Na Saddam Hussein

De executie van Saddam Hussein voltrok zich onder kenmerkende omstandigheden. De officiële beelden van de ophanging, aanvankelijk als sober gepresenteerd, werden gisteren aangevuld met opnames van meer ontluisterend karakter. De terechtstelling stond model voor het Irak van dit moment: een wetteloos land van moord en doodslag, wraak en vergelding. De executie was een logisch vervolg op een proces dat niet zo had mogen verlopen. Saddams misdaden waren groot, maar ook hij verdiende een eerlijke rechtsgang. Wat hij kreeg, was nog geen schijn daarvan. Saddam Hussein stierf onder barbaarse omstandigheden. Het waren de Middeleeuwen – en als dat de lijn is van de zittende regering, heeft het land nog een lange weg te gaan.

In brede kring heerst opluchting over zijn dood. Hoewel het begrijpelijk is, moet ook dit doodvonnis principieel worden afgewezen. Het was beter geweest als Saddam op een internationaal tribunaal buiten Irak was berecht. De internationale rechtsorde wijst het uiterste middel van de doodstraf over het algemeen af. De grote internationale tribunalen van de Verenigde Naties (onder andere Joegoslavië en Rwanda) kennen de straf niet. Wat niet wil zeggen dat deze in het geheel geen deel uitmaakt van de internationale rechtsorde.

Naar Europese maatstaven is de doodstraf in strijd met de mensenrechten, hoewel ook hier voor oorlogsrecht opties worden opengehouden. Ook voor Irak zou moeten gelden dat doodvonnissen onverenigbaar zijn met de begrippen democratie en rechtsstaat. Beide aanduidingen zijn dan ook niet op Irak van toepassing.

Of Saddams dood „een belangrijke mijlpaal is op de weg naar democratie”, zoals de Amerikaanse president George W. Bush het noemde, valt nog maar te bezien. Voorlopig is het land in de greep van chaos en onveiligheid. Een recordaantal Iraakse burgers kwam afgelopen maand door politiek en religieus geweld om het leven. Volgens het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken stierven in december 1.930 mensen een gewelddadige dood, ruim drie keer meer dan in januari 2006. De burgeroorlog in Irak zou vorig jaar in totaal meer dan 12.000 burgers het leven hebben gekost. Het zijn officiële cijfers, die nauwelijks zijn te controleren. De ware aantallen slachtoffers liggen waarschijnlijk aanzienlijk hoger.

Executies en folteringen in het huidige Irak zijn, net als destijds onder Saddams bewind, aan de orde van de dag. Soms worden ze in het openbaar voltrokken, gewoon op straat, soms in het verborgene. Vorige week lichtten Britse troepen een tipje van de sluier op, na hun inname van een politiebureau in Basra. Gevangenen bleken daar routinematig te worden gefolterd en geëxecuteerd. Bezien in dit licht klinken woorden als democratie en rechtsstaat hol en schijnheilig.

De dictator is dood. Hij stond aan het hoofd van een regime dat land en volk te schande maakte met een gewetenloze, infame politiek die tallozen het leven kostte. Maar hij had een beter – dat wil zeggen: wettelijker – lot verdiend. Wat voor Saddam Hussein in de plaats is gekomen, doet vooralsnog het ergste vrezen. Beter is het in ieder geval niet.