Seksbedrijven naar rechter om sluiting

De Amsterdamse prostitutiebedrijven die van de gemeente Amsterdam moeten sluiten, zijn naar de rechter gestapt om sluiting te voorkomen. De gemeente heeft in november de vergunningen van deze bedrijven ingetrokken of geweigerd, omdat volgens de gemeente het gevaar bestaat dat de vergunningen gebruikt worden voor het plegen van strafbare feiten.

In totaal gaat het om 32 bedrijven van vier exploitanten, onder wie Charles Geerts, een van de grootste seksondernemers op de Wallen in Amsterdam. Samen hebben ze honderd ‘ramen’. De exploitanten hebben een kort geding aangespannen waarin zij het intrekken van de exploitatievergunning aanvechten. Het verzoek zal waarschijnlijk in januari door de rechter behandeld worden. Tot de uitspraak mogen de bedrijven open blijven.

De vergunningen werden door de gemeente geweigerd op basis van de wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), die in 2003 werd ingevoerd. Als een gemeente vermoedens heeft dat een ondernemer vergunningen gebruikt of zal gebruiken voor criminele activiteiten, dan kan ze advies vragen aan het landelijk bureau Bibob van het ministerie van Justitie. Dit bureau screent de ondernemers en maakt daarbij gebruik van vertrouwelijke databestanden van justitie, politie en de fiscus. Na het onderzoek geeft het bureau een advies aan de gemeente, die op grond van een negatief advies een vergunning kan weigeren.

De gemeente Amsterdam wil binnenkort met banken overleggen over de financiering van prostitutiebedrijven. Banken willen vaak geen seksbedrijven financieren. Als zij voortaan wel bereid zijn bonafide seksondernemers te financieren, kan dat volgens de gemeente een positief effect hebben op de Wallen.

Bij de aankondiging van