Bereid met verse munt

Kreukloze, onbekende bankbiljetten waar de hele familie zich benieuwd over boog: weinigen zullen vergeten zijn hoe de introductie van de euro als betaalmiddel vijf jaar geleden voelde. Sindsdien is de munt bezig met een zegetocht, behalve in Nederland zelf. Een meerderheid van de burgers in ons land geeft aan nog steeds liever de gulden te hebben gehad dan de euro.

Velen rekenen opvallende bedragen nog steeds om, en dan gaat het niet alleen over grootheden als de prijs van een huis of een auto. Wat? Elf gulden voor een broodje zalmsalade? Bijna vier gulden voor een bekertje koffie op het NS-station?

Het moet gezegd: de detailhandel, en dan met name de horeca, heeft zich in de tijd kort voor en vooral na de introductie van de euro schuldig gemaakt aan prijsopdrijving. Dat heeft de Europese munt er niet populairder op gemaakt: veel zichtbare prijzen gingen omhoog, terwijl de daadwerkelijke inflatie – afgezien van een bescheiden piek – sindsdien niet bijzonder is afgeweken van wat onder de gulden gewoon was.

Dat Nederlanders de euro minder liefhebben dan de burgers van bijvoorbeeld veel zuidelijke EU-landen kan er mee te maken hebben dat hier de eigen stevige, stabiele munt is opgeofferd. Maar het belet hen wel er de voordelen van in te zien. Die liggen zeker niet alleen bij het betalingsgemak tijdens een verblijf buiten de grenzen.

Nog maar tien jaar geleden werden de afzonderlijke munten van de EU-landen telkens uit elkaar gespeeld op de valutamarkt, devalueerden sommige lidstaten zichzelf herhaaldelijk uit de problemen en was er geen sprake van een soepel grensoverschrijdend betalings- en beleggingsverkeer – zeker ook niet voor bedrijven. Bovendien miste Nederland in de praktijk een stem in het eigen rentebeleid: dat werd bepaald door de Duitse centrale bank in Frankfurt.

Internationaal gezien is de euro vooralsnog een succes. De munt brengt stabiliteit en kan zich verheugen in een toenemende interesse buiten de grenzen van het muntgebied zelf.

In Oost-Europa is de euro al in grote delen een geaccepteerd oppotbetaalmiddel, zoals de dollar dat altijd is geweest. Het bedrag dat wereldwijd aan biljetten in omloop is, steekt volgens de jongste prognoses de dollar naar de kroon, hoewel de Amerikaanse munt in bredere zin nog lang zal overheersen. De invoering van de euro helpt de nieuwe lidstaten van de Europese Unie aan een van buiten opgelegde financiële discipline, en draagt zo bij aan de verspreiding van een meer solide economisch beleid. Slovenië voerde gisteren de euro officieel in.

Dat de meerderheid van de Nederlanders de euro niet bemint, kan te maken hebben met de recente hang naar soevereiniteit, een zucht naar het eigene in een wereld waar grenzen en verschillen steeds verder lijken te vervagen. Dat kan zijn, maar soms is de realiteit onmogelijk te ontkennen. Zeker als je die dag in dag uit in je eigen zak en portemonnee bij je draagt. Zo’n loden last is de euro nu ook weer niet.