Ik vind het lang niet voor alle tirannen zielig dat ze sterven

En toen was Saddam Hoessein ineens dood. Ik had het niet zien aankomen, want ik dacht: dat wordt alsmaar een hoger beroep, en als ze dan bijna bij het allerhoogste beroep zijn aangekomen, ligt hij ineens dood in een hoekje van zijn cel, door zelfgebrouwen gif, of ouderdom (van tiran zijn word je vroeg oud). En dat ophangen, dat geloofde ik ook niet. Ophangen, daar dreig je wat mee, maar dat doe je uiteindelijk natuurlijk niet. Tenminste, zo ging het vroeger als ik ruzie met mijn broertje had.

Maar Saddam werd dus wel opgehangen. En dat vond ik – ik durf het haast niet te zeggen – een beetje zielig. Dat zeg ik niet uit recalcitrante Georgina Verbanerigheid (‘Osama Bin Laden is een lekker ding’). Ik heb geanalyseerd waarom ik dat zielig vind. Want ik vind het lang niet voor alle tirannen zielig dat ze sterven. Met Hitlers dood heb ik bijvoorbeeld nooit enig probleem gehad. Dat komt, denk ik, omdat hij van voor mijn tijd is. Ik heb alleen maar over zijn wandaden gelezen, en zwart-witbeelden van hem gezien waarop hij meutes mensen toeblafte op onaantrekkelijke wijze. ‘Eins! Zwei! Drei!’ Of iets dergelijks. Die mocht best dood van mij.

Maar met hedendaagse tirannen is het anders. Je bent, hoe zal ik het zeggen, met ze opgegroeid. Ze zijn er altijd geweest, net als chocomel en Kinderen voor Kinderen. Je noemt ze bij hun voornaam. Ze zijn een onderdeel van je leven. Geen leuk onderdeel, maar toch: een onderdeel. Daarbij kwam dat Saddam een snoepkous was, en dat vond ik een teken van menselijkheid. En ik had ooit in een krantenberichtje (dat veel centraler in het wereldnieuws had moeten staan) gelezen dat Saddam in het tuintje bij zijn gevangeniscel een cirkel van stenen om een palmboom had gelegd. Een man die aan rotstuinieren doet, daar moet iets van beschaving in zitten, dacht ik, en van liefde voor de natuur, en voor de mens (of in ieder geval voor stenen).

Met deze gedachten liep ik dit weekend rond. Ik vond ze verwarrend. Maar toen zag ik bij het Nieuwjaarsconcert een verlegen, twaalfjarige Iraakse asielzoeker die al zes jaar op een verblijfsvergunnig zat te wachten. Hij zong een mooi en treurig lied, waarvan ik onmiddellijk moest huilen. Je hebt zielig en je hebt echt zielig – en gelukkig wist ik het verschil nog.

Aaf Brandt Corstius

Lees alle columns van Aaf op www. nrc.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius