Uithuilen en opnieuw beginnen

Veel afscheid op de televisie deze dagen. Het jaar natuurlijk dat van ons ging, maar ook Henk van Os die geen beelden meer stormt en mooi uitgeluid werd, en Sonja Barend, en Saddam Hussein die de strop om zijn nek gelegd kreeg en even later dood in een laken lag. Het heeft toch iets weerzinwekkends deze hele vertoning, met een proces dat de Amerikaanse journalist Philip Robertson vanuit Bagdad in Nova ‘theater’ noemde: „Het is het theater van de gerechtigheid, niet de gerechtigheid zelf”. Hij bespeurde verder niet erg veel vreugde, minder dan bij een gewonnen voetbalwedstrijd, en ook geen verandering, het geweld gaat onverminderd door. Zoals een Iraakse vriend tegen Robertson had gezegd: „Hij [Saddam] is in stukken uiteengebarsten en werd een heel volk.”

Merkwaardig hoe deze executie zich afspeelde in de luwte van de hadj en de oudejaarsterugblikken en afscheiden en maar geen gebeurtenis wilde worden, voor niemand, kreeg je de indruk, al probeerde een enkeling het feit dat Saddam geëxecuteerd was op de dag van het offerfeest nog als een extra belediging op te vatten om er zo nog iets van emotie bij te krijgen. Het afscheid van Sonja Barend was, oh televisie, oh omkering van alle waarden, heel wat opwindender. Het kan makkelijk heel vervelend zijn, zo’n Hilversums feestje rond een coryfee, maar dat was het helemaal niet. Kwam ook natuurlijk door Sonja Barend zelf, die een groot talent voor natuurlijkheid heeft, en niet ineens heel week en klef werd omdat ze afscheid nam maar ferm en vrolijk zichzelf bleef, daarbij uitstekend terzijde gestaan door Paul de Leeuw. Grappig om te zien hoe het voor andere televisiehelden niet makkelijk was om zich naast haar staande te houden. Paul de Leeuw kon het goed, Paul Witteman stak wat stijfjes af en arme Hanneke Groenteman zag er ineens verkrampt uit, met ingestudeerde vragen waarop ze de antwoorden maar nauwelijks af kon wachten, als een kind dat voor de schoolkrant uit interviewen gaat. En dan was er Martin Bril, die een loftoespraak kwam houden maar voor hij daaraan kon beginnen te horen kreeg: „Wij hebben nog wat te verhapstukken. Ga maar eens even zitten” waarop je hem achteruit zag deinzen en ijverig zoeken naar waar zijn koele blik gebleven was. Hij werd berispt om zijn windvanerigheid, en kon niets anders verzinnen dan een plotselinge totale amnesie, waarna zijn toespraak uitgesproken onoprecht klonk, te meer omdat hij de vrouw die hij zei zo te bewonderen en die daar gewoon voor hem zat, nul keer aankeek. Ze omhelsde hem desalniettemin grootmoedig aan het eind van zijn optredentje.

Eeuwig jammer dat ze ermee ophoudt, persoonlijkheden met humor en serieuze bedoelingen zie je te weinig op de televisie.

Cabaretiers Lebbis en Jansen duwden het oude jaar over de rand in een snelle, drukke, geëngageerde oudejaarsvoorstelling, waarin vooral Rita Verdonk en het asielbeleid steeds terugkeerden, en ook de angst voor moslims en terrorisme. In 2006 hebben we ons door bange politici laten wijsmaken dat moslims gevaarlijke gekken zijn, die niets anders doen dan ontploffen alsof het een nieuw soort vuurwerk betrof, maar „die jongens die zichzelf opblazen, die stáán wel ergens voor”. Ze schuwden gevoeligheden niet en sprongen met hun volle gewicht bovenop heilige huisjes, met soms meer woede dan humor, maar wel meeslepend.

En nu zijn we weer gewoon aan een nieuw jaar begonnen. De eerste televisieavond was het nog niet helemaal. Zet hem op jongens! Laat zien dat Sonja niet al die jaren voor niets gewerkt heeft!

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen