwijt. „En dat werkt door in alles”, zegt Kees Bleichrodt, directeur van het UAF, stichting voor vluchtelingstudenten. „Kinderen zien hun vader en moeder gedesillusioneerd op de bank zitten in plaats van naar het werk gaan om geld te verdienen. We maken ons in Nederland zorgen omdat onze kenniswerkers naar het buitenland verdwijnen. Vervolgens werven we toptalent in Mexico en China. Dat toptalent zit in Ter Apel in een asielzoekerscentrum.”

Onder hoogopgeleide vluchtelingen zijn vooral veel medici en ingenieurs, beroepen waar Nederland behoefte aan heeft. Maar Bleichrodt ziet nog niet veel positieve effecten van de aantrekkende economie. „Het beleid van de afgelopen vier jaar is funest geweest.”

Nadat hij kalm een paar schrijnende voorbeelden heeft gegeven, kan hij zich niet meer inhouden. „Een meisje van twintig dat al acht jaar in Nederland is, is ingeloot voor geneeskunde. Zij wordt gestraft als ze naar college gaat, als ze zich niet midden op de dag meldt in het asielzoekerscentrum krijgt ze een boete. Dat is toch te gek voor woorden? Dat ze na acht jaar in een centrum nog niet murw geslagen is en het fantastisch vindt om naar college te gaan. Die doorzetters willen we toch?”

Informatie voor en over vluchtelingen en hun mogelijkheden op de Nederlandse arbeidsmarkt op www.uaf.nl, www.emplooi.net, www.banenoffensiefvluchtelingen.nl

    • Leendert van der Valk