ETA-aanslag zware klap voor Zapatero

De ETA-aanslag op een terminal van het vliegveld van Madrid is een zware slag voor de Spaanse premier Zapatero. Het vredesproces heeft voorlopig geen kans meer.

Diepe teleurstelling, gevolgd door woede en frustratie beheersten de jaarwisseling in Spanje. De zware bomaanslag van de ETA, die de parkeergarage van de splinternieuwe T4-terminal van de luchthaven Barajas veranderde in een massa verwrongen staal en beton, maakt in een klap een einde aan alle hoop op een oplossing van het Baskische conflict. Voor het eerst sinds jaren zijn er doden te betreuren: twee Ecuadorianen die in hun geparkeerde auto’s lagen uit te rusten, werden onder het puin bedolven.

De aanslag vormt een zware tegenslag voor premier Zapatero, die zaterdag zichtbaar aangeslagen verklaarde dat de besprekingen met de ETA zijn opgeschort. Dat betekent: afgelast, zo is inmiddels in regeringskringen verklaard. Want ETA heeft de belangrijkste voorwaarde voor de gesprekken – geen terreurgeweld – met voeten getreden. Daarmee vervalt de parlementaire motie die de regering het groene licht gaf om te onderhandelen met de ETA. Op korte, maar ook middellange termijn lijken daarmee de kansen op het zogenaamde ‘vredesproces’ verkeken.

Dat betekent een stevig gezichtsverlies voor Zapatero. De premier waarschuwde de afgelopen maanden bij herhaling dat het vredesproces een langdurige en taaie zaak zou worden. Maar de ondertoon was optimistisch. Nu daar niets meer van over is heeft dat onvermijdelijk zijn weerslag op de huidige regering.

De conservatieve oppositie was er als de kippen bij om de premier persoonlijk de schuld te geven. „Geen enkel beschaafd land in onze omgeving reageert zoals Zapatero tegenover deze terroristen”, aldus oppositieleider Rajoy. Zijn partij bleef daarmee trouw aan de verbeten strategie die het politieke leven in Spanje nu al jaren lang beheerst: geen enkele steun aan de regering, ook niet als het de terreur betreft. Tijdens een door de conservatieven gesteunde protestmars van terreurslachtoffers werd Zapatero voor moordenaar uitgemaakt.

Anders dan bij eerdere gesprekken met de ETA onder de regeringen van Felipe González en José María Aznar was het totale gebrek aan politieke eenheid tegenover overleg met de terroristen dit maal kenmerkend. Andersom is het ook de eerste maal dat de ETA zonder waarschuwing vooraf zijn wapenstilstand doorbreekt. Woordvoerder Arnaldo Otegi van de radicale Batasuna-partij veroordeelde zoals gebruikelijk de aanslag niet en gaf de regering de schuld. Volgens hem betekent de aanslag niet dat de dialoog is afgebroken. Maar ook in Batasuna-kringen werd enigszins verbaasd gereageerd op het ontbreken van een formele opzegging van de wapenstilstand.

Een en ander voedt het vermoeden van verdeeldheid binnen de radicaal-nationalistische kring. Naar verluidt zou de regering reeds toezeggingen hebben gedaan over een verplaatsing van ETA-gevangenen naar gevangenissen dichter bij Baskenland. Batasuna zou dan op haar beurt met een formele afzwering van het geweld haar deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen van mei mogelijk hebben gemaakt. Dat laatste is nu uitgesloten en betekent een lelijke streep door de rekening van radicale nationalisten, die een belangrijk deel van hun machtsbasis in de lokale politiek hebben.

Over de aanleiding voor het hervatten van het geweld is nog niets bekend. ETA staat nog altijd voor de vorming van een eigen Baskische natiestaat die behalve de huidige Baskische regio ook de regio Navarra en een aantal Franse provincies zou moeten omvatten.