Commissaris Kok is niet gaan golfen

Wim Kok werd na zijn aftreden als minister-president door vier grote bedrijven gevraagd als commissaris. Dat gebeurt bijna nooit. Wat heeft hij dat Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende niet hebben? En hoe bevalt hij?

Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Oud-Minister President Wim KOK.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.==F/C==Amsterdam, Muziektheater aan het Ij,13 december 2006
Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Oud-Minister President Wim KOK.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.==F/C==Amsterdam, Muziektheater aan het Ij,13 december 2006 Mentzel, Vincent

Achter de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, in een straat met hoge bomen, staat een kantoor van vastgoedhandelaar Cor van Zadelhoff. Het is een villa van rond 1930, met parket en glas in lood. Van Zadelhoff heeft er een werkkamer, maar hij verhuurt er ook werkkamers. Aan mannen die voorheen grote bedrijven leidden en nu commissaris zijn. Rob Hazelhoff van ABN Amro. Ton Risseeuw van Getronics. Karel Vuursteen van Heineken.

Op een dag werden ze door weekblad Elsevier uitgenodigd om zich samen te laten interviewen.

De mannen wilden niet, maar ze maakten wel grappen over wat ze hadden kunnen zeggen. Dat ze ’s morgens om half elf binnenkwamen en dan eerst hun voorkennis uitwisselden. Daarna deden ze hun aandelenportefeuilles, ze lunchten, en om drie uur vertrokken ze naar hun vriendinnen. Dat was toch wat de mensen wilden horen?

Sinds 2003 heeft Cor van Zadelhoff nog een huurder. Geen vriend van hem, zoals de andere huurders, en ook niet iemand die hij zakelijk kende. Een man uit een wereld waar mensen zoals hij en de andere huurders gewoonlijk op neerkijken (en andersom), maar voor wie ze om zijn status graag een uitzondering maakten. Het is Wim Kok, voorheen minister-president. Hij heeft een kamer onder het dak, licht en wit. Er staat een grote glazen werktafel.

Na zijn aftreden, in april 2002, is Kok iets gaan doen wat politici bijna nooit doen, omdat ze er bijna nooit voor gevraagd worden. Hij is ook commissaris geworden. Niet van een bouwbedrijfje in Rijssen, zoals een van zijn voorgangers, Dries van Agt. Ook niet van een Russisch staatsbedrijf, zoals oud-collega Gerhard Schröder in Duitsland. Die kwam bij Gazprom door zijn vriendschap met president Poetin. Geen fatsoenlijk bedrijf dat hem verder hebben wilde.

Kok is commissaris van KLM en van TNT, van ING en van het bedrijf dat in de Nederlandse zakenwereld als het hoogst bereikbare wordt gezien: Shell. Alleen Johan Witteveen (minister van Financiën in 1963-1965 en 1967-1971) en Jelle Zijlstra (onder meer minister-president, in 1966-1967) gingen Kok hierin voor.

Als oud-politici al worden gevraagd, dan is het door een bank of voorheen een staatsbedrijf. Maar een oud-politicus in de industrie, de olie- en gasindustrie, dat gebeurt zelden.

Waarom Wim Kok wel en Ruud Lubbers niet? En Gerrit Zalm? Jan Peter Balkenende? Die zullen nooit commissaris bij Shell worden. De vraag is: wat heeft Wim Kok dat die anderen niet hebben (of andersom)?

Er is gesproken met Wim Kok zelf en met veertien van zijn nieuwe collega’s. Leeftijd tussen de 60 en 70. Dertien mannen, één vrouw. Twaalf van hen waren leiders van een groot bedrijf, twee zijn hoogleraar. Allemaal Nederlanders.

Wie wát gezegd heeft, moet onvermeld blijven. Commissarissen laten zich nooit openlijk uit over andere commissarissen of over de vergaderingen die ze hebben. Voor de buitenwereld moet er eenheid zijn. Maar praten over Kok wilden ze wel. Vaak bij hen thuis, met hun vrouw in de bediening.

Hier is vast een conclusie. Ze vinden Wim Kok, de man die alles is wat ze zelf niet zijn en ook nooit hadden willen zijn – timmermanszoon, ex-vakbondsleider, PvdA’er, politicus – de ideale commissaris, een van de weinigen in Nederland die echt goed zijn.

In februari 1986 zei Wim Kok, toen net afgetreden als voorzitter van de FNV, tegen weekblad De Groene Amsterdammer dat iemand hem had beledigd door te zeggen dat hij ook voorzitter van het VNO had kunnen zijn, de werkgeversorganisatie. Niet dat het vakbondswerk een roeping was geweest – „dat is onzin” – maar dit ging te ver. „Dat raakt mij diep.”

