Als kind zat ik al in de verkleedkist

Liederen, opera, barok en eigentijds repertoire – de zang van Henk Neven beslaat alle tijden en stijlen.

In ‘Castor et Pollux’ zingt hij zijn eerste hoofdrol.

Henk Neven: „De rollen met innerlijke wrijving zijn natuurlijk het interessantst.” Foto Vincent Mentzel Henk Neven,opera zanger,bariton. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 11 december 2006 Mentzel, Vincent

Je ruikt de verf nog. „De kleur heet ‘stroop”, zegt bariton Henk Neven (30). De paneeldeur naar de huiskamer heeft hij op marktplaats.nl gevonden. Met mezzo-sopraan Marjolein Niels woont hij net in dit huis in Rotterdam; hun trouwfoto ligt vers ingelijst op een stapel verhuisdozen. „We kwamen uit Amsterdam. De verhuizers begrepen er niks van. Maar hier hebben we ruimte. Ook als we tegelijkertijd willen zingen, maar niet samen.”

Henk Neven maakte al in veel kleine rollen grote indruk. Als soepele huismeester in Barbers opera Vanessa (ZaterdagMatinee, 2004), gehoornde Pan in een pluchen broek (Bachs Jagdcantate, 2003) of charismatische Christus in de Matthäus Passion bij de Nederlandse Bachvereniging (2004). Dit en volgend seizoen wacht een aantal belangrijker rollen. Bij De Nederlandse Opera debuteert hij in maart in de luwte, als Il Commissario in Puccini’s Madama Butterfly. In mei volgt een grotere rol in Schrekers Die Gezeichneten. In het seizoen 2007-2008 is het tijd voor een forse partij in Messiaens St. François d’Assise en de eerste hoofdrol: Pollux in Rameaus Castor et Pollux.

„Rijzende ster vind ik een verschrikkelijke term”, zegt Neven. „Dat is iemand die wordt aangespoord te snel te stijgen naar grote hoogte – om vervolgens naar beneden te kunnen storten. Ik wil niet als een onaantastbare ster aan de hemel te staan. Muziek is voor mij een keuze voor het leven. Een voortdurend verder proberen te komen door te leren van de muziek die ik zing en van de collega’s – als ze goed zijn.”

Neven heeft het uiterlijk van een getapte jonge gymleraar. Fris kort haar, een rijzig voorkomen. „In mijn laatste jaar vwo was de sportacademie een van de opleidingen waar ik over heb nagedacht”, bekent hij. Andere opties: geschiedenis, of Frans. Maar het werd het Rotterdams Conservatorium. „Als zanger heb ik het allemaal. Beweging – zeker in opera is zingen heel fysiek – taal én geschiedenis.” Neven studeerde bij Maarten Koningsberger, die hij na drie jaar volgde naar Amsterdam. „Rotterdam was een klein, vertrouwd schooltje. Toen ik in Amsterdam aankwam, dacht men dat ik net begon, hoewel ik al drie jaar bezig was. Dat maakte het makkelijker.”

Hij kwam er terecht bij zangpedagoge Margreet Honig, tot wier persoonlijke aanpak het succes achter verschillende Nederlandse zangers is terug te voeren. „Veel zangleraren passen dezelfde truc toe bij al hun leerlingen. Honig luistert scherp en probeert het beste te maken van wat jij vocaal te bieden hebt.” Neven volgt nog steeds lessen bij haar, vertelt hij. „Maar nu toegespitst op de praktijk.”

Neven heeft een nuchtere kijk op het vak. Zingen mag een directe en persoonlijke manier van musiceren zijn – daar blijft het bij. Op verwijzingen naar de ongrijpbare dimensies van woord, klank en psyche waarin sommige zangers grossieren, zul je hem niet betrappen. „Natuurlijk is er een verband tussen je persoonlijke en je professionele leven, wie je bent en hoe je zingt”, vindt hij. „Maar die relatie moet je zelf in de gaten houden. Uiteindelijk gaat het erom hoe je klinkt, niet hoe je erover praat. Het komt voor dat je als zanger ergens doorheen moet. Iets niet durft, en dat wel moet. Een zangpedagoog moet je dan door zo’n grens heen laten breken aan de hand van de muziek. Hij moet psychologische kwaliteiten hebben, al is hij geen psycholoog.”

Op Nevens website is zijn brede muzikale oriëntatie terug te vinden. Zijn activiteiten beslaan alle tijden en stijlen, maar zijn geografisch geconcentreerd op Frankrijk en Nederland. „Mijn manager zit in Frankrijk”, verklaart hij. „Puur toeval. Ik vertrouw zijn oordeel, daar gaat het om. Hij weet wat ik kan en dwingt me niet te vroeg te grote rollen op me te nemen. Snel groeien kan verleidelijk lijken, en er zijn ook legio impresario’s die daarop aansturen. Maar het is ook risicovol. Een geleidelijke opbouw past beter bij me.” Die aanpak werkt. Tot 2002 studeerde Neven aan de Nieuwe Opera Academie. Daarna auditeerde hij een tijdlang bij studio’s van internationale operahuizen, in de hoop via zo’n ‘werkervaringsplaats’ repertoire op te bouwen. Maar al snel was een studioplaats niet meer nodig.

