‘Opvangruimtes zullen niet aan te slepen zijn’

Dit jaar ontstaan er wachtlijsten voor buitenschoolse opvang, zo verwacht de branche. „Kinderopvang was nog nooit zó goedkoop.”

Vanaf dit jaar zullen waarschijnlijk langere wachtlijsten ontstaan voor buitenschoolse opvang (BSO). Bijna de helft van de kinderopvangorganisaties heeft al een wachtlijst. Ook als er meer plekken bijkomen, zullen ouders – door extra vraag – in 2007 langer moeten wachten voordat hun kind kan worden opgevangen. Dit blijkt uit onderzoek van de Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep) brancheorganisatie voor kinderopvang. Hierbij is 80 procent van de bedrijven aangesloten.

Als een van de oorzaken voor de verwachte vraagtoename van 20 procent noemt de MOgroep de motie Van Aartsen/Bos die scholen verplicht vanaf 1 augustus van dit jaar voor- en naschoolse opvang te organiseren als ouders dit wensen, zo zegt Rob Vergeer, voorzitter van de MOgroep. Vanaf vandaag gaan scholen aan ouders vragen of ze opvang willen.

Welke ouders krijgen met wachtlijsten te maken?

„Zeker in de Randstad, maar ook in nieuwbouwwijken. De ruimtes om kinderen op te vangen zullen daar niet aan te slepen zijn.”

Waar komt al die extra vraag ineens vandaan?

„We hadden wel een vraagstijging verwacht, maar dat het om 20 procent gaat, is voor ons een verrassing. We investeren nu fors om aan de vraag te voldoen.”

Als een van de oorzaken noemt u de motie Van Aartsen/Bos. Maar die stamt uit oktober 2005. Scholen en de belangenorganisatie voor ouders in de kinderopvang zeggen dat u dit had kunnen zien aankomen.

„Dat vind ik te makkelijk. We zouden wel gek zijn geweest als we, wanneer we hadden geweten dat de vraag zo zou toenemen, daar niet eerder op waren ingesprongen. Maar de motie is niet de belangrijkste oorzaak voor de vraagstijging. Belangrijker zijn de maatregelen die het kabinet eind vorig jaar heeft genomen om de kinderopvang voor alle ouders goedkoper te maken: de verplichte werkgeversbijdrage, en de 125 miljoen extra voor tegemoetkoming in de kosten via de Belastingdienst. Dit scheelt voor veel ouders duizenden euro’s per jaar.”

In februari 2006 concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau nog dat de motie nauwelijks méér vraag aan opvang zou genereren.

„Het SCP had daarin nog niet de effecten van de financiële maatregelen en de aantrekkende arbeidsmarkt meegenomen. Kinderopvang is nog nooit zo goedkoop geweest.”

Kunt u komend jaar voldoen aan de vraag?

„We zitten aan de grenzen van onze mogelijkheden, in de grote steden zeker. Vooral het aantal locaties voor BSO is een probleem. We kunnen niet zomaar overal gaan bouwen.”

Hoe gaat u dat oplossen?

„We doen een beroep op gemeenten om veel meer locaties beschikbaar te stellen en bestemmingsplannen sneller te wijzigen.”

Onder de nieuwe wet zijn scholen verplicht kinderopvang te organiseren. Maar wat als ú niet kunt leveren?

„Dan moet gekeken of het misschien via gastouders kan, of er moet iets met vervoer geregeld worden, naar verderaf van de school. Er is nog veel mogelijk. Maar uiteindelijk gaan wij ervan uit dat niemand, ook scholen niet, aan het onmogelijke gehouden kunnen worden.”

Uiteindelijk zullen ouders teleurgesteld worden.

„Ik ben bang van wel.”

Dit onderzoek is goed getimed. Deze week beginnen scholen te inventariseren of ouders opvang wensen. En volgende week gaan de formatiebesprekingen voor een nieuw kabinet verder. Bijna elke politieke partij wil gratis kinderopvang.

„Ik zal niet ontkennen dat we dit onderzoek ook hebben uitgebracht om aandacht voor de problemen in de sector te vragen.”

    • Japke-d. Bouma