Op het menu: doe niet uw natuurlijke behoefte

Terneuzen wordt overspoeld door softdrugstoeristen.

Het is ‘big business’, maar de buurt heeft er weinig plezier van.

Coffeeshop De Afslag in Terneuzen. Foto Rien Zilvold terneuzen 28-12-2006 coffeeshop voor de afslag foto rien zilvold Zilvold, Rien

Twee Belgen zitten op een bankje voor de ingang van de coffeeshop. Ze komen uit Stekene, vlak over de grens. Ze hebben een nummertje getrokken en wachten op hun beurt. „Net als bij de beenhouwer”, zegt Jonas. Er zijn nog honderd wachtenden voor hen. „Niet uitzonderlijk hoor”, zegt Thomas. „Op drukke dagen moeten we drie uur wachten.”

Binnen is het duwen en trekken. Coffeeshop Checkpoint is populair. De verkoop van hasj en wiet is big business, vertelt een woordvoerder namens eigenaar Meddie Willems.

In Terneuzen komen per dag gemiddeld drieduizend klanten voor ruim dertig euro hasj en wiet kopen. Veruit de meeste bezoekers gaan naar coffeeshop Checkpoint, riant gevestigd in een nieuw opvallend gebouw op de dijk van de Westerschelde. De laatste steen is gelegd door ‘d’n oudschten hippie van Terneuzen’, staat er in de gevel. Aan de overkant zit coffeeshop Miami, iets bescheidener gehuisvest. Ook daar is het druk.

Burgemeester Jan Lonink van Terneuzen heeft deze week besloten landelijk aandacht te vragen voor de overlast in zijn stadje. „De lusten en lasten van het Nederlandse gedoogbeleid zijn niet gelijkelijk verdeeld”, zegt hij. „De coffeeshops maken een miljoenenwinst. Het rijk profiteert mee via de belastingen. Maar wij hebben onvoldoende middelen om de bezoekersaantallen te verminderen en de overlast terug te dringen.”

De overlast in Terneuzen is „niet te vergelijken” met die in steden als Venlo of Maastricht, haast PvdA-burgemeester Lonink zich te vertellen. „De verkoop is hier prima gereglementeerd.” De situatie is ook aanmerkelijk beter dan een jaar of vijftien geleden, toen Terneuzen geen enkele coffeeshop gedoogde en er vaak herrie was bij tientallen illegale drugspanden. De huisregels van de huidige coffeeshops verbieden onder andere buurtoverlast en handel in harddrugs.

Een bord van de politie, dat ‘menukaart’ heet, verbiedt het doen van ‘natuurlijke behoeften’ op straat op straffe van 75 euro boete. Coffeeshop Checkpoint deelt folders uit waarin de gasten wordt gevraagd zich netjes te gedragen, en heeft een verkeersbord opgehangen tegen het dragen van capuchons. „Het is niet leuk als er twintig man met capuchons in je winkel staan”, zegt een medewerker.

Maar toch. Veel jonge bezoekers parkeren op plaatsen waar dat niet mag zonder te betalen. De Fransen kunnen dat voorlopig ongestraft doen, omdat Frankrijk nog geen gegevens van onderdanen verstrekt op basis van kentekens en boetes dus niet kunnen worden geïnd. Er zitten wildplassers bij.

„En als je er iets van zegt, krijg je nog een grote mond ook”, zegt Denny Kinsbergen, een beroepsmilitair die op honderd meter van de coffeeshops woont. Hij staat zijn terras schoon te spuiten en opent een vuilcontainer, vol rotzooi die de drugsklanten hebben achtergelaten. „Ik zie ze liever gaan dan komen.” Laatst stond er weer een tegen zijn huis aan te wateren. „Ik werd zo kwaad dat ik er met een koevoet achteraan ben gegaan.”

Uit gemeentelijk onderzoek is gebleken dat 61 procent van de bezoekers uit België komt en daarvoor heen en terug gemiddeld 70 kilometer aflegt. 31 procent komt uit Frankrijk en legt gemiddeld 230 kilometer af.

Terneuzen zint op maatregelen. Burgemeester Lonink hoopt in overleg met de Belgen een coffeeshop te kunnen vestigen op de grens, in de buurt van Zelzate. Naar een geschikte locatie wordt gezocht.

Intussen groeien de bezoekersaantallen. Lonink stelt „als een van de mogelijke maatregelen” voor om gedoogvergunningen te veilen en met de opbrengst de leefbaarheid van de stad te vergroten. Lonink: „Wij werken met twee gedoogvergunningen en houden verder alle aanvragen voor het openen van nieuwe coffeeshops af. Daarmee hou je in feite een monopolie in stand. Er zijn mensen die naar de NMa willen stappen.” Vandaar het idee voor een veiling, zoals het rijk ook een beperkt aantal radiofrequenties veilt. Het is maar een idee, zegt Lonink, die „persoonlijk” denkt dat het niet haalbaar is. „Je begeeft je op een hellend vlak. Je krijgt als overheid een belang bij de coffeeshops, en dat roept vragen op.”

Jonas en Thomas wachten nog steeds op hun beurt. Ze hebben het er graag voor over. „Anders moeten we het illegaal kopen”, zegt Jonas, zuigend aan een joint die hij alvast heeft aangeschaft aan de bar. Ze zouden het goed begrijpen als de belastingen op de verkoop van softdrugs worden verhoogd om iets voor de buurt te doen. „Laat ze wc’s neerzetten en de factuur opsturen naar de coffeeshop.”

    • Arjen Schreuder