Ook De Vijf Baritons, waarmee Neven met vier Nederlandse stem- en generatiegenoten successen boekte in het kleine-zalencircuit, zijn door een teveel aan individueel succes van de leden een zachte dood gestorven. „Vorig jaar zong ik kleine rollen bij grotere huizen, nu zijn het wat grotere rollen. Maar het voornaamste is dat ik mag werken met echt goede dirigenten.” Zoals vorig jaar, in Bizets Carmen onder leiding van Daniel Barenboim. „Hij gaf me een totaal nieuw idee van wat musiceren inhoudt. Barenboim dirigeert alsof hij acht paar hersenen heeft, maar voegt daar ook nog een filosofische dimensie aan toe. Als alles in repetities zó fijn wordt geslepen en je ook als bijrolzanger alle aandacht krijgt, voel je je tijdens de voorstellingen volkomen vrij. Maar ik maak ook het tegendeel mee. Dirigenten die alleen hoofdrolzangers aandacht geven, starfuckers. Toen dat onlangs in het Concertgebouw voorkwam, raadde sopraan Eva-Maria Westbroek me aan lief te blijven lachen, maar tijdens het concert mijn eigen plan te trekken. Een wijs advies.”

Neven zong veel oude muziek, tot nu toe. „Maar ik beschouw mezelf niet als een barokzanger”, nuanceert hij. „Gelukkig vallen die scheidslijnen ook steeds meer weg. Een dirigent als René Jacobs werkt met ‘gewone’ zangers die stilistisch gevoel hebben voor barok. En als ik nu een enorme Wotan was... Maar mijn stem is van nature ook gewoon vrij breed inzetbaar.” Nevens bariton klinkt soepel, krachtig en warm, al kost het enige moeite cd-opnames op te sporen waaraan hij heeft meegewerkt. Dit voorjaar verschijnt Vénus et Adonis van Desmarest onder Rousset; Neven zingt er de rol van Mars. („Een van mijn vele schurkenrollen van dit jaar.”) En zelf noemt hij ook Love & Lament door de Nederlandse Bachvereniging, of Carl Loewe’s volstrekt onbekende passieoratorium Das Suhnopfer des ersten Bundes– via muziekweb.nl gratis te downloaden. Maar ook op zijn website staan fragmenten die een indruk geven van zijn kwaliteiten, zoals Mache dich, mein Herze rein uit de Matthäus Passion: kwetsbaar, met roerende lichtheid in de hoogte en kern en kracht in de laagte. Jeugdig en verontwaardigd in Hai già vinta la causa! (Almaviva) uit Mozarts Le nozze di Figaro. En aandoenlijk aangedaan in Schumanns toneelmuziek bij Byrons Manfred.

Welke kant het op zal gaan met die stem, weet Neven ook zelf nog niet. Hoewel, bij verwijzingen naar het Italiaanse repertoire licht zijn gezicht duidelijk minder op dan bij een rol als Wolfram in Wagners Tannhäuser of Evgeni Onjegin van Tsjaikovski. „De rollen met innerlijke wrijving zijn natuurlijk het interessantst”, zegt hij. „Dat maakt Onjegin zo’n aantrekkelijk personage. Of Hamlet van Ambroise Thomas. Daar droom ik van. Ik heb toneelspelen altijd leuk gevonden. Als kind, thuis, was ik al veel met de verkleedkist in de weer. In een opera kruip je langzaam in iemands huid. Dat leert je dingen over jezelf. Deze zomer zong ik mijn eerste Don Giovanni. Een zwart karakter, ziekelijk egocentrisch en manipulatief. En al ben je zelf totaal anders, je moet op zoek naar die kanten in jezelf. Na afloop ben je er nog niet klaar mee. ”

Neven moet al rollen weigeren. Maar voor voor dit en het komend seizoen is hij tevreden, zegt hij. „De balans is goed. Recitals en concerten zijn lastig te combineren met opera, maar ik wil ze per se blijven zingen. In opera verlang je naar de intimiteit van een lied. En op het concertpodium denk ik vaak: ‘Hé, waar is mijn kostuum?’ En dus wil je alles doen – het één vult het ander aan.”

Bovendien houdt hij ervan repertoire te kiezen en met elkaar in verband te brengen, vertelt Neven. Vorige maand was hij vrijwel fulltime onderweg voor uitvoeringen van Bachs Weihnachtsoratorium met dirigent Christophe Rousset, in november bracht hij met zijn broer een Liszt-recital in Utrecht, met elegieën voor cello en het melodrama Der traurige Mönch. „Door de combinatie leek het net of je de monnik in de elegieën hoorde weeklagen. In één geval sloot zelfs de toonsoort aan. Daar word ik echt opgewonden van, dat vind ik een sensatie.”

Juist zo’n programma zou Neven graag vastleggen. Hij hoopt dat het recital dat hij in augustus geeft in het Concertgebouw voor cd-opname in aanmerking komt, als onderdeel van het voortraject van de Nederlandse Muziekprijs waarvoor hij is geselecteerd. Studeren voor de Muziekprijs stelt Neven in staat op kosten van de staat naar eigen keuze lessen te volgen en soms ook andere projecten te ondernemen.

Voorlopig zijn er vooral plannen voor lessen bij Robert Holl en bij stemgenoot/zoöloog Simon Keenlyside, aan wiens timbre Nevens stem nu soms doet denken: wendbaar, warm, intelligent. „Ja?” Hij kijkt opgetogen. „Ik herken soms ook wel dingen. Keenlyside is ook begonnen met wat lichter repertoire en barokmuziek. Maar zijn hoogte, die is fantastisch. En hij heeft alle grote baritonrollen van Mozart gezongen en opgenomen. Het lijkt me fantastisch daarover met hem te praten.”

Meer informatie en concertdata: www.henkneven.com