Gespleten of goochelend

In ‘The Illusionist’ speelt Edward Norton (‘American History X’) een goochelaar.

Toepasselijk voor een acteur die graag een rookgordijn rond zijn personages optrekt.

Edward Norton is de illusionist van zijn generatie: de ogenschijnlijk goede mens heeft bij hem altijd meer dan één duistere schaduwkant. Foto Reuters U.S. actor Edward Norton poses for photographers during a photocall to promote the movie "The Illusionist" in Madrid November 15, 2006. REUTERS/Susana Vera (SPAIN) REUTERS

Hij komt met hetzelfde gemak 15 kilo aan voor een rol, als dat hij ze weer verliest, maar nee, hij is niet de nieuwe Robert de Niro. Al had hij met zijn hoofdrol in Fight Club (1999) misschien wel hetzelfde symbool voor een generatie kunnen worden als Travis Bickle uit Taxi Driver voor die van zijn vader.

Edward James Norton Jr. (Boston, 18 augustus 1969) mag dan niet de nieuwe Robert de Niro zijn, hij probeerde wel, lang voordat hij aan zichzelf toegaf dat hij het liefste acteur wilde worden, een baantje als taxichauffeur te krijgen in New York. En eentje bij de handelsfirma van zijn grootvader. En eentje als corrector bij een uitgeverij. En als toneelknecht. Twaalf ambachten, dertien ongelukken? Nee. Het is eenvoudigweg heel moeilijk om door te breken in Hollywood, hoe vaak het sprookje van scriptgirl tot superstar ons ook anders wil doen geloven.

Maar toen had Edward Norton toch nog geluk. Leonardo di Caprio zegde af voor de rol van jonge schizofrene moordenaar tegenover advocaat Richard Gere in Primal Fear (1996), Norton auditeerde, kwam, werd bekeken en overwon. De Golden Globe en de Oscar-nominatie waren nog niet binnen of hij mocht zingen in Woody Allens Everyone Says I Love You (1996) en een advocaat spelen in Milos Formans The people vs. Larry Flynt waarin hij Hustler-bedenker en pornograaf Flynt tot voor het Hooggerechtshof verdedigde op grond van de vrijheid van meningsuiting. En toen ging het snel, sneller, snelst. Eerst die 15 kilo erbij voor neonazi Derek Vinyard in American History X (1998), naar verluidt half door de acteur zelf geregisseerd, tot ongenoegen van de Britse reclamemaker Tony Kaye, die eerst graag met de schandaalfilm wilde debuteren en toen probeerde zijn naam van de titelrol te krijgen. En daarna die 15 kilo eraf voor de bejubelde cultfilm Fight Club (1999), een venijnige aanval op de consumptiemaatschappij, waarin hij samen met Brad Pitt één personage speelde.

Want of ze nu echt een gespleten persoonlijkheid hebben of niet, Edward Norton speelt altijd graag de vele gezichten van zijn karakters. Er huizen twee zielen in hun borst, of het nu hippe priesters zijn die met hun beste vriend de rabbi strijden om hetzelfde meisje (zijn regiedebuut Keeping the Faith, 2000), paranormaal begaafde FBI-agenten die het kwaad erg dicht in de ogen kijken (tegen Anthony Hopkins in Red Dragon, 2002) of het symbool voor Amerika na 9/11 in Spike Lee’s The 25th Hour (2002). Dat hij nu als tussendoortje een goocheme goochelaar speelt in het Weense fin de siècle in The Illusionist is dan ook niet meer dan toepasselijk. Norton is de illusionist van zijn generatie: de ogenschijnlijk goede mens heeft bij hem altijd meer dan één duistere schaduwkant. En het goede van de slechterik smeert hij over het filmdoek uit in eindeloos beangstigende grijsvariaties.