Overleven in het China van één kind

Met China’s economische liberalisering is Mao’s ‘ijzeren rijstkom’ een museumstuk geworden. Hoe moeten de oudjes zich gaan redden in het nieuwe China? Één kind, twee ouders en vier grootouders.

Een bejaarde vrouw op het station van Nanjing (Nanking) in de Chinese kustprovincie Jiangsu. Vooral op het platteland zijn ouderen afhankelijk van hun kinderen Foto Reuters An elderly passenger waits to board a train at a railway station in Nanjing, east China's Jiangsu Province December 30, 2006. China's railways will transport an unprecedented 156 million passengers during the upcoming Spring Festival travel peak in 2007, up 4.3 percent year-on-year, said sources with the Ministry of Railways, Xinhua News Agency reported. REUTERS/Leo Lang (CHINA) REUTERS

Mu Shusan (73) is een intelligente vrouw. Vanaf haar vijfentwintigste was ze in dienst van de communistische partij. Ze onderwees kaderleden van de partij in de marxistische leer.

Tien jaar geleden, nadat haar tweede man was overleden, verhuisde ze naar het bejaardentehuis ‘De geurige heuvel’ in het rustieke dorpje Xin Ying, vlak buiten Peking. Nu brengt ze de tijd door met gedichten schrijven en met fluit spelen.

Het bejaardentehuis ligt midden in de bergen en is een relatief luxe onderkomen voor tweehonderd gepensioneerde Chinezen. In haar ijskoude kantoortje vertelt de directrice dat het tehuis beschikt over een ziekenhuis, een leeskamer en een auditorium.

In het tehuis wonen niet alleen bejaarden uit de gegoede klasse, maar ook ouderen die lager op de sociale ladder hebben gestaan maar wier kinderen het maandelijkse bedrag van honderd euro voor het verblijf in het bejaardentehuis neertellen. De piepkleine kamertjes van de inwoners zijn afgesloten met groezelige gordijnen en komen uit op een tochtige gang waar een zure lucht hangt.

Terwijl Mu Shusan oude fotoboeken tevoorschijn haalt, vertelt ze trots dat ze over haar baan bij de communistische partij. Mu heeft recht op een pensioen van 230 euro per maand. „Ik heb het zo slecht nog niet”, zegt ze op de rand van haar bed.

Chinezen van de generatie van Mu, die meerdere kinderen mochten krijgen en nog profiteren van de pensioenmaatregelen die in de jaren vijftig werden getroffen, hoeven zich nog geen ernstige zorgen te maken over hun oudedagsvoorziening. Maar voor de jongere generaties Chinezen ligt dat anders. China vergrijst razendsnel – mede door het in de jaren tachtig ingevoerde éénkindbeleid. Relatief steeds minder werkenden zullen moeten gaan zorgen voor steeds meer ouderen. Dat leidt onherroepelijk tot grote problemen, waarschuwde de Chinese ministerraad eerder deze maand in een witboek.

China’s problemen met zijn sociale stelsel dienden zich 25 jaar geleden aan toe het land in economisch opzicht de teugels liet vieren. De liberaliseringen en de afbraak van de staatsbedrijven betekenden ook het einde van de traditionele verzorging ‘van de wieg tot het graf’ in handen van de overheid. Mao’s ‘ijzeren rijstkom’ werd opgeborgen.

Sinds het begin van de jaren tachtig experimenteert China met de invoering van een eigentijds systeem, waarbij werkgevers en werknemers delen in de kosten. Daarnaast kunnen werknemers een individuele verzekering afsluiten voor hun oude dag. Maar het nieuwe systeem blijkt allerminst waterdicht, en is voor verreweg de meeste Chinezen, de arme boeren op het platteland, onbereikbaar.

Door gebrek aan toezicht krijgen veel stedelingen meer pensioen dan waarvoor ze hebben betaald. Ook zijn bij de grootschalige sanering van staatsbedrijven veel arbeiders met vervroegd pensioen gegaan. Zij leggen daarmee een extra groot beslag op de fondsen.

Los daarvan betalen naar schatting ruim 750 miljoen boeren en migrantenarbeiders helemaal geen pensioenpremie. Zij vallen dus geheel buiten het sociale zorgstelsel.

Volgens de econoom Bert Hofman, die voor de Wereldbank in Peking onderzoek doet naar het sociale zorgstelsel in China, speelt er nog een groot probleem: het slechte beheer van de pensioenfondsen. Deels is dat het gevolg van het ontbreken van financiële expertise bij de overheid. „Daardoor zijn gelden gestoken in slecht renderende beleggingen”, zegt hij.

Bovendien is het pensioenstelsel in China niet centraal geregeld. „Afdoende controle ontbreekt daardoor en dat werkt corruptie in de hand” , zegt Hofman. Onlangs nog werden de invloedrijke partijsecretaris van Shanghai en tal van andere functionarissen en ondernemers opgepakt wegens miljoenenfraude, onder andere met pensioengelden.

Het grote beslag op de pensioenfondsen en het gebrekkige beheer brengen de regering in grote moeilijkheden. „Nu al moet de centrale overheid op jaarbasis meer dan 30 procent van de pensioengelden aanvullen uit de algemene middelen. Ook worden nu al premiegelden van jongeren voor hun toekomstige pensioenen ingezet om de huidige pensioenen te betalen”, schetst Hofman.

De situatie wordt alleen nog maar nijpender. In het recente witboek staat dat de verhouding tussen gepensioneerden en actieve werknemers in 2020 1: 2,5 zal bedragen. In 1990 was de verhouding nog 1:10 en vorig jaar 1:6.

In de officiële Chinese statistieken stonden eind vorig jaar 144 miljoen mensen van zestig jaar en ouder geregistreerd – op een totale bevolking van 1,3 miljard. Dat aantal zal in 2020 zijn gestegen tot 249 miljoen en in 2051 tot 437 miljoen.

Li Bengong, directeur van het nationale comité voor vergrijzing, sprak bij de publicatie van het witboek in de China Daily van een alarmerende situatie. „Wanneer zowel de lokale als de centrale overheid in de toekomst niet zal reageren op de sterk veranderende demografische ontwikkelingen, zal dit ernstige sociale onrust tot gevolg hebben”, voorspelde hij.

    • Bettine Vriesekoop