Beoogd kabinet zoekt nog naar een motto CDA en PvdA: kort regeerakkoord

CDA, PvdA en ChristenUnie sleutelen op een geheime locatie aan een gezamenlijke agenda voor een nieuw kabinet. Balkenende en Bos willen één A-viertje met afspraken.

Den Haag, 3 jan. - Het is ongebruikelijk dat de onderhandelingen over een nieuw kabinet zich afspelen buiten het Binnenhof. Dat Balkenende (CDA), Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) zich nu aan het begin van de coalitiebesprekingen onder leiding van informateur Wijffels hebben onttrokken aan het oog van de pers, hangt samen met de moeizame voorgeschiedenis die met name CDA en PvdA hebben: een eerder mislukte formatie in 2003 en een harde verkiezingscampagne hebben niet bijgedragen aan het onderlinge vertrouwen tussen beide partijen.

Dat vertrouwen moet er komen door nu ‘op de hei’ een gezamenlijke missie te formuleren, aldus bronnen rond de besprekingen. De leiders van de twee grootste partijen willen de formatie radicaal anders aanpakken dan in de afgelopen decennia, in elk geval met een bondig regeerakkoord. Maar eerst moeten ze knopen doorhakken over een aantal gevoelige zaken, zoals de problemen op de arbeids- en de woningmarkt, de gezondheidszorg en ethische vraagstukken zoals abortus, euthanasie en het homohuwelijk.

In Nederland is het traditie dat de fractieleiders van de coalitiepartijen die een nieuw kabinet willen vormen, van tevoren afspraken met elkaar maken over het beleid van de komende vier jaar. De afspraken in een concept-regeerakkoord worden vervolgens goedgekeurd door de regeringsfracties in de Tweede Kamer. Ook de nieuwe bewindslieden stemmen doorgaans in met de afspraken. Zo verzekert het nieuwe kabinet zich van het vertrouwen van een meerderheid in de Tweede Kamer, en weten de coalitiefracties wat ze van hun bewindslieden mogen verwachten.

Het gebruik van het sluiten van regeerakkoorden begon in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Lange tijd was het gebruikelijk om slechts op een enkel onderwerp afspraken te maken. Maar in de jaren tachtig en negentig werden de regeerakkoorden weer veel langer. Onder premier Lubbers namen de afspraken „excessieve vormen” aan, zegt Paul Bovend’Eert hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij promoveerde op het proefschrift Regeerakkoorden en regeringsprograms. Onder Lubbers besloegen regeerakkoorden tussen de zestig en honderd pagina’s, met vaak nog dikke bijlages.

Afspraken die al helemaal van tevoren „dichtgetimmerd” zijn, zegt Bovend’Eert, maken de Tweede Kamer monddood en verhinderen elk publiek debat. „Met gedetailleerde regeerakkoorden wordt een open discussie uitgesloten”, zegt de hoogleraar. „Dat leidt ertoe dat kritiek op het beleid van het kabinet pas geuit wordt in de laatste fase van het wetgevingsproces, in de Eerste Kamer.”

CDA-leider Balkenende wilde in 2002 af van deze houdgreep van kabinet en Tweede Kamer. Hij reageerde daarmee op de kritiek van Pim Fortuyn die de gesloten politieke cultuur hekelde en op de onvrede onder burgers over de ‘achterkamertjespolitiek’.

Vervolg FORMATIE: pagina 2

FORMATIE

CDA en PvdA: kort regeerakkoord

Vervolg van pagina 1

Hij kondigde aan dat hij het regeerakkoord wilde beperken tot „één A-viertje, desnoods twee”. De coalitiefracties zouden slechts de hoofdlijnen moeten vastleggen, om te voorkomen dat zijzelf het volledige programma schrijven van het kabinet dat zij in de Kamer moeten controleren. De bewindslieden zouden dan onderling het regeringsprogramma moeten afspreken. „Je krijgt niet meer vertrouwen als je heel gedetailleerde afspraken maakt”, zei Balkenende. Als het kabinet zelf een programma schrijft, zou volgens hem een veel volwassener verhouding ontstaan tussen regering en parlement. „Zo krijg je meer dualisme.”

Het regeerakkoord van het eerste kabinet waarvan Balkenende premier werd, en dat was geschreven door CDA-informateur Donner, was uiteindelijk toch langer dan één A-viertje: 45 pagina’s. Eén A-viertje, stond er ironisch op het titelblad. Balkenende zei in het Kamerdebat over het document grappend: „Donner heeft een poging ondernomen om tot één A-viertje te komen, maar het werd wel een erg klein lettertype.”

Maar voor een deel had Balkenende toch gedaan wat hij had aangekondigd, want het zogenoemde ‘strategisch akkoord’ was wel een akkoord op hoofdlijnen. Net zoals zijn volgende regeerakkoorden.

Volgens Bovend’Eert is het de kunst om een goed evenwicht te vinden, want géén afspraken maken is ook riskant. Stel dat CDA, PvdA en CU niets vastleggen over de hypotheekrenteaftrek en de sociaal-democraten komen over een half jaar met een voorstel om deze aftrek te beperken, dan is het meteen ruzie, voorspelt de hoogleraar. „Aan een A-viertje zullen ze niet genoeg hebben. Omdat er wel een aantal heikele onderwerpen zijn, zullen ze wel iets meer pagina’s nodig hebben.”

Niet alleen CDA-leider Balkenende, maar ook PvdA-leider Bos wil het bij deze formatie „radicaal anders” doen. Dat zegt hij in het vorig jaar verschenen boekje Wat Wouter wil. „Ik denk echt dat het mogelijk is om een formatieakkoord van 1 of 2 velletjes te maken. Met een paar heel globale doelstellingen over de financiën en nog wat van die harde randvoorwaarden. Vervolgens zoek je heel precies de ministers bij elkaar en wordt het kabinet beëdigd.”

Daarmee is het proces volgens Bos nog niet afgerond. „Nee, dan begint het pas. Dan gaan die ministers zelf het regeerakkoord schrijven. Door in conclaaf te gaan met de mensen die het werk moeten doen.”

Dat is volgens Bos nodig omdat „de politiek in Nederland zo traag zaken klaarspeelt”. „Dat komt voor een belangrijk deel doordat er in een formatie allerlei doelstellingen worden afgesproken die vervolgens in beton worden gegoten en dan uitgevoerd móeten worden. Maar de mensen die het moeten uitvoeren, de leraren, de artsen, de agenten, de ondernemers, die zijn helemaal niet aan het woord geweest.”

    • Claudia Kammer
    • Antoinette Reerink