‘Le Pen schopt de boel door elkaar’ ‘Links, rechts, ze hebben alles kapotgemaakt’

Frankrijk kiest dit voorjaar een nieuwe president, maar is al volop in discussie over één brandende vraag: wat zijn de kansen van ‘de Ander’, Jean-Marie Le Pen en zijn Front National?

Jean-Marie Le Pen op campagne in Loupiac in de Dordogne. (Foto AFP) French President of far-right party Front National (FN) and candidate for the 2007 presidential election Jean-Marie Le Pen (R) stands 29 November 2006 in vines with a glass of vine in Loupiac (western France). Le Pen continues this way his "marche verte" (green tour), a bus tour started 15 November to meet vintners and farmers. AFP PHOTO PIERRE ANDRIEU AFP

Het is niet nodig om Jean-Marie Le Pen met name te noemen in de Bar des P.T.T. in Villers-Cotterêts, een stadje zeventig kilometer ten noordoosten van Parijs. Iedereen weet wie Jean-Pierre bedoelt als hij een verrassing voorspelt bij de presidentsverkiezingen in april. Trouwens, Jojo voorspelt ook een verrassing. En Serge ook. „De kandidaten van de grote partijen, Sarkozy en Royal, moeten het in de eerste ronde onderling uitmaken”, denkt Serge. „En in de tweede ronde staan ze tegen over De Ander.”

Serge herhaalt het een paar keer: L’Autre. De leider van extreem-rechts. „De Ander gaat de boel weer door elkaar schoppen.” Net als in 2002, toen Le Pen de tweede ronde haalde, met 16,9 procent van de stemmen, net achter president Jacques Chirac (19,9 procent).

In Villers-Cotterêts is het moeilijk Le Pen bij de naam te noemen, maar ook om hem te ontwijken. Alleen van zíjn partij, het Front National, zie je posters. ‘Le Pen snel. Heel snel’, roepen fel-roze plakkaten achter verkeersborden bij de ingang van het dorp. Op muren wordt met de centrum-rechtse kandidaat Nicolas Sarkozy per graffiti afgerekend. Van de centrum-linkse kandidaat Ségolène Royal is geen spoor te bekennen.

Uit verkiezingsonderzoek bleek dat het FN vijf jaar geleden zijn nieuwe aanhang vooral had verworven in plaatsen als Villers-Cotterêts, tussen de veertig en zeventig kilometer van de grote steden verwijderd. In Villers-Cotterêts (10.000 inwoners) eindigde Le Pen in 2002 in de eerste ronde als grootste, met 26 procent van de stemmen. In de omliggende dorpen was de score nog wat hoger. In het departement, l’Aisne, eindigde Le Pen destijds als eerste (in de eerste ronde), net als in dichtbevolkte traditionele bastions rond Lyon en aan de Côte d’Azur.

Ruim vier maanden voor de nieuwe verkiezingen (eerste ronde zondag 22 april) is Frankrijk volop in discussie over de vraag hoe ver Le Pen deze keer zal komen. Niet alleen in de Bar des P.T.T. voorspelt men een ‘verrassing’. Ook in Parijs wordt daar volop over gespeculeerd. Dagblad Le Monde publiceerde de laatste weken onderzoeken, waarin het FN aanzienlijk hoger scoort dan vijf maanden voor 21 april 2002. Bijna zeventien procent zou op hem willen stemmen, terwijl 25 procent het eens zou zijn met zijn ideeën. Vrijwel niemand durft uit te sluiten dat Le Pen in de eerste ronde dit keer zelfs de hoogste score kan halen.

Maar die voorspellingen zijn omstreden. De meeste peilers komen niet verder dan twaalf tot veertien procent voor Le Pen. En er zijn ook belangrijke verschillen met de situatie van vijf jaar geleden.

(Vervolg Le Pen: pagina 5)

LE PEN

‘Links, rechts, ze hebben alles kapotgemaakt’

Vervolg van pagina 1

In de eerste plaats regeerden toen – vijf jaar geleden, aan de vooravond van de verkiezingen – de centrum-rechtse president Chirac en de centrum-linkse premier Lionel Jospin, samen, een cohabitation. Nu is er een echte oppositiekandidaat, Ségolene Royal, en een minister die alles anders wil gaan doen, Sarkozy.

