Olmert is geen echte leider van Israël

Morgen ligt Ariel Sharon een jaar in coma. Zijn opvolgers lijken de eigenschappen te missen die nodig zijn om Israël te leiden, betoogt Shimson Arad.

Ehud Olmert, de man die de leiding van Israël kreeg toen Sharon in coma raakte, wierp zich aanvankelijk op als diens erfgenaam, maar probeerde later uit de schaduw van Sharon te komen. Daarbij heeft hij niet goed duidelijk kunnen maken welk gedeelte van het erfgoed hij wil overnemen, en waar hij een eigen koers wil varen.

Sharon was de man van de grootscheepse oorlog tegen de PLO. Hij schuwde daarbij de inzet van steeds zwaardere middelen niet en zag niet in dat hij zo pragmatische Palestijnse leiders geen acceptabel vooruitzicht bood en hun radicalisering bevorderde. De opkomst van Hamas valt niet los te zien van die grootscheepse strijd. De politiek van de harde lijn zonder dat daar een redelijke diplomatieke boodschap bij hoort, is een recept voor aanhoudend geweld en terrorisme – al zet de fase, laat in zijn leven, waarin Sharin afstand nam van de afstandse Groot-Israël doctrine, hierbij enige kanttekeningen.

Olmerts naam is nu vooral verbonden aan de oorlog tegen Libanon in de zomer van 2006 – en samen met hem die van minister van Defensie Peretz. De schrijver David Grossman heeft bij de herdenking van Rabin, in november, een felle aanval gedaan op deze twee leiders: „Een van de bittere aspecten van die laatste oorlog [in Libanon] was het besef dat er in deze tijden geen koning is in Israël. Onze leiders missen inhoud, zowel politiek als militair.”

Olmerts en Peretz wordt een falend oordeel en kortzichtigheid verweten. Olmert heeft volgens zijn critici bij het begin van de oorlog geen duidelijke doelen gesteld; ook heeft hij niet goed begrepen wat de consequenties waren van de militaire acties die hij en de minister van Defensie goedkeurden. Zij bleven de chef-staf dekken, terwijl ze wisten dat zijn plannen niet altijd uitkwamen. Het ergste was de goedkeuring van het oorlogskabinet, aan de vooravond van het staakt-het-vuren, voor een grootscheeps infanterie- en tankoffensief. Een man als Sharon, die het leger door en door kende, zou in iedere fase het militaire opperbevel nauwlettend hebben gevolgd.

Allengs heeft een aanzienlijk deel van de bevolking het vertrouwen verloren in de bekwaamheid van Olmert en Peretz om de strijdkrachten te leiden. Zo’n verlies van vertrouwen kan een belegerd land zich op den duur niet permitteren.

Het kon het verontruste publiek niet ontgaan dat de premier, die intelligent is en zich goed kan uitdrukken, zich te vaak versprak en dingen zei die hij waarschijnlijk niet had willen zeggen, waarna hij nogal wat tijd nodig had om zich weer uit de nesten te werken.

Zo liet hij doorschemeren dat de twee vorig jaar juli door Hezbollah ontvoerde Israëlische soldaten weleens dood zouden kunnen zijn, waarmee hij hun geschokte verwanten groot leed berokkende. Maar zijn tweede verspreking was niet alleen in Israël genant, maar schaadde hem ook internationaal. In een poging het nucleaire gevaar van Iran te benadrukken, somde Olmert andere landen op die ook over nucleair potentieel beschikken maar die niemand bedreigen. Hij noemde de VS, Frankrijk en Rusland, maar ook Israël. Dit in tegenstelling tot Iran, waarvan de president herhaaldelijk heeft verklaard dat Israël geen bestaansrecht heeft en ‘van de kaart’ moet worden geveegd.

Door hier openlijk Israël te noemen in een rijtje landen met kernwapens die geen bedreiging vormen voor andere landen, wilde Olmert niet breken met een beleid van meer dan veertig jaar. Hij haastte zich om nadrukkelijk te verklaren dat Israël niet als eerste land kernwapens zou introduceren in het Midden-Oosten. Om verschillende redenen heeft Israël nooit toegegeven dat het over zo’n potentieel beschikt. Die verspreking mag niet worden opgevat als een breuk met bestaand beleid. Na deze verspreking van Olmert zijn velen zich gaan afvragen hoe een nationale leider in zo’n kwestie zo nonchalant kon zijn.

Velen zijn tot de conclusie gekomen dat het de mensen die toevallig Israël regeerden in het eerste jaar zonder Sharon, misschien wel ontbrak aan eigenschappen die onmisbaar zijn om een land te kunnen leiden. Niemand kan met zekerheid beweren dat als alle moeilijkheden – inclusief de oorlog in Libanon in de afgelopen zomer – hadden plaatsgevonden onder Sharon, Barak of Rabin, zij het stuk voor stuk beter zouden hebben gedaan. Maar dat is wel de overheersende indruk.

We kunnen er ook over speculeren hoe Sharon dit jaar het Palestijnse probleem zou hebben aangepakt. Zou hij het hele jaar hebben laten verstrijken zonder ook maar één stoutmoedige poging te ondernemen om de patstelling te doorbreken? Op basis van de terugtrekking uit Gaza valt niet uit te sluiten dat de immer onvoorspelbare Sharon een nieuwe stap zou hebben gedaan.

Wat de betrekkingen met Syrië betreft, vrees ik dat Sharon niet noodzakelijkerwijs iets anders zou hebben gedaan. Het klinkt niet erg overtuigend om te weigeren Bashar Assad op de proef te stellen louter omdat de Amerikanen tegen het Syrische initiatief gekant zijn.

De reden waarom Olmert niets voelt voor contacten met Syrië – zelfs geen verkennende contacten – ligt misschien meer in het feit dat hij in Israël onvoldoende politieke steun kan vergaren voor de concessies die hij inzake de Golanhoogte zou moeten doen. Het zou voordeliger zijn geweest voor iedereen als eerst met de Amerikanen en de Europeanen was gepraat, om hen te overtuigen van het nut van toenadering tot Assad.

Een argument dat tot vervelens toe wordt aangevoerd door de mensen die het voorgestelde overleg met de Syriërs afwijzen, is dat Syrië nu in het verdomhoekje zit en daarom betrekkingen met Israël probeert aan te knopen om uit zijn pijnlijke isolement te geraken. Maar juist wanneer je tegenstander, of je vijand, in grote moeilijkheden zit, kan hij minder eisen stellen. Daarom is dit het goede moment voor onderhandelingen, die slim en zorgvuldig moeten worden gevoerd, waarbij de Syriërs er niet al te gemakkelijk af mogen komen.

Olmerts kabinet, dat aanvankelijk veelbelovend leek, heeft nog weinig bijzonders laten zien. Is er kans op betere prestaties? Misschien, maar op dit moment zijn de vooruitzichten niet zonnig.

Shimson Arad is oud-ambassadeur van Israël in Nederland en Mexico.

    • Shimson Arad