De man van oneliners

Vanavond zendt de KRO in de reeks Profiel een portret uit van tekstschrijver Eli Asser.

Zijn comedyserie ’t Schaep met de 5 Pooten is na 36 jaar opnieuw op televisie te zien.

Eli Asser, achter de bar, tussen de cast van ’t Schaep met de 5 Pooten, dat na 36 jaar een reprise op televisie beleeft. Foto KRO KRO

Rotterdam. De neiging het bestaan met een grap op te fleuren heeft Eli Asser van zijn vader, die standwerker was. Wandelend over het Waterlooplein vertelt de inmiddels 84-jarige Asser dat in die buurt het grappen maken een manier was om de zwarte kant van het leven te maskeren.

Zoals zijn vader op de markt met een witz zijn waren verkocht, analyseert Asser, werd het maken van grappen zijn handel. In de Profiel-aflevering over deze ‘Man van woorden’ wordt duidelijk hoe belangrijk Assers bijdrage was aan de hoogtijdagen van het radioamusement en de beginjaren van de tv-komedie. Als zijn naam aan een serie was verbonden, betekende dat een unieke combinatie van parodie, absurdisme en herkenbaarheid. Asser schreef series die de massa aan de buis kluisterden en liedjes die nu als evergreen gelden: Het zal je kind maar wezen of We zijn toch op de wereld om mekaar te helpen, niewaar. Blijkbaar is de kracht van Assers teksten zo tijdloos, dat dit seizoen na 36 jaar een reprise van de populaire serie ’t Schaep met de 5 Pooten op de televisie is te zien.

Aangrijpend in het portret is het moment dat de tekstschrijver wandelt in de Amsterdamse Jodenhout, waar zijn geboortehuis stond. Hij vertelt hoe hier in 1943, toen hij als verpleger in de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bos werkte, zijn hele familie werd weggevoerd. Asser beschrijft op een terloopse manier de sfeer van huizen, bedrijven en mensen die allemaal verdwenen zijn. Het is tegelijk aangrijpend en opmerkelijk, zo’n afstandelijk, bijna anekdotisch relaas over de dramatische oorlogsgebeurtenissen. Zijn vriend Leo Schatz formuleert het in aanwezigheid van de geportretteerde zo: „Jij geeft je werkelijke gevoelens en gedachten niet bloot.“

Een poging om Assers ziel bloot te leggen deed programmamaker Hans Polak niet – althans, daar is de kijker vanavond niet getuige van. De geportretteerde komt vooral naar voren als een man van grappen en oneliners, die hij nog dagelijks op schrift stelt: „Als u niets meer hoort is alles in orde, zei de oorarts“, is er zo een. Of een vraag die hij een willekeurige voorbijganger zou willen stellen: „Denkt u dat er leven is vóór de dood?“ Een hartinfarct maakte een voorlopig einde aan de grappenmakerij: Asser stelde vervolgens zijn oorlogsherinneringen op schrift. Dat leverde een mooi boek op over zijn verblijf in het krankzinnigengesticht, waarop in 2000 een toneelstuk werd gebaseerd.

Ook publiceerde hij uit de briefwisseling tijdens de oorlog met Eefje, die later zijn echtgenote zou worden. In de film bezoekt hij een vriendin die hij leerde kennen tijdens hun onderduikperiode. Asser vertelt haar dat hij destijds door het verzet ‘bijna was doodgeschoten ’ omdat hij voor het stadhuis van Harmelen luidkeels Jiddische liedjes had gezongen en daarmee andere onderduikers in gevaar dreigde te brengen.Eli Asser spreekt vol liefde en bewondering over zijn vrouw Eefje („Zij was mijn muze“), zonder wie hij de oorlog niet zou hebben overleefd „en zij ook niet zonder mij“, voegt hij daar aan toe. Hij richtte na haar overlijden een geschreven monument voor Eefje op, vertelt zijn huidige vriendin. Hun dochter Hella schilderde onlangs in een boek dit huwelijksgeluk echter minder rooskleurig af. Ze schreef over een sfeer van angst en intimidatie in haar ouderlijk huis en vertelde daarover ook op de televisie. Zijn vrienden in stamcafé Welling voeren veel van Assers eigenaardigheden terug op de mentale klappen die hij door de oorlog opliep. Ook Freek de Jonge, getrouwd met Hella, verklaarde in een tv-interview het gedrag van zijn schoonouders uit hun oorlogsverleden. Vader Asser zegt nu blij te zijn met de ‘bevrijd ing ’ van zijn dochter door het schrijven van haar boek en typeert het klimaat in het toenmalige gezin als „zeker niet onder nul“. Zo wordt in dit portret alles even aangestipt en opgerakeld, zonder dat werkelijk tot de ongenaakbare Asser wordt doorgedrongen.

Wat de documentaire Man van woorden bovenal duidelijk maakt, is dat het vak van tekstschrijver zoals Asser dat beoefende aan het uitsterven is. In de huidige tv-wereld bestaat geen scenarist meer die zo sterk een stempel drukt op het eindresultaat. „Wat hij maakte had een kwaliteit die je nu niet meer ziet“, zegt Pierre Bokma, acteur in de nieuwe reeks van ’t Schaep. En Job Gosschalk, de casting-adviseur met wie Asser de nieuwe serie opzette: „Hij heeft een unieke, Jiddische omgang met taal, die hij tot in de puntjes beheerst. Het is lichtvoetig, maar het is ook: lacht aber weint. Je ziet altijd meer dan je ziet.“ Eli Asser typeert zelf zijn bedrijvigheid met een grap: „Ik ben en blijf schrijver, tot de dood erop volgt – en misschien nog wel langer.“

Profiel Eli Asser, ‘Man van woorden’, Ned. 2, 23.00-23.40u.

    • Tom Rooduijn