Australische mijnbouw floreert

Dankzij de snelle industrialisering in China en India groeit de Australische mijnbouw zo snel dat de sector kampt met personeelsgebrek. Een ton voor een monteur van dieselmotoren.

Voor de speciale zware mijntrucks in West-Australië, hier bij de Murrin Murrin-mijn aan de rand van de Victoriawoestijn, is er gebrek aan banden. Foto Bloomberg A fleet of mining trucks line up at the Minara Resources Ltd. Murrin Murrin Mine site in Western Australia, Tuesday, February 21, 2006. On the edge of Western Australia's Great Victoria Desert, Minara Resources Ltd. is building a plant to squeeze nickel out of rejected ore, a sign that miners don't expect China's demand for the metal to slacken any time soon Photographer: Evan Collis/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

De meest gezochte werknemer in Australië in 2006? Een monteur voor dieselmotoren kon dit jaar een salaris van maar liefst 100.000 euro opstrijken, mits hij of zij bereid was in een mijngebied in de great Australian outback aan het werk te gaan, ergens in de woestijn bijvoorbeeld. Australië is een van de grootste delfstoffenproducenten ter wereld. Een kwart van de export bestaat uit delfstoffen en het is bijvoorbeeld de grootste kolenexporteur ter wereld. De mijnindustrie gaat nu door een hausse dankzij de groeiende vraag uit de opkomende industrielanden China en India, naast oude klanten als Japan.

De omzet van de Australische mijnindustrie groeide in boekjaar 2005/2006 met 30 procent tot 60 miljard Australische dollar (36 miljard euro), maakte de Minerals Council of Australië (MCA, de belangenbehartiger van de mijnindustrie) in december bekend. Mede dankzij een gemiddelde prijsstijging van 45 procent in één jaar tijd. Winsten groeiden zelfs met 74 procent tot een totaal van 11,8 miljard dollar (7 miljard euro), de hoogste winstmarge sinds de MCA deze cijfers dertig jaar geleden begon bij te houden. Mijngiganten BHP Billiton en Rio Tinto hebben in drie jaar tijd hun omzet ongeveer verdubbeld. Deze hausse zal „nog minstens 4 à 5 jaar voortduren”, zegt econoom Peter Morris van de MCA in de Australische hoofdstad Canberra.

Dit heeft een merkbaar effect op de hele economie. De delfstoffenrijke deelstaat West-Australië heeft eind december de verwachte economische groei voor het begrotingsjaar 2006/2007 verhoogd van 5,25 tot 5,75 procent, wegens de mijnindustrie. Terwijl de federale regering voor heel Australië de groeiprognose verlaagde van 3,25 tot 2,5 procent, hoofdzakelijk om de extreme droogte die grote schade in de landbouw veroorzaakt. En de landbouw is juist in het oosten geconcentreerd.

„We kunnen alles verkopen dat we kunnen produceren”, zegt Morris. „De enige beperkingen op verdere groei van de mijnindustrie zijn binnenlands: van een gebrek aan personeel tot een tekort aan rubber banden voor de enorme vrachtwagens die in open mijnen rondrijden. Sommige bedrijven hebben daarom nieuwe projecten moeten uitstellen.” Eerder dit jaar berekende het instituut dat er 70.000 nieuwe arbeidsplaatsen zullen bijkomen tot 2015 in de sector, die momenteel werk biedt aan 82.000. „We zoeken nu mensen overzee en de regering helpt ons met versoepeling van de criteria voor kortetermijnvisa voor specialisten”, zegt Morris. „Ook lobbyen we voor extra plaatsen in het tertiair onderwijs voor geologen en andere specialisten. Er is een langdurige, grootschalige inspanning nodig om genoeg mensen op te leiden.” Men overweegt het macho-imago van de mijnbouw te veranderen om vrouwen aan te trekken.

De industrie heeft zich laten verrassen, erkent Morris, door de „buitengewone groei” van China. Maar er zijn verzachtende omstandigheden. „We wachten al zo’n veertig jaar op de industrialisering van China zonder dat er veel gebeurde. Het is bovendien geen transparante economie en jarenlang hadden ze genoeg aan hun eigen delfstoffen.” Morris toont een grafiek van de bulkvrachtprijzen tussen Australië en Japan en wijst op een prijsexplosie drie jaar geleden: „Hier begonnen we door te krijgen dat er iets loos was.” China exporteerde plots de eigen delfstoffen niet langer, maar gebruikte alles voor de eigen markt. De vraag naar Australische mineralen groeide navenant.

Vlak voor Kerst creëerde het Chinese Bao Steel een primeur door eerder dan de Japanse afnemers de internationale prijs voor ijzererts voor 2007 vast te leggen. Bao Steel ging vlot akkoord met een stijging van 9,5 procent in onderhandelingen met de Braziliaanse leverancier CVRD, dat met de Australische maatschappijen BHP Billiton en Rio Tinto 70 procent van de internationale handel in ijzererts in handen heeft. In drie jaar tijd is de prijs van ijzererts meer dan verdubbeld. Japan is niet langer de belangrijkste afnemer en domineert dus ook niet langer de onderhandelingen over prijzen. „Het is niet langer een buyers’, maar een sellers’ market”, zegt Morris.

„China wil zich verzekeren van grondstoffen”, zegt Mark Durrant, bij het overheidsbureau Invest Australia verantwoordelijk voor het binnenhalen van buitenlandse investeringen in de mijnindustrie. Dus ontstaat bijvoorbeeld het Karare ijzerertsproject (investeringen van 600 miljoen euro) waarin het Chinese Anshan Steel zijn Australische partner de technologie levert die het delven van laagwaardige ijzererts winstgevend moet maken. „Het is ironisch dat nu buitenlandse investeerders klaar staan, we binnenlands problemen hebben”, zegt Durrant, verwijzend naar onder meer het gebrek aan arbeidskrachten.

Deel van de Chinese strategie om zich te verzekeren van de nodige grondstoffen is werken aan een vrijhandelsakkoord met Australië, zegt een Australische diplomaat die betrokken is bij deze onderhandelingen, omdat zo’n akkoord een nauwere band tussen leverancier en afnemer zou creëren. Nadat de onderhandelingen over een vrijhandelsverdrag tussen China en Australië in 2005 waren begonnen, klopte ook Japan aan. Dit jaar zullen met dat land onderhandelingen beginnen. Naar men in Canberra vermoedt wegens de ontwikkelingen tussen China en Australië. „Japan is bang dat zijn traditionele leveranciers hun export naar China verschuiven”, zegt Morris van de MCA, „maar regering en bedrijven hebben de Japanners ervan overtuigd dat we de langetermijnrelatie waarderen en genoeg voorraden hebben om alle markten te voorzien.”

Intussen blijft de vraag stijgen, en dus ook de prijzen. „Het is moeilijk te zeggen of we de top al hebben bereikt”, zegt Morris, „als dat eenmaal gebeurt, zullen de prijzen op een nieuw, hoger niveau afvlakken.”

    • Hans van der Lugt