Wim Kok had eerder, in 1982, een afspraak met werkgevers gemaakt die onthouden zou worden als het ‘Akkoord van Wassenaar’. De FNV eiste geen loonsverhogingen meer, het VNO beloofde werk. De economie, in recessie door inflatie en gebrek aan investeringen, begon daarna te groeien.

De werkgevers van toen – nu allemaal commissaris – prezen Kok erom. Wat een inzicht, wat een flexibiliteit. Maar er waren werknemers die daar anders over dachten. Ze moesten nog maar zien of dat werk er kwam.

Echt pijnlijk was de WAO-crisis, in 1991, toen hij minister van Financiën was. Hij zag dat er veel te veel mensen met een uitkering kwamen, er moest iets gebeuren. CDA en VVD prezen hem. Voor zijn eigen partij was het een ramp, niemand wilde meer op de PvdA stemmen. „Ik zat helemaal stuk”, zei Kok in 2005 tegen Piet de Rooy en Henk te Velde die een boek over hem schreven, Met Kok, over veranderend Nederland. Hij kon maar beter ontslag nemen. „Nu was gebleken dat ik het niet aankon.”

Het ergste was, zei hij, dat hij op straat en in de tram zo boos werd aangekeken. Er was een man geweest die hem wilde aanvliegen. En dan de gedachte aan zijn vader, die zijn leven lang hard had gewerkt en toen arbeidsongeschikt was verklaard. Tot zijn 65ste durfde hij thuis in werktijd niets te doen als mensen hem konden zien. „Dat was echt zielig.”

Toen deed hij iets waar commissarissen hem nu nog om waarderen. Hij ging de leden van de PvdA op bijeenkomsten zelf uitleggen waarom de WAO moest veranderen. Hij zei op een speciaal georganiseerd congres dat hij weg zou gaan als zijn voorstellen niet aanvaard werden.

De commissarissen, die toen nog bedrijven leidden, waren niet blij geweest toen Kok minister werd. Een socialist op Financiën, die zou wel te veel geld gaan uitgeven. Maar nu was duidelijk dat het niet zo was. Nooit eerder werd er zo veel bezuinigd op de overheidsuitgaven als onder Kok. Tien miljard euro. Vanaf 1994 begon de economie weer te bloeien.

Een man die zijn rug recht houdt, maar weet wanneer hij moet buigen: zo wordt Wim Kok gezien in de zakenwereld. Het is, zeggen commissarissen, een voorwaarde om te kunnen doen wat zij geacht worden te doen: erop toezien dat de vaak tegengestelde belangen van alle betrokkenen bij een onderneming – aandeelhouders, werknemers, bestuurders, samenleving – met elkaar in evenwicht zijn.

De commissarissen waarderen Wim Kok ook door de manier waarop hij de monarchie redde door Zorreguieta in Argentinië te houden en het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima mogelijk te maken. Ze bewonderen hem om het gezag dat hij als minister-president verwierf in Europa en in de Verenigde Staten.

Wim Kok ‘Hij is nu pas op zijn plaats’ Een man die zijn rug recht houdt, maar weet wanneer hij moet buigen: zo wordt Wim Kok gezien in de zakenwereld

Helmut Kohl sprak over zijn Männerfreundschaft met Kok. Tony Blair en Bill Clinton zagen in hem de uitvinder van het pooldermoddel, van de door hen nagestreefde ‘derde weg’ tussen socialisme en markt.

Vooral door zijn reputatie in het buitenland kreeg Kok zo’n hoge status bij de commissarissen dat de meesten zijn vergeten hoe lelijk hij in april 1997 deed over beloningen in de zakenwereld. „Exhibitionistische zelfverrijking.” Dat vonden ze toen ontzettend stom van Kok. Politici moeten zich niet met dat soort dingen bemoeien. Wat weten zij ervan? De jaloezie van het volk voeden. Dat was het. Ze vergeven hem dat hij zo lang politicus is gebleven – van 1986 tot 2002. Was hij eigenlijk niet altijd al veel meer een bestuurder? Heeft hij niet op Nijenrode gezeten? Als hij daarna niet bij de vakbond was gaan werken, maar bij een bedrijf, dan had hij net zo’n carrière kunnen hebben als zij. Hij was misschien ook wel voorzitter van de raad van bestuur van een beursgenoteerde onderneming geworden.

