Wie in Somalië wil heersen, heeft de clans nodig

De Islamitische Rechtbanken zijn opvallend snel uit Mogadishu verdreven.

De regering moet nu hopen op de steun van de clans.

Somalië, eind vorige week. Een gewonde strijder in een hospitaal. Foto’s Petterik Wiggers Somalia, Baidoa, December 27 2006 War wounded troops are admitted in the BAY hospital in Baidoa, Somalia. Fighting continues between TFG troops and the UIC, the Islamitic courts of Mugadishu. Photo: Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte. Wiggers, Petterik

Tot ieders verbazing hebben de strijders van de Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU) zich de afgelopen week, in het aangezicht van de Ethiopische overmacht, zonder slag of stoot teruggetrokken uit de Somalische hoofdstad Mogadishu. „Ik had meer tegenstand verwacht”, zegt Somalië-kenner Matt Bryden in Nairobi. „Maar ze trokken zich gedisciplineerd terug en leden geen verpletterende nederlaag. Ze voorkwamen dat hun organisatie werd vernietigd door de invasiemacht.”

Richard Dowden is hoofd van het Britse Koninklijke Afrika Instituut. „Ik had verwacht dat ze in de nauwe straatjes van Mogadishu een guerrilla zouden beginnen, want op de open savannes maken de islamitische strijders geen kans tegen de sterke Ethiopiërs.” Dowden gelooft niet in een snel eind van de oorlog: „Als de Ethiopiërs denken een regime in Mogadishu te kunnen neersmijten om dan te vertrekken, zijn ze erg naïef.”

Bryden voorspelt binnen één maand nieuwe militaire acties van de verdreven ICU. De Ethiopiërs versloegen hun vijand de ICU maar hebben geen plannen wie dan wel de macht in Mogadishu kan uitoefenen. „Er is een machtsvacuüm ontstaan in Midden- en Zuid-Somalië. De interim-regering is zwak en verdeeld en staat nu bekend als marionet van de gehate Ethiopische invasiemacht. Daar gaan de radicalen van de ICU in de al-Shabaab, het gewapende kader van de ICU, gebruik van maken. Tot zes maanden geleden waren ze gewend ondergronds te opereren. Hun structuren aan de basis zijn nog steeds intact en ze gaan weer ondergronds”.

De ICU is altijd verdeeld geweest tussen een radicale en een gematigde vleugel. Militieleider Aweys leidde het hoogste bestuursorgaan van de ICU, de 91 leden tellende Shura (raad). Zijn discipel Adan Hashi Ayro leidde de radicalen en hij stond aan het hoofd van de 13 leden tellende bestuursraad van de schimmige maar uiterst belangrijke al-Shabaab. Ayro en zijn strijdmakker Hassan Turki worden genoemd in verband met de moord in Somalië op twee buitenlandse journalisten de afgelopen twee jaar, wegens een mislukte aanslag op president Abdullahi Yusuf van de interim-regering en wegens de moord op een Italiaanse non vorig jaar in Mogadishu. Aweys, Ayro en Turki zijn geharde krijgers en al lange tijd werkzaam aan het project om Somalië in te richten volgens de extreme vorm van de islam.

De Somalische krijgskunst is uniek, bepaald door het vijandige landschap, de in clans gefragmenteerde samenleving en het individualistische karakter van de bewoners. Ideologie speelt vrijwel geen rol. De strijder laat zich bij zijn keuze voor een groep leiden door aanhankelijkheid aan zijn clan, subclan, of subsubclan en bij gevechten speelt persoonlijke moed een hoofdrol. Hij ontvangt geen soldij, en krijgt zijn loon door plunderen.

Toen de ICU in juni Mogadishu veroverde, trokken veel strijders van de verslagen krijgsheren hun uniformen uit en sloten zich bij de rechtbanken aan. Vermoedelijk staan ook nu vele strijders voor hun klerenkasten en overwegen welk krijgskostuum het meest geschikt is voor het moment. Door dit verwarrende gevechtspatroon kan geen enkele heerser zich veilig wanen in de hoofdstad. Vermoedelijk nog tweeduizend gewapende ICU-aanhangers houden zich schuil in de hoofdstad.

