Nederlandse musea trekken recordaantal bezoekers

Dankzij de Rembrandt-tentoonstellingen en jubileumevenementen trokken veel Nederlandse musea in 2006 meer bezoekers dan ooit.

Veel Nederlandse musea hebben in 2006 een recordaantal bezoekers getrokken. Het Rijksmuseum was de grootste publiekstrekker. Hoewel het hoofdgebouw van het Amsterdamse museum wegens verbouwing grotendeels gesloten was, wist het Rijks in 2006 ruim 1,8 miljoen bezoekers binnen te halen. Zij kwamen af op onder meer de tentoonstelling Fashion DNA in De Nieuwe Kerk en op de exposities in de Rijksmuseumvestiging op Schiphol, maar vooral op de vijf Rembrandt-tentoonstellingen in de Philipsvleugel.

Ook andere musea hebben successen geboekt dankzij het Rembrandtjaar. Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden haalde met de Rembrandt-tentoonstellingen ruim 120.000 bezoekers binnen, vier keer zoveel als in 2005. En het Joods Historisch Museum in Amsterdam, dat een groot deel van 2006 gesloten was wegens verbouwing, had dankzij de tentoonstelling De joodse Rembrandt toch nog een goed jaar met 82.000 bezoekers. De blockbuster Rembrandt-Caravaggio in het Van Gogh Museum, georganiseerd samen met het Rijksmuseum, trok ruim 400.000 bezoekers en is daarmee de best bezochte tentoonstelling van het Rembrandtjaar. In totaal brachten in het afgelopen jaar 1.675.000 mensen een bezoek aan het Van Gogh Museum, 275.000 meer dan in het vorige recordjaar 2005.

Opvallend is de groeiende belangstelling van jongeren voor de Nederlandse musea. In de Kunsthal verdubbelde het jongerenbezoek, mede dankzij de dinosaurissen-expositie, naar 60.000. De Rotterdamse instelling trok vorig jaar in totaal ruim 220.000 bezoekers – een „onverwacht hoog aantal”, schrijft de Kunsthal in zijn persbericht. Ook de Haagse Gemeentemusea (Gemeentemuseum, Fotomuseum, GEM en Escher-museum), zagen de belangstelling van jongeren groeien. Sinds de entree voor kinderen tot 18 jaar in de Haagse musea gratis is, bestaat een kwart van het totaal aantal bezoekers uit jongeren.

Het organiseren van grote tentoonstellingen en speciale evenementen blijkt voor hoge bezoekcijfers essentieel. De uitschieters van 2006 zijn allemaal te danken aan een bijzonder programma. Zo trok het Singer Museum 112.000 bezoekers vanwege de viering van zijn 50-jarig bestaan en zagen ook het 70-jarige Van Abbemuseum en het 125-jarige Fries Museum hun bezoekersaantallen spectaculair stijgen. Het Centraal Museum scoorde dankzij de opening van het Dick Brunahuis.

Wie geen blockbusters organiseerde, merkte dat onmiddellijk, zo blijkt uit de tegenvallende bezoekcijfers van bijvoorbeeld Museum Boijmans van Beuningen. In het eerste jaar sinds zijn verzelfstandiging trok Boijmans slechts 185.000 bezoekers, een kwart minder dan in 2005. Toch vindt het Rotterdamse museum de cijfers „overeenkomstig de verwachtingen”, want een publiekstrekker als de Dalí-tentoonstelling was er dit jaar niet. Om diezelfde reden zegt ook het Noordbrabants museum een „bijzonder goed jaar” te hebben, terwijl er in Den Bosch nog niet de helft van de 250.000 bezoekers uit 2005 geteld werden. Maar toen had het museum de succesvolle tentoonstelling Knus, die alleen al 167.000 mensen trok.

    • Sandra Smallenburg