Haar rolstoel kan trappen op

Ilja Pfeijffer is deze weken correspondent van nrc.next in Second Life.

In deze virtuele wereld kun je zijn wie je wilt en doen wat je wilt. Toch zit Elke in een rolstoel.

De rolstoel van Elke is een exacte kopie van haar echte rolstoel. Foto Lilith Lunardi Second Life is een snelgroeiende virtuele wereld waarin mensen onder een zelfgekozen identiteit, vanachter hun computer, met elkaar praten en handelen. Ook echte bedrijven hebben er filialen geopend. Lunardi, Lilith

Het was al zo’n verwarrende dag. Ik zou gaan winkelen met Vogue Foulon. In de Bare Rose-boetiek kwamen we een vriend van haar tegen, die ons een nieuwe club wilde laten zien in Tika. Of was het in Berkshire? Hij was vergeten de locatie vast te leggen. Met z’n drieën vlogen we rond over mainland en diverse eilanden. We verloren elkaar bij voortduring uit het oog, zoals dat gaat met vliegen. We landden op een plek waar we beter niet hadden kunnen landen. Woeste Vikings eisten van ons dat we ons modest zouden kleden. Dan moet je net Vogue Foulon hebben. Ze modificeerde zich in haar mooiste marteljurkje. Het was tijd om weg te gaan.

Die vriend had een huis in Shiner. Hij nodigde ons uit voor een rondleiding. Tegenwoordig is dat hele gebied opgekocht door Jessie Beckham die daar onder de naam van het ‘Picasso Project’ een prachtige red-brick woonwijk bouwt. Maar toen had hij daar nog een grotesk vrolijk trollenhuisje, compleet met vleesetende planten en een kleine bloedrivier. Voordat we toe waren aan de sauna die hij ingenieus in een boomhut had gemonteerd, was Vogue Foulon verdwenen. Floddersletje. Daarom vind ik haar ook juist zo leuk. Ze was bij de buren, zag ik op mijn mini-map. In vol ornaat, zijde en leer wuft wuivend langs gefrustreerde heupen belust op vertier, was zij daar binnengestormd. We gingen haar achterna. En toen zag ik de buurvrouw.

Ze had haar huisje keurig aan kant. Planten stonden in de juiste hoeken. Kaarsjes brandden op het salontafeltje. De kasten hadden een textuur met boekenruggen. Het kleed lag recht. Een vuurtje knapperde in de haardstee. We verontschuldigden ons.

„Het is al goed”, zei ze. „Ik heet Elke. Welkom. Normaal ben ik nooit op deze tijd online. Ga zitten. Willen jullie iets drinken?”

Ze zat in een rolstoel.

„Het spijt me”, zei ik.

„Waarom?”

Ik wist niet wat ik moest antwoorden. Datgene wat mij speet, was dat ze in een rolstoel zat. Maar hoe zeg je zoiets? In Second Life kun je zijn wie je wilt, zeemeermin, fotomodel, duivelin, meesteres, hoer, engel, draak, outlaw, danseres, poes, stoeipoes, slavin of elfje. Je kunt rood zijn of blauw, vliegen zonder vleugels en duiken zonder kieuwen. Iedereen is eeuwig jong en bewoont wuft monkelend paleizen van marmer. Zij zat in een rolstoel.

„Mijn eerste maand hier”, zei ze, „heb ik wel benen gehad. Ik had de langste benen van heel Second Life. Ik kon dansen en rennen, neuken en dansen. Ik kon dansen. Maar er klopte iets niet. Ik had het idee dat ik in Second Life niet mezelf was. Ik heb twee jaar geleden een ongeluk gehad. Het was ik tegen een vrachtwagencombinatie. Ik heb verloren. Haha. Het gaat nu goed met mij hoor, maak je geen zorgen. Ik ben alleen veertig centimeter korter. Hahaha.”

Ik wilde zeggen dat het mij speet.

„Deze rolstoel is een exacte kopie van mijn echte rolstoel. Ik heb hem speciaal laten maken. Was nog best duur. Haha.”

Maar je kunt zijn wie je wilt, Elke. Je kunt een flodderdelletje zijn als Vogue Foulon en vliegen over mainland en diverse eilanden. Je kunt dansen.

„Maar deze rolstoel in Second Life is zo veel beter dan mijn echte rolstoel. Ik kan zelfs trappen op. Althans sommige. Second Life is een hemel.”

    • Ilja Leonard Pfeijffer