Suspense en subtiliteit in verlaten parkeergarages

Dvd-still uit 'Something to Love' van Jesper Just (2005)

Stedelijk Museum Jesper Just / Something to love. Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam Dagelijks 10-18 uur. T/m17/1. Inl: www.stedelijk.nl

Filmscènes die zich afspelen in verlaten parkeergarages voorspellen meestal niet veel goeds. Something to Love (2005) van de Deense kunstenaar Jesper Just (1974) heeft vanaf de allereerste seconde een raadselachtige suspense. In een helverlichte, lege parkeergarage rijdt een statige auto langzaam rond. Er klinkt zwaarmoedige klassieke muziek. Een man van middelbare leeftijd zit achter het stuur. Hij huilt aangrijpende dikke tranen. Op de achterbank staart een jongeman uitdrukkingsloos voor zich uit. De auto komt staat stil en de bestuurder opent verslagen het portier van zijn passagier. Je voelt een naderend afscheid, maar tussen de mannen valt geen woord. Op het moment dat de jongeman achter een deur verdwijnt, rent de oudere man hem achterna.

De onheilspellende sfeer, de gestileerde schoonheid en de technische perfectie van de film doen denken aan Hollywoodproducties van de onalledaagse soort, zoals American Beauty van Sam Mendes, Elephant van Gus van Sant, of Mulholland Drive van David Lynch. Wie nog nooit een film van Just zag, verwacht achter die in slowmotion open zwaaiende deur waarschijnlijk taferelen met een fatale afloop. Maar het theatrale schouwspel dat zich aftekent, laat zich door geen Hollywood-cliché voorspellen: de jongeman is met een mooie vrouw in een bloedeloze kus bevroren. Ze draaien rondjes als figuurtjes in een muziekdoos. Verder beweegt er niets. Lippen en handen zijn roerloos, ogen gesloten.

Something to Love, de laatste en beste van de veertien korte films die Just tot nu toe maakte, tart, net als alle andere films van zijn hand, gangbare ideeën over de masculiene identiteit. In het Stedelijk Museum Amsterdam zijn behalve Something to Love ook The Lonely Villa (2004) en Invitation to Love (2003) te zien. De films worden getoond in de tweede editie van Docking Station: een nieuwe projectruimte van het Stedelijk Museum, gecreëerd om snel te reageren op wat zich in de internationale kunstwereld voordoet, en speciaal gericht op jong talent. Na zijn studie aan de Royal Danish Academy of Fine Arts in Kopenhagen begon Just in 2000 met het maken van korte films die worden vergeleken met het werk van onder anderen Matthew Barney en Douglas Gordon. Zijn snel rijzende status dankt Just aan de recente belangstelling uit de kunstwereld voor hoogwaardige filmproductie.

Of de oudere man treurt omdat zijn zoon de ouder-kind-liefde verruilt voor de volwassen variant of dat er sprake is van een homoseksuele relatie, blijft onduidelijk. Homo-erotische zinspelingen zijn op subtiele wijze in alle films van Just aanwezig. Vergelijkbaar in opzet zijn de films ook: ze duren nooit langer dan tien minuten en hebben geen afgeronde verhaallijnen. Bovendien wordt er nauwelijks gesproken. Muziek zet de toon en is soms letterlijk communicatiemiddel als de mannen elkaar oude liefdesliedjes toezingen. Vaste hoofdrolspeler is de jonge acteur Johannes Lilleore.

In Invitation to Love (2003) wordt de oudere man zichtbaar nerveus een ruimte binnengeleid die, met antieke stoelen en geschilderde portretten, de directeurskamer van een deftige firma lijkt. Hij neemt plaats aan een tafel naast de jongeman. Alles wijst op de zenuwslopende momenten die aan een sollicitatiegesprek voorafgaan. Dan beklimt de heer de tafel en klinkt er muziek. Deze aanblik, van een man die verleidelijk probeert te dansen, is ongemakkelijk hilarisch. Maar de jongeman kijkt wellustig toe, alsof een voluptueuze schone auditeert voor een baan in zijn chique stripclub.

De locaties van Justs films zijn vaak mannenplekken: een haventerrein, een stripteasetent. Maar met die viriliteit wordt rigoureus gebroken. Mannen zijn lustobject, of barsten van emotie haast uit elkaar. In sommige gevallen lijken ze zich traditioneel gedweeë vrouwenrollen aan te meten. Kunst die aan sekse klevende verwachtingspatronen aan de kaak stelt, is niets nieuws. Maar uitzonderlijk is het raffinement waarmee Just masculien gedrag en de sociale codes tussen mannen onderling herijkt. Juist omdat zijn dramatische cinematografie zo sterk naar Hollywood ruikt, en geen geëngageerde kunstfilm doen vermoeden, weet hij te verrassen.

Just daagt ons uit onze verwachtingspatronen te herzien. Hij laat ons daarbij verward achter: want wat hebben we nu eigenlijk gezien?