Bovendien scoort zowel Royal als Sarkozy in peilingen nu hoger dan Chirac en Jospin vijf jaar geleden samen, en ze scoren ook veel hoger dan Le Pen. Beiden krijgen de laatste weken bijval van ‘kleinere’ kandidaten die zich liever terugtrekken dan het risico lopen op een herhaling van 2002.

Tenslotte, Le Pen is inmiddels bijna tachtig, zijn tegenstanders begin vijftig.

Maar op wie maken dergelijke kanttekeningen indruk? Niet op Serge, Jojo en Jean-Pierre en hun vrienden. De mannen, allen gepensioneerd of werkloos, vragen zich maar een ding af: wat betekenen politici voor hun dagelijkse problemen? Ze zijn het eens over het antwoord: niets. „Ah politici”, zegt Serge met een laconieke handknik. „Wanneer zien we die hier nou?”

Jean-Pierre somt alleen maar frustraties op. Hij is 57 en net met vroegpensioen omdat hij met zijn kapotte rug niet verder kon werken in de bouw. „Ik ben er twintig procent op achteruit gegaan.” Zijn kinderen kregen geen voorrang om appartementen te bewonen die hij zelf had gebouwd.

Politici krijgen de schuld. Onder hun leiding verslechtert het leven in Frankrijk, vindt Jean-Pierre. Drie jaar geleden werd hij aangevallen op straat. Gewoon, in Villers-Cotterêts. De overvallers kwamen uit Parijs, meent hij zeker te weten. Allochtone jongeren. „Je kan ook hier ’s avonds niet meer zomaar de straat op.”

Desillusie over de politiek is het belangrijkste thema voor Le Pen, zo blijkt als Marine Le Pen, dochter van en campagneleider op het hoofdkantoor van het FN in de Parijse voorstand Saint Cloud, de nieuwe campagne presenteert.

De verkiezingsposters laten deze keer niet allemaal Jean-Marie Le Pen zien, maar zes ‘gewone’ Fransen vergezeld van de tekst ‘Links, rechts, ze hebben alles kapotgemaakt’. Op een zevende poster lopen de zes, inclusief een zwart meisje, met Le Pen mee. „We willen laten zien dat Le Pen een man is die met de mensen optrekt”, legt Marine Le Pen uit. „Hij verbindt, en hij laat het volk spreken”.

Een andere campagne dan de vijf eerdere van haar vader, maar de ideeën zijn, onderstreept Marine, „al dertig jaar hetzelfde”. De préference nationale, de FN-variant op ‘eigen volk eerst’, is „nodiger dan ooit” om de afbraak van het land te voorkomen. Ze ontkent de suggestie van Franse journalisten dat het zwarte meisje op een FN-poster binnen de partij omstreden was. „Ze hoort bij de thematiek op de poster: nationaliteit, assimilatie, seculariteit.”

De journalist Christian Duplan beschreef de sympathie voor het FN in een boek over het dorpje Haramont, op enkele kilometers van Villers-Cotterêts, waar hij zelf woonde. In Haramont ging de opkomst van het FN gepaard met sociale desintegratie, ontdekte hij, door de komst van stadsbewoners zoals hijzelf, verlies aan arbeidsplaatsen en de teloorgang van de traditionele bindende rol van lokale ‘chefs’.

Volgens Duplan bestaat op het Franse platteland een „zwakke democratische cultuur”, die samengaat met een gevoel in de steek te worden gelaten. Zijn analyse doet vermoeden dat de desillusie dieper zit dan onvrede over de laatste regering.

Volgens Marine Le Pen trekt het FN lang niet meer alleen proteststemmen. „Steeds meer mensen zijn het eens met onze ideeën”, meent zij. Het FN gaat ervan uit dat de ideeën van de partij nu ook doordringen bij middengroepen, vrouwen en zelfs intellectuelen die „vroeger immuun voor ons leken”, aldus Marine Le Pen. „Er zijn steeds meer mensen die ons helpen, maar het niet zeggen.”

Een paar glazen bier en rosé verder in Villers-Cotterêts is de naam van L’Autre nog steeds niet gevallen. Serge zegt niet op wie hij stemt. Jean-Pierre aarzelt even en zegt dan dat hij nooit stemt. Maar hij ziet niet in waarom het FN niet zou kunnen winnen, in de tweede ronde. In Villers-Cotterêts zitten goede leden van het FN in de gemeenteraad. „Iedere partij heeft zijn sterke punten”.

    • René Moerland