Betrokkenheid staat niet op de bank

Jongeren geven minder geld aan goede doelen dan (gelovige) ouderen.

Maar van een sms voor Amnesty International wordt de wereld toch ook beter?

Goede doelen moeten het hebben van gelovige ouderen als het gaat om donaties. Tenminste, dat wordt beweerd in het artikel ‘Wel idealen, maar geven, ho maar’ (nrc.next, 21 december) over het gebrek aan idealistische betrokkenheid onder jongeren. Een vergelijking tussen jongerenradiozender 3FM en Kerkbalans velt het oordeel: 3FM haalt in één dag 60.000 euro op, de Nederlandse kerken maar liefst zes miljoen.

Ouderen geven geld, veel geld, en het liefst aan de kerk. Ook andere ideële organisaties worden vooral gesteund door 35-plussers. Jongeren geven weinig en worden bovendien zelden lid of vaste donateur. Het idealisme onder de jongste generaties, zo luidt dan de conclusie, lijkt ver te zoeken.

Gelukkig is de werkelijkheid een stuk rooskleuriger dan in het artikel wordt geschetst. Inderdaad, we geven minder geld en worden minder snel lid van Natuurmonumenten of de Hartstichting. Maar daar staat een heel andere vorm van maatschappelijke betrokkenheid tegenover. We zijn bezig met de wereld om ons heen, maar op andere manieren.

De generatie geboren in de late jaren ’70 en vroege jaren ’80 wordt gekenmerkt door praktisch idealisme. Wij laten onze betrokkenheid niet slechts tot uitdrukking komen middels de bankrekening, maar integreren ons weldoen met het alledaagse leven door bijvoorbeeld vegetarisch te eten of minder te vliegen.

Het is dus niet verwonderlijk dat de jeugd een gebrek aan betrokkenheid wordt verweten: onze soort betrokkenheid is slecht meetbaar en wordt dientengevolge nauwelijks opgemerkt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is jammer, want het praktisch idealisme is effectiever dan menig idealist zou denken.

Wordt de wereld beter van iemand die veel geld geeft aan goede doelen? Waarschijnlijk wel. Maar als die persoon vervolgens zeven keer per week vlees uit de bio-industrie eet, vier keer per jaar een verre vliegreis maakt en er bij hem thuis geen spaarlamp te bekennen is, wat blijft dan van zijn goed bedoelde donaties over?

Jongeren beseffen dat een betere wereld begint bij jezelf, niet bij de boekhouding. Het duurzame kledingmerk Kuyichi is zeer populair onder jongeren. Het bedrijf zag de omzet in drie jaar tijd met liefst 725 procent stijgen, het aantal verkooppunten in Nederland is ondertussen vervijfvoudigd. Zo wordt eerlijke handel in de kledingindustrie gestimuleerd.

Een ander voorbeeld van praktisch idealisme is het Xplore-programma van de Nederlandse overheid. Middels Xplore is twintig miljoen euro beschikbaar gesteld om jongeren zelf ontwikkelingslanden te laten bezoeken en projecten uit te laten voeren. Over twee dagen vertrekken twaalf Jonge Socialisten naar India om met Burmese zusterorganisaties aan een vrij en democratisch Burma te werken.

In de kille cijferanalyses van goede doelen komen deze en vele andere initiatieven niet voor. Toch dragen ze bij aan een betere wereld. Daaraan is te zien dat de goede-doelenfondsen achterlopen op de moderne tijd. Robert Moens van Natuurmonumenten constateert dat er weinig jongeren lid worden van zijn organisatie. Zijn conclusie: jongeren zijn met zichzelf bezig.

Nee, juist de fondsen zijn in zichzelf gekeerd. Willen zij de hedendaagse jeugd bereiken, dan moeten ze dat ook op een modernere manier aanpakken. Zoals Amnesty International bijvoorbeeld met sms-acties politieke gevangenen aan de andere kant van de wereld vrij probeert te krijgen. Daar kan Natuurmonumenten van leren. Meedoen hoeft niet te betekenen dat je automatisch ook lid moet zijn.

Jongeren zijn ánders betrokken. Speel daar dan ook ánders op in. En al zijn de resultaten minder meetbaar, dat wil nog niet zeggen dat de wereld er niks aan heeft.

Ruben Zandvliet is oud-voorzitter van de Jonge Socialisten, de jongerenpartij van de PvdA. Hij studeert rechten in Leiden.

Lees meer over de expeditie naar India van de Jonge Socialisten op hun weblog:www. js.nl/xpeditieindia