Demonstreren mag in Athene, maar wel rechts houden

De burgemeester van Athene wil sympathie winnen met een demonstratieverbod.

Die kan hij ook gebruiken, gezien het rumoer in de stad.

De jaarwisseling heeft de bevrijding van Athene’s stadscentrum gebracht. De minister van Orde, Byron Polýdoras, heeft met ingang van 1 januari met een presidentieel decreet ingevoerd dat demonstraties met minder dan vijfhonderd deelnemers voortaan het linkerdeel van de rijweg vrijlaten.

Tientallen jaren is de Griekse hoofdstad het toneel geweest van curieuze folklore. Zowat elke werkdag, soms twee- of driemaal op één dag, werd wel ergens een demonstratie gehouden van duizenden, maar vaak ook slechts enkele honderden boze burgers die de aandacht wilden vestigen op hun sores: onderbetaling, ontslagen, dreigende sluiting van het bedrijf. Ernstige klachten, die echter het tegendeel opriepen van de beoogde sympathie.

De betogers verzamelden zich op bepaalde pleinen, maar richtten hun schreden steevast naar het parlementsplein, waar ze vaak op straat gingen zitten. De politie reageerde even steevast met afzetting van zowat het hele centrum. Dat nam vaak vele uren in beslag. De Atheners raakten ten prooi aan woede, maar in de loop der jaren ook aan een soort berusting – ze werden murw.

Nooit werd daarbij, zelfs niet op heel warme dagen, het waterkanon ingezet – iets wat in andere steden heel gebruikelijk is. De demonstranten zelf betoogden dat de politie met opzet extra afzettingen plaatste om de wrevel van het publiek te versterken. Als dat zo is, is het aardig gelukt.

Maar nu is de minister, onder druk van vooral winkeliersverenigingen, gekomen met zijn verordening. De twee kleine linkse partijen en vakbonden spreken van een „aantasting van de vrijheid van meningsuiting”; de grote socialistische oppositiepartij houdt zich een beetje op de vlakte, maar stelt dat er een parlementsdebat aan had moeten voorafgaan. ‘Het publiek’ is zonder meer vóór: op televisie heeft men kunnen zien hoe zelfs in het ruige Mexico protestmarsen een deel van de rijweg vrijhouden.

De bewindsman zal met doorvoering van de maatregel bij de burger zeker aan populariteit winnen, en die kan hij ook wel gebruiken. Door allerlei omstandigheden is hij de laatste weken het voorwerp geweest van hevige kritiek, niet alleen in de oppositionele media.

Zijn mobiele eenheden zijn, geregistreerd door de tv, bruut opgetreden tegen demonstrerende studenten en scholieren. Dat moet anders bij het komende ‘vrijhouden van de strook’. In één geval moest de minister zelfs persoonlijk excuses aanbieden aan een toegetakeld slachtoffer.

Een recent rapport van een commissie van de Raad van Europa is bovendien vernietigend over de wijze waarop illegale buitenlanders in opvangcentra worden behandeld, iets waarvoor hij ook de verantwoordelijkheid draagt.

De anarchisten, hier ‘bekende onbekenden’ genoemd, die ook al met niet meer dan enkele honderden zijn, worden weer steeds driester in hun vernietigingsacties – onlangs nog kozen zij in één nacht negen banken in Attica en Thessaloniki tot doelwit. Ook hierover klagen winkeliers al tientallen jaren.

Polýdoras reed recentelijk een scheve schaats door de oppositiepartijen hierover beschuldigend toe te spreken: ze vormden „belendende elementen” en zouden zich sterker van dit vandalisme moeten distantiëren, zei hij. Maar de ‘gewone’ criminaliteit, met spectaculaire roofovervallen, nam juist ook tijdens de feestdagen, alarmerend toe. Oppositieleider Jórgos Papandreou wist dan ook te melden dat slechts 40 procent van het politiekorps voor beveiliging wordt ingezet.