Na Saddam

De eerste wet van Irak luidt: niets zal verlopen volgens plan, alles verandert in chaos. Zo is het gegaan nog voor de oorlog was begonnen, met de verbitterde ruzies die het westelijk bondgenootschap hebben gespleten. Zo heeft het zich voortgezet toen de beloofde massavernietigingswapens niet werden gevonden. Zo kwam het vervolg met het schandaal van Abu Ghraib en andere martelpraktijken. Zo werd het bevestigd door de ‘sektarische twisten’ die van de Amerikaanse regering geen burgeroorlog mogen worden genoemd, en zo wordt het nu weer bewezen door het verloop van de executie van Saddam Hussein. Getuigen en beulsknechten hebben ondanks grondige fouillering hun videomobieltjes in de executiekamer gesmokkeld. Terwijl sommige aanwezigen uitbarstten in scheldpartijen, zagen andere kans het drama van begin tot eind te filmen. Dat kan de wereld nu op internet bekijken. Wie de boosdoeners zijn, wordt tot op de bodem uitgezocht.

Na zijn arrestatie op 13 december 2003 heeft Saddam nauwelijks invloed op de toestand in zijn land gehad. Ook in de rechtszaal heeft hij geen politieke betekenis gehad. Zonder zijn medewerking ging het al slecht genoeg. Zal de dode Saddam voor de sunnieten een martelaar worden en in die hoedanigheid de burgeroorlog nog bloediger maken? Zal hij in andere Arabisch-sunnitische landen zoals Saoedi-Arabië een held voor het volk worden? Zullen aan de andere kant de Iraniërs blij zijn dat ze van hun oude vijand verlost zijn? In het Midden-Oosten, doolhof van krachten en tegenkrachten, is niets meer voorspelbaar. Het enige wat je er, met grote behoedzaamheid, van zou kunnen zeggen is dat een Saddam, levenslang opgeborgen in een ver en geheim oord, misschien minder politieke risico’s zou brengen dan een geëxecuteerde Saddam. Of dat waar is, in welke mate, weten we over een half jaar.

Een curieus bijverschijnsel van de terechtstelling is dat in het Westen oude politieke twisten herleven. Een bewijs daarvan is de column van Roger Cohen in de International Herald Tribune, het laatste nummer van vorig jaar. Hij verwijt „hyperventilerende linkse liberals een zo intense haat jegens president Bush dat iedere redelijkheid uit het raam verdwijnt. Het resultaat is een hersenloze kakofonie”. Europese pacifisten „staan achter de brigade van de onthoofders, de kindterroristen en andere fundamentalistische gekken die het Kalifaat willen herstellen”. En dan komt hij tot een club van ‘liberals’ die wel deugen, zoals blijkt uit hun in september van het vorig jaar gepubliceerde Euston Manifesto. Ze hebben wel kritiek op president Bush maar slagen erin daarbij het hyperventileren te vermijden.

„Als u moe bent van het steriele schreeuwen in de wildernis, moe van die comfortabele, veilige wijsheid achteraf die over iedere Amerikaanse vergissing in Irak wordt uitgegoten, moe van dat gemakkelijke anti-Amerikanisme en antisemitisme dat achter een antizionisme verborgen gaat, volg dan de weg die door Euston wordt gewezen. Misschien gaat die ergens heen.” Aldus een paar fragmenten uit de polemiek van Roger Cohen.

Ik ken wel een aantal linkse Europeanen en Amerikaanse ‘liberals’ die al in het voorspel tot de oorlog gegronde kritiek op president Bush en de zijnen hebben gehad, en die daarmee ook meer dan gelijk hebben gekregen. Ik heb deze dames en heren nooit horen hyperventileren en ook nooit op anti-Amerikanisme of antisemitisme kunnen betrappen. Integendeel, ze zijn voortdurend diep bezorgd geweest dat het in Irak de verkeerde kant op ging. En volgens de laatste peilingen is intussen tegen de zeventig procent van de Amerikaanse kiezers het met deze critici eens. Ze hadden geen wijsheid achteraf, maar juist vooraf. De tekortkoming van columnisten als Roger Cohen is dat juist zíj doof en blind waren voor de gefundeerde waarschuwingen.

Een zielsverwant van Roger Cohen trof ik in deze krant van gisteren: dr. P.G.C. van Schie, directeur van de liberale Teldersstichting. „Het voltrekken van het doodvonnis aan Saddam Hussein is een overwinning van het recht”, schrijft hij. Geeft dan een rechtvaardiging voor zijn zienswijze en schrijft: „Wij zullen dezer dagen wel weer politici zien die krokodillentranen over het lot van Saddam op de buis plengen”, en tot slot geeft hij deze dames en heren de raad, zich „nog eens terdege te bezinnen op de dogmatische uitbanning van de doodstraf in ons land en de Europese Unie.”

De laatste keer is het voorstel, of de suggestie, vier jaar geleden gedaan door Hilbrand Nawijn van de LPF, toen minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Het was een losse flodder. Nu ook? De heer Van Schie werpt zich ook op als herbouwer van de VVD na de verkiezingsnederlaag, en hij zoekt de winst bij rechts. We moeten hem au serieux nemen.

Geachte heer Van Schie, lees eens iets over de doodstraf, het verhaal van Toergenjev over de onthoofding van de misdadiger Troppmann, of van George Orwell, A Hanging, of het verslag van de executie van Julius en Ethel Rosenberg in 1953, of hoe onlangs een terechtstelling in Texas volstrekt is misgelopen. Hoe wilt u executeren? Wilt u zelf de beul zijn? Vernederd worden niet de veroordeelden, maar degenen die het vonnis uitspreken en het voltrekken. ‘Barbaars’ noemde minister Zalm de executie van Saddam. Gelukkig zijn er liberalen die dat beseffen en de moeite nemen het te zeggen zonder krokodillentranen.

    • H.J.A. Hofland