‘De curator moet de boel ook uitbezemen’

2006 was een opvallend jaar in de aanpak van financiële fraude. Een groot aantal geruchtmakende zaken kwam voor de rechter, die in veel gevallen tot zware veroordelingen kwam. De malafide beleggingsadviseur René van den Berg kreeg vijf jaar onvoorwaardelijk. Gesprek met zijn curator Toni van Hees.

Nee, de vlag ging niet uit op 14 augustus bij curator Toni van Hees. Dat was de dag dat de Amsterdamse rechtbank de malafide beleggingsadviseur René van den Berg veroordeelde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar. Voor onder meer oplichting van beleggers. „Ik vond de veroordeling terecht, maar een gevoel van blijdschap past daar niet bij”, zegt Van Hees over de straf van ‘zijn’ failliet.

Van Hees (47), partner van advocatenkantoor Stibbe, is sinds anderhalf jaar curator van de failliete Van den Berg. Hij werd daarmee het gezicht van het onderzoek naar de grootste particuliere beleggingsfraude in Nederland. Het strafrechtelijk onderzoek werd uiteraard uitgevoerd door de financiële opsporingsdienst FIOD-ECD. Maar het was Van Hees die via zijn openbare faillissementsverslagen de eerste inkijkjes gaf in deze bizarre zaak.

Ruim 1.400 beleggers, veelal uit de Gooise privékringen van de voormalige tennissponsor, zijn voor minimaal 127 miljoen euro opgelicht. Zij leenden grif geld uit aan Van den Berg, die daar excessieve rentevergoedingen tegenover stelde. Maar al dat geld werd niet, zoals hij beweerde, belegd in wonderbaarlijk renderende zaken als Tsjechisch vastgoed of vreemde valuta. De inleg werd vooral gebruikt om oude leningen af te lossen. Waarmee het een piramidespel werd dat zich op één essentieel punt onderscheidde van dit populaire geldgroeispelletje uit de jaren negentig: de meeste deelnemers hadden er geen idee van.

Geen taart dus op de dag dat Van den Berg zijn straf kreeg. U was zelfs niet aanwezig bij de rechtszaak.

„Nee, ik was er heel bewust niet bij. Ik was in België, met vakantie. Bij veel mensen roep ik nogal wat emoties op, omdat men vindt dat ik te hard ben opgetreden. Daar lig ik niet wakker van, maar ik wilde dat van geen enkele invloed laten zijn op het verloop van de zitting.”

U heeft veel energie in deze zaak zitten. Dan zal een dergelijke veroordeling toch wel iets met u hebben gedaan?

„Het vonnis gaf inderdaad wel een gevoel van voldoening. In juridische zin dan: onze analyse van onrechtmatig handelen werd door de rechter gedeeld. ”

En persoonlijk?

„Ik ben bij hem thuis geweest, ik heb z’n vrouw gezien, en z’n zoontje. En nu zit haar man en zijn vader voor vijf jaar vast. Ik kan me voorstellen wat dat met hen doet. Daar word ik niet vrolijk van, dat meen ik. Het is een triest geval.”

Los van de strafzaak: hoe staat het met de afwikkeling van het faillissement?

„De curator moet altijd eerst op jacht gaan naar de centen. Wat hij aantreft, moet hij verdelen over de schuldeisers. Tot nu toe heb ik 85 miljoen euro aan stortingen gezien. Er moet aanzienlijk meer zijn omgegaan, want ik heb maar een beperkte periode in kaart. Er zitten bovendien veel gaten in de administratie die ik aan het reconstrueren ben, en er is contant geldverkeer geweest.”

Hebt u die miljoenen ook in handen?

„Bij lange na niet. Ongeveer 40 miljoen ervan is aan deelnemers uitgekeerd, als teruggave van hun inleg. Dat is mooi. Daar heb ik verder geen bemoeienis mee. Daarbovenop is nog eens 40 miljoen terechtgekomen bij zo’n honderd deelnemers. Pure winst, onrechtmatig verkregen profijt. Dat probeer ik terug te krijgen. Zij hebben zich verrijkt ten koste van anderen.”

En de rest?

„5 miljoen is niet te traceren. En ik heb slechts een kleine 2 miljoen euro binnen, aangetroffen in potjes in het buitenland. Dat is zeker niet genoeg voor een eerste uitkering aan crediteuren. De kans op uitkering is onlangs nog kleiner geworden toen de Belastingdienst mij meldde Van den Berg te willen aanslaan voor vele miljoenen euro’s. Zij zien het geld dat hij heeft opgehaald maar niet heeft uitgekeerd, als winst uit onderneming. En u weet, de fiscus gaat als schuldeiser altijd voor.”

Heeft u enig uitzicht op die miljoenen van de groep profiteurs?

„Er zullen vele procedures nodig zijn om dat geld binnen te krijgen. Ik mis nog hele stukken van de puzzel. Dat gaat sowieso nog jaren duren.”

Waarom verloopt dat zo stroef?

„Dat is gaat op z’n Nederlands: de toezichthouder en opsporingsautoriteiten hebben bij Van den Berg allerlei stukken in beslag genomen en daarvan verslagen gemaakt. Maar die krijg ik niet. Op het AFM-onderzoek rust een geheimhoudingsplicht, en het Openbaar Ministerie riep steeds dat het niet in het belang van het onderzoek was dat het strafdossier aan derden zou worden verstrekt. Ik ben een derde.”

U dient toch hetzelfde doel?

„Ik begrijp er helemaal niets van. Na de zitting in juli heb ik eindeloos moeten zeuren om het dossier. Dat heb ik pas kort voor Kerst gekregen.”