Somalië is een van de heel weinige Afrikaanse landen met nagenoeg één stam – maar de verdeling tussen clans houdt de samenleving verdeeld. Er bestaan vijf grote clans die elk weer zijn onderverdeeld in subclans. Een Somaliër leeft voor zijn clan want hij bestaat bij de gratie van die clan.

Het ruige en droge Somalië is vooral geschikt terrein voor herders en in de traditie van nomaden is een ieder zonder clanbescherming een outcast. Na 1991 had het land geen centraal gezag meer en iedere Somaliër kon alleen vertrouwen op zijn clan. Een buitenlandse bezoeker aan het chaotische Mogadishu liet zich beschermen door lijfwachten van één clan, en als hij naar een deel van de stad ging met weer een andere clan moest hij van lijfwacht wisselen.

Het archaïsche clansysteem geeft het clanlid binnen zijn groep bescherming, maar maakt natievorming uiterst moeizaam. Toen in 2002 voor de veertiende keer sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 1991 een vredesconferentie in Kenia begon, moesten de clans in aparte hotels worden ondergebracht, want ze konden elkaar niet luchten. Aan dit twee jaar durende vredesoverleg namen krijgsheren, clanleiders en burgergroepen deel. Het leidde tot oprichting van de interim-regering waarvoor Ethiopische troepen het nu hebben opgenomen. „Dit vredesproces was uiterst eenzijdig en gaf de islamitische rechtbanken gelegenheid invloed te winnen”, zegt Matt Bryden.

Achter de schermen liet Ethiopië zijn invloed gelden bij het einde van het vredesoverleg, twee jaar geleden. Krijgsheren trouw aan Ethiopië werden op prominente plaatsen in de interim-regering benoemd. De belangrijke Hawiye-clan die in en rond Mogadishu woont kreeg weinig posten. President werd de zieke en bejaarde Abdullahi Yusuf, een oude bondgenoot van Ethiopië en lid van de Majerteen-subclan, de grote concurrent van de Hawiye.

De machtsbasis van de ICU is in hoofdzaak gebouwd op de Hawiye en in mindere mate de Ogaden-clan. „De leiders van de Hawiye zijn sinds enkele dagen bang voor wraak van de interim-regering”, vertelt Bryden. „De enig mogelijke goede uitkomst van de huidige strijd is als de interim-regering snel tot een akkoord komt met deze Hawiye-leiders.” Premier Gedi van de interim-regering voerde gisteren in Mogadishu overleg met de Hawiye-leiders maar zonder resultaat.

De islamitische rechtbanken brachten orde in Mogadishu en kregen daarvoor lof van de bewoners die jaren onder de terreur van de krijgsheren leefden. Somalië is vrijwel geheel islamitisch, dus het uitroepen van een islamitische staat door de ICU riep weinig verzet op. En net als in het noordelijke, autonome Somaliland leidde de burgeroorlog tot een golf van naar binnen gericht, religieus conservatisme.

Onder de bevolking slaat het ideologische fundamentalisme deels aan. Maar de rechtbanken legden ook een sluier van rigide islam over de samenleving door het verbieden van voetbal op tv, ‘decadente’ westerse films en het roken van sigaretten. Dergelijke geboden riepen verzet op in de hoofdstad. Toch vielen de rechtbanken voor vele inwoners te verkiezen boven de parasiterende krijgsheren.

Die krijgsheren keerden in het kielzog van de Ethiopische invasie terug. Amerika steunde deze gehate krijgsheren eerder dit jaar, omdat ze het opnamen tegen vermeende internationale terroristen in Mogadishu.

De interim-regering kan niet rekenen op een eigen leger en moet vertrouwen op de Ethiopiërs, die zo snel mogelijk het land willen verlaten. Als enige steunpilaar in het land blijven dan de krijgsheren over, waarvan de bevolking zich juist wil bevrijden.

    • Koert Lindijer