Misschien, zeggen commissarissen, was Wim Kok dan wel gelukkiger geweest. Geen media die onzin over hem verspreidden. Geen 150 Tweede Kamerleden, merendeels non-valeurs, die hem voor elk wissewasje ter verantwoording riepen. Commissarissen begrijpen dat hij toen knorrig kon zijn. Maar zij kennen hem zo niet. Ze vinden hem vriendelijk, voorkomend. Er zijn er die denken dat hij nu pas op zijn plaats is.

En Kok zelf?

Die denkt niet dat hij liever een bedrijf had geleid. Maar dat zoiets over hem gezegd wordt, nee, dat beledigt hem nu niet meer.

Wim Kok was aangedaan toen president-commissaris Aad Jacobs hem eind 2002 vroeg om toe te treden tot de raad van commissarissen van Shell. Wist Jacobs wel van hoe eenvoudige komaf hij was? Dit was beyond his expectations.

Hij was toen al gevraagd voor KLM, TNT en ING (ook door Aad Jacobs).

Zoveel uitnodigingen om toe te treden tot het hart van het continentale kapitalistische systeem – dat was het laatste waar Wim Kok aan dacht toen hij nog minister-president was. Hij had in augustus 2001 besloten dat hij niet meer meedeed aan de verkiezingen van mei 2002. Ad Melkert werd zijn opvolger als PvdA-leider. Na mei, dacht Kok, zou hij wel zien. Misschien ging hij alleen nog wandelen met zijn vrouw en op de kleinkinderen passen. De kans om Romano Prodi op te volgen als voorzitter van de Europese Commissie liet hij voorbijgaan. Hij wilde niet meer altijd van huis zijn.

Toen kondigde Pim Fortuyn aan dat hij de politiek in ging. Daarna was de aanslag op de Twin Towers. De economie kwam in een recessie. Het rapport over Srebrenica verscheen, waarna Kok het ontslag van zijn kabinet aanbood, op 16 april 2002. Pim Fortuyn werd vermoord. De PvdA verloor 22 zetels. In een paar maanden tijd veranderde Paars in de puinhoop die het volgens de nieuwe politici van dat moment altijd al geweest was.

In de zomer van 2002 zat Wim Kok thuis, terneergeslagen.

De eerste opdracht kwam van de Europese Commissie, maar al snel begonnen de presidenten van de raden van commissarissen hem te bellen. Zij vonden al jaren dat Kok perfect paste in het profiel voor leden van de raad die zij voorzitten. Internationale ervaring. Sociaal gezicht. Kennis van de overheid. Dat Kok geen ervaring in het bedrijfsleven had, was geen bezwaar. Niet iedere commissaris hoeft te weten hoe het voelt om winstverantwoordelijk te zijn.

De echte reden om Wim Kok te vragen was wat in de zakenwereld poid wordt genoemd, gewicht.

Een gewone commissaris die een ministerie in Londen belt, is mister who? Ook al was hij voorheen bestuursvoorzitter van een AEX-fonds. Maar Kok wordt zo doorverbonden met Jacques Chirac of met Tony Blair. En als Shell 10 miljard dollar in de Russische gasindustrie investeert, is het handig om iemand te hebben die Poetin kent en ongeveer weet welke verrassingen er te verwachten zijn.

Het nut van commissaris Kok zit in de waarde die hij toevoegt aan de bedrijven waarvoor hij zich nu inzet. En het werkt. Dat zeggen al zijn medecommissarissen. Ze geven voorbeelden van reizen naar Dubai of Singapore of India, waar zij zich onderhouden met ambtenaren en Kok op de thee gaat bij de president. Een belofte of halve afspraak wordt zo gemakkelijker een vergunning, een garantie, een contract.

Maar er is meer. Bij Shell is Wim Kok nu voorzitter van het social responsibility committee. Hij gaat zelf in Siberië en Ierland op onderzoek uit als hij weet dat daar verzet is tegen activiteiten van de onderneming. Bij ING is hij gevraagd voor het audit committee – de commissie met de meeste status, omdat daar de cijfers worden gecontroleerd. De pakken papier die ervoor gelezen moeten worden, lijken soms wel in het Koreaans geschreven. Commissarissen vinden het knap van Kok dat hij ze is gaan begrijpen.