In 2006 zijn er veel zaken rond financiële misdrijven voor de rechter gekomen [zie tabel]. Dat heeft tot fikse veroordelingen geleid. Heeft justitie witteboordencriminaliteit een hogere prioriteit gegeven?

„Er bestaat tegenwoordig veel meer belangstelling voor dit soort delicten. En er is veel meer kennis op dit gebied aanwezig, zowel bij het Openbaar Ministerie als bij de opsporingsdiensten. Het is een wereld van verschil met tien jaar geleden. Als je destijds aangifte deed, was de kans dat je daar iets van hoorde minimaal. Nu is er een reële kans dat er iets mee gebeurt.”

Is het afdoende? De AFM riep afgelopen zomer dat er wel 15 ‘Van den Bergen’ rondlopen. Die staan nog niet allemaal voor het hekje.

„De capaciteit is beslist uitgebreid, maar nog altijd veel te gering. Aan de zaak-Van den Berg heeft een FIOD-ECD met een uiterst bekwaam team van zes man ongeveer een jaar gewerkt. Moet je kijken wat dat kost. Ik geloof dat het ondoenlijk is om iedere zaak zo uit te zoeken, maar ik vind wel dat het merendeel van de zaken een strafrechtelijk vervolg moet krijgen.

„Naar schatting 100 tot 200 opsporingsambtenaren houden zich bezig met financiële fraude, met bijstandsfraude een paar duizend. Die verhouding is volstrekt scheef.”

U doet in de zaak-Van den Berg meer dan alleen geld opsporen.

„Ik vind dat als er strafbaar is gehandeld een curator de boel ook moet uitbezemen, naast zijn zoektocht naar geld. In de helft van de gevallen loop ik tegen faillissementsfraude aan. Dat uitbezemen is in deze zaak tot nu toe maar voor een deel gebeurd: de vervolging van Van den Berg.

„Er lopen nog meer mensen rondom hem die nog niet zijn veroordeeld, maar wel een belangrijke rol lijken te hebben gespeeld in dit debacle. Dat gaat om familieleden, vrienden, en anderen die welbewust hebben geprofiteerd. Tegen zijn vrouw heb ik al strafrechtelijke aangifte gedaan. En ook tegen een van zijn advocaten. Ik kan geen namen noemen, maar er zullen zeker nog vijf aangiftes volgen.”

Waar verdenkt u hen van?

„Zij zijn ofwel nauw betrokken geweest bij de beleggingspraktijken van Van den Berg danwel bij opvallende geldtransacties kort voor het faillissement. In veel gevallen lopen beide delicten door elkaar.”

Van den Berg heeft de afgelopen drie weken zijn celstraf mogen onderbreken omdat zijn moeder was overleden en zijn vader ernstig ziek is. Hij heeft de Kerstdagen thuis doorgebracht. U wilde hem graag spreken, omdat u nog allerlei informatie mist. Is dat gelukt?

„Ja, ik heb hem twee keer uitvoerig gesproken, bij mij op kantoor. Hij heeft uitdrukkelijk verklaard schoon schip te willen maken. Dat is het goede nieuws, we zijn on speaking terms. Dat was in het verleden wel anders.”

Heeft hij u ook ontbrekende stukken van de puzzel gegeven?

„Wat hij me vertelt, kan ik niet zonder meer voor waar aannemen – daar heeft hij in het verleden te veel verklaringen voor afgelegd die niet bleken te kloppen. Alles wat hij zegt zal ik nauwkeurig moeten toetsen. En dat is lastig met een verre van complete administratie. Toch heeft hij een aantal dingen bevestigd die mij wat meer grond onder de voeten geven in de procedures die ik tegen anderen ga voeren.”

Hoe groot acht u de kans dat u al het verdwenen geld terugkrijgt?

„De statistieken geven een somber vooruitzicht. Bij driekwart van de faillissementen vindt helemaal geen uitkering aan schuldeisers plaats. In de gevallen waar wél wordt uitgekeerd komt hooguit 4,4 procent ten goede aan gewone crediteuren.”

Hoe komt dat?

„In de eerste plaats hebben de banken doorgaans zekerheidsrechten op de grote bezittingen. Als alles is verpand blijft er voor de curator vrijwel niets meer over. Bedrijven zijn vaak al volledig uitgebeend vóór het faillissement. En particulieren die failliet gaan hebben hun waardevolle bezittingen vaak ook gefinancierd of weggemaakt. Vaak is er ook gewoon niets; achter veel faillissementen schuilen trieste gevallen van mensen die er om verschillende redenen maar niet in slagen de eindjes aan elkaar te knopen.

„Daarnaast zijn in Nederland de faillissementskosten uitzonderlijk hoog: het personeel wordt nog een tijdje uitbetaald, praktische zaken als ontruimingen zijn voor rekening van de boedel. En ja, ook de curator maakt kosten.”

Ah, een pleidooi om de tarieven voor de curator te verlagen.

„Ik kan niet beoordelen of de kosten van de curator te hoog zijn. Dat valt wel mee, geloof ik.”

Wist u waar u aan begon, toen u in deze zaak benoemd werd?

„Ik dacht vanaf het begin dat er een substantieel bedrag terug te vinden zou zijn.”

En hoe denkt u daar nu over?

„Dat is moeilijk te zeggen. Het is een grote puinhoop, ik kom voortdurend voor verrassingen te staan. Voorlopig denk ik: ik zie wel waar ik uitkom.”

Dit is het vijfde deel van een serie vraaggesprekken over de grenzen van publiek en privaat. Die met Elco Brinkman, Herman Franssen, Edith Snoey en Derk Haank zijn te lezen op www.nrc.nl/economie.

    • Philip de Witt Wijnen