Feestsigaar

Feestsigaar sigaren

Het is mijn voornemen dit jaar meer te gaan roken. Cubaanse sigaren, wel te verstaan.

Ik weet wel dat de meeste mensen zich voornemen om in het nieuwe jaar minder te gaan roken, of helemaal te stoppen (en, is het gelukt?). Ze hebben, medisch gezien, gelijk.

Maar ik wil dit jaar beter gaan roken. Daarom wil ik meer Cubaanse sigaren gaan roken dan ik tot nu toe deed. Dat komt door Fidel Castro, die bijna dood is, en door een avondje ruim een maand geleden in Hotel de l’Europe in Amsterdam, waar ik meer Cubaanse sigaren (5) heb gerookt dan ik in mijn hele leven tot nu toe (4 in 48 jaar) deed.

Het was een promotie-avondje van het Cubaanse topsigarenmerk Cohiba, dure, handgedraaide sigaren die wereldwijd worden verkocht. Sindsdien weet ik dat het ook Castro’s privévoorkeursigaren zijn en dat komt doordat Castro eens opmerkte (rook) dat een van zijn lijfwachten, Bienvenido ‘Chico’ Perez, vaak zo’n lekkere, aromatische sigaar rookte. Wat rook jij, vroeg Castro. Het waren sigaren van tabaksbladeren die voor een betere smaak extra lang hadden liggen broeien, gemaakt door een vriendje. Castro ging ze ook roken en gebruikte ze als exclusief relatiegeschenk voor hooggeplaatste gasten. Zo begon een sigaar uit het volk zijn weg omhoog. Dat was in 1966, de revolutie was zeven jaar oud. Pas in 1982 zijn de Cubanen Castro’s favoriete sigaren wereldwijd gaan verkopen.

Die Castro-sigaar, die de naam Cohiba kreeg, vierde afgelopen jaar dus zijn veertigste verjaardag. Vandaar het sigarenfeestje in het Amsterdamse hotel, aangeboden door de directeur van de Cubaanse sigarenfabriek, Rafael Collazo Cabrera, aan Nederlandse rokers. Er werd onbekommerd gerookt tijdens het eten, heerlijk. En de jarige sigaren, in verschillende maten, waren erg lekker, maar ik vind elke Cubaanse sigaar een feestsigaar. Er werd over van alles gesproken, die avond („Sigaretten roken is een zenuwtrek, sigaren roken is cultuur”) – behalve over de zieke Castro en zijn dictatoriale bewind. Misschien wilde niemand de feeststemming bederven, of misschien zat niemand er ook mee – het waren meest geslaagde zakenlui die aan de sigaren trokken, zoals bedrijvenmakelaar Cor van Zadelhoff en filmmagnaat Matthijs van Heijningen, en die zien de zaken altijd ruim.

Maar ik kreeg ineens een gewetensbeet: is het ethisch wel verantwoord om Cubaanse staatssigaren te roken? Steun je dan niet rokend het regime dat, aldus Amnesty International, tientallen Cubanen in de bak gesmeten heeft, alleen omdat ze hun mening wilden uiten? Moet ik wachten met Cubaanse sigaren roken tot Castro dood is?

Ik wendde mij tot een man die zowel op het gebied van Cubaanse sigaren als ethiek in ruime zin des woords een ijkpunt is: columnist H.J.A. Hofland. Ik legde hem, toen ik hem op de redactie zag, de vraag voor: is het ethisch verantwoord Cubaanse sigaren te roken? „Natuurlijk,” zei hij, „Ik doe het de hele tijd.” Later las ik ook nog dat Amnesty tegen de economische boycot van de VS tegen Cuba is. Ik weet genoeg. Ik ga sparen om Cubanen te roken. Het kan een feestelijk jaar worden.