Drie hoera's voor de enige passende straf

Het Nederlandse standpunt over de executie van Saddam Hussein is hypocriet.

In de ernstigste gevallen kan alleen de doodstraf een rechtvaardige sanctie zijn.

Het voltrekken van het doodvonnis aan Saddam Hussein, in de nacht van vrijdag op zaterdag, is een overwinning van het recht. Niet alleen, hoewel zeker ook, van het recht in formele zin. Er is daadwerkelijk uitvoering gegeven aan de uitspraak van een onafhankelijke rechtbank, in een land waar tot voor kort (onder Saddam zelf) slechts willekeur en rechteloosheid heersten en waar de rechtsorde nog altijd moet worstelen om zich te vestigen. Minstens zo belangrijk is dat bevrediging is gegeven aan het rechtsgevoel. De wrede tiran die zijn volk (en zijn buren) bijna een kwart eeuw in een wurggreep hield en menig burger ook letterlijk ‘wurgde’, heeft de enig passende straf ondergaan. Hoe zorgelijk de toestand in Irak ook moge zijn, hier passen drie hoera’s. Men kan ook twijfels hebben over hoe wijs de Amerikaanse invasie van bijna vier jaar geleden (achteraf bekeken) was. Maar op dít resultaat kan Bush in elk geval trots zijn. Het leed van degenen die door (in opdracht van) Saddam Hussein zijn gemarteld en vermoord, wordt met zijn ophanging natuurlijk niet ongedaan gemaakt. Maar voor de weinigen die zijn martelkamers hebben overleefd en voor de nabestaanden van de tallozen die niet overleefden, wordt het leed wel verzacht. Vermoorde geliefden zullen blijvend worden gemist, maar het gemis aan voldoening dat de dader niet (genoeg) heeft hoeven boeten is thans weggenomen. Misschien moet het worden betreurd dat Saddam Hussein voor slechts één van zijn vele misdaden is bestraft. Toch zijn de slachtoffers van al zijn andere misdrijven uiteindelijk meer gediend met het feit dat de beul nu zelf heeft moeten hangen dan met een zich voortslepende reeks processen. Er zijn ook weinig Roemenen die betreuren dat het echtpaar Ceausescu, dat in december 1989 na een haastig showproces tot de dood werd veroordeeld, onmiddellijk is geëxecuteerd zonder dat beide echtelieden over al hun wandaden afzonderlijk verantwoording hebben hoeven afleggen. Voorts is het goed dat de berechting van Saddam Hussein en de uitvoering van het vonnis aan Irak zelf zijn overgelaten. Uitlevering aan het Internationaal Strafhof had immers betekend dat de doodstraf nooit zou zijn opgelegd en uitgevoerd, gezien de huichelachtige halsstarrigheid waarmee de politiek-juridische elite in ons deel van de wereld de doodstraf in alle omstandigheden veroordeelt. Tekenend voor de hypocrisie in ons land is dat premier Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Bot veel begrip voor het voltrokken vonnis hebben, al voegen zij er plichtmatig aan toe dat Nederland „natuurl ij k “ in principe tegen de doodstraf i s.

Dat de ultieme straf in concrete uitzonderlijke gevallen de enige is die rechtvaardigheid brengt, wordt door een meerderheid van de Nederlandse bevolking begrepen. Een ruime meerderheid van de bevolking staat achter de doodstraf voor Saddam Hussein en een grote meerderheid vindt dat de ernstigste moordenaars uit de categorie Dutroux eveneens een dergelijke straf verdienen. We zullen de komende dagen wel weer politici te zien krijgen die hun krokodillentranen over het lot van Saddam op de buis plengen. Zij zouden er beter aan doen zich nog eens terdege te bezinnen op de dogmatische uitbanning van de doodstraf uit het rechtssysteem van ons land en de E U.

Dr. P.G.C. van Schie is directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van de VVD.