De laatste eer voor een schoon varkenskarkas

Een levende en een dode koe passeren elkaar in het slachthuis. Het kadaver rechts is net met een stroomstoot gedood, de levende koe links staat al klaar voor dezelfde behandeling.

Our Daily Bread (Unser täglich Brot). Regie: Nikolaus Geyrhalter. In: 6 bioscopen.

Zou Our Daily Bread hebben gewonnen bij commentaar van ex-president Bill Clinton? De boodschap van Nikolaus Geyrhalters documentaire is net zo maatschappelijk relevant en net zo eenduidig als die van The Inconvenient Truth met het commentaar van Clintons vice-president Al Gore. Toch heeft Our Daily Bread – al in 2005 op het IDFA in première gegaan en daar bekroond met een speciale juryprijs– op het gebied van de bio-industrie bij lange na niet dezelfde impact gehad als The Inconvenient Truth op het gebied van de klimaatsverandering. Smeltende ijsbergen en stijgende waterspiegels staan, om het maar even politiek uit te drukken, bovenaan de internationale agenda. De Partij voor de Dieren moet het voorlopig met twee zetels in het Nederlandse parlement doen.

In Our Daily Bread is geen woord commentaar te horen en toch is het een en al commentaar. Als Geyrhalter in hoofdletters op de aftiteling had geschreven: de mens is van de natuur vervreemd, dan was hij niet duidelijker geweest dan met de beelden van de voedingsindustrie die hij toont. De boodschap is al na twee scènes duidelijk, na drie kwartier óverduidelijk en daarna ga je zitten wachten op een twist die de tweede helft van de film zijn bestaansreden moet geven, maar die komt nooit.

Is dat erg? De film is verbijsterend genoeg om helemaal te willen zien. Geyrhalter heeft – zelf, met HD-camera – in alle hoeken en gaten van de Westerse bio-industrie beelden geschoten die je niet gauw vergeet. Dat varieert van iets onschuldigs als een machinale olijfboomschudder tot de zinloze wreedheid van een buizenpostsysteem voor kuikens. Je moet onwillekeurig lachen om de kippen-veegmachine, maar het lachen vergaat je bij de volautomatische koeienvilder met huid-rolband.

De optelsom van al die beelden uit vele verschillende takken van de bio-industrie is duidelijk: wat nog geen eeuw geleden landbouw en veeteelt zou hebben geheten, is een hightech industrie geworden die uiterlijk meer overeenkomsten met een ziekenhuis dan met een boerderij heeft. De mens heeft zichzelf uit de voedselketen gemanoeuvreerd. Wij zijn geen jager meer en geen prooi, wij zijn de architect van een machine die eten maakt en wij zijn de ontvangers van dat machinevoer. De natuurlijkste handelingen van dieren zijn geheel onder controle gebracht en hun daarmee ontnomen. Geboren worden de kuikens in gestapelde kasten onder de hoogtezon. Gezoogd worden de biggen op een metalen rooster, door stangen van hun moeder gescheiden, alleen de tepels steken erdoor. Gevoed worden de planten in een los polletje in een kartonnen doos, die met de plant wordt weggegooid als die zijn vruchten heeft afgegeven. Gedood wordt de koe in een centrifuge die meteen daarna omkantelt om haar karkas aan de slager te geven. En rotten is er natuurlijk al helemaal niet bij in deze cleane doodsfabrieken. We zien de hele Werdegang van een dood varken. Gedood, poten en staart afgeknipt met elektrische tang, schoongespoten, opengezaagd, darmen links, lever rechts. En tot slot bewijst een van de alomtegenwoordige schoonmakers hem de laatste eer door alle bloed zorgvuldig weg te spuiten.

Geyrhalter weet precies waar hij de camera moet zetten om zijn punt te maken. We zien een stier met opblaasspieren als Arnold Schwarzenegger achter een koe staan. Hij moet erop, de dokter, pardon, de fokker, wacht op zijn sperma. Hij staat klaar met een nauw buisje dat hij onmiddellijk om de penis van de stier schuift zodra die aanstalten tot springen maakt. Het buisje wordt gescand en gaat naar het laboratorium. Dan verplaatst Geyrhalter zijn camera naar het laboratorium. Dat blijkt in de kamer ernaast te zijn. Daar zitten laboranten met witte jassen door een elektronenmicroscoop te kijken naar de beweeglijkheid in de zojuist afgescheiden zaadcellen. Maar in hetzelfde shot zie je ook nog de volgende stier in de ogen terwijl die dezelfde koe bespringt.

Hetzelfde procédé zien we steeds terug. In één shot de hele machinerie van slacht tot verwerking, liefst met de arbeiders er zó in, dat je meteen ziet dat zij niet meer dan een verlengstuk van de robotarmen zijn. De esthetiek van Our Daily Bread had uit een boekje kunnen komen: Hoe maak ik een documentaire? Het ziet er allemaal even verzorgd uit en er zit een structuur in van schaftende arbeiders die de losse delen bijeen houdt. Keurig, keurig. Maar daardoor, en door de eentonigheid, heeft de film soms iets even klinisch als zijn onderwerp. Het is een vreemd compliment dat, naar verluidt, alle deelnemende bedrijven ingenomen waren met het resultaat.