En dan toch nog blozen als mensen hem op straat herkennen. Nooit de aandacht eisen als hij ergens binnenkomt. In een wereld waarin iedereen voortdurend oplet of hij er nog wel toe doet, is Kok een van de weinigen die zich kunnen permitteren om zichzelf onbelangrijk te vinden. Zo zien niet alle commissarissen het, maar een aantal van hen wel. Wim Kok, het alfamannetje op de apenrots. Bij vergaderingen neemt hij zelden als eerste het woord. En als hij praat, dan is het om iets te zeggen, niet om geluid te maken.

Anders dan Ruud Lubbers, die vóór Kok minister-president was. Over hem wordt in vijftien variaties steeds hetzelfde verteld. Gaat altijd op de beste plek aan tafel zitten. Wil overal zijn mening over geven. Denkt dat hij alles kan en mag. Onvoorspelbaar. En daarmee een risico voor elke serieuze raad van commissarissen.

Anders ook dan Jan Peter Balkenende, die na Kok minister-president werd. Die zal niet gevraagd worden als commissaris, want hij mist gezag, présence. En Gerrit Zalm, toch twaalf jaar lang met succes minister van Financiën, kan het ook wel vergeten als hij zo star blijft.

Nee, dan Hans Wijers, minister van Economische Zaken in het eerste kabinet-Kok. Die was zo verstandig om maar vier jaar in de politiek te blijven. Daarna ging hij ontwennen bij de Boston Consulting Group, het bedrijf waar hij vandaan kwam. En toen kon hij toetreden tot het bestuur van Akzo Nobel. Hij is nu voorzitter. Na zijn pensionering zal hij kunnen kiezen waar hij commissaris wordt.

Niet voor niets dat Kok zich na de zomer van 2002 nooit meer als politicus heeft laten zien. Zich uitspreken over een kabinetscrisis? Wouter Bos steunen in de verkiezingscampagne? Onmogelijk in zijn nieuwe positie. Hij zou zich alleen openlijk met de politiek kunnen bemoeien als de koningin het hem zou vragen. Hij zou dat doen als staatsman, niet als PvdA’er.

Echt rijk wordt Kok niet van zijn werk. Per commissariaat verdient hij tussen de 22.000 euro (bij KLM) en 70.000 pond (104.000 euro, bij Shell) per jaar. Niets vergeleken met wat de commissarissen die voorheen bedrijven leidden verdienden. En dát is weer veel minder dan wat hun opvolgers nu betaald krijgen. Wat Kok in 1997 exhibitionistisch noemde, was nog maar het begin. De beloningen van de leiders van bedrijven zijn twee of vier of tien keer zo hoog geworden. Koks medecommissarissen vinden dat nu ook absurd. Wat doen die opvolgers beter dan zij?

Maar dat is globalisering.

Zo komt dit verhaal op iets anders pijnlijks, al vond Kok het minder pijnlijk dan de WAO in 1991. Dat is de verhoging van de beloningen van de ING-bestuurders in 2004. Wim Kok schikte zich in de gezamenlijk door de commissarissen genomen beslissing en verdedigde die tegenover de aandeelhouders. De hele FNV en de hele PvdA vonden het schandalig. Doekle Terpstra van het CNV kocht speciaal een paar aandelen ING om Kok op de vergadering van de aandeelhouders ter verantwoording te kunnen roepen.

Maar wat door een groot deel van Nederland als verraad werd gezien, was voor commissarissen een bewijs dat Kok nu écht begrepen had dat Nederlandse multinationals opereren op een wereldmarkt en niet in de provincie. Ze vonden het groot van hem.

Dat Kok het er moeilijk mee had en sprak van een „duivels dilemma” vonden ze niet erg. Daar hadden zij zelf ook wel eens last van. Het ging erom dat hij zijn persoonlijke bezwaren op tijd opzij kon zetten in het belang van het grotere geheel. Godzijdank nam hij geen ontslag. Wat zou dat een blamage zijn geweest voor ING.

Commissaris Kok is niet gaan golfen en hij heeft geen duurder huis gekocht. Hij fietst en hij doet op zaterdag boodschappen. Naar concerten en voorstellingen gaat hij wel. Hij zit in de raad van toezicht van Het Nationale Ballet, van het Muziektheater in Amsterdam, en ook van het Rijksmuseum. In die wereld komt hij de andere commissarissen vaak tegen. Dan praat hij met hen, zoals het hoort, al gaat het niet veel dieper dan „ja, mooi, wat vond jij?” Kok doet niet aan social talk als het niet nodig is. Alleen over zijn kinderen en kleinkinderen wil hij wel eens wat langer praten. Met sommige commissarissen.

Maar verder doet Wim Kok aan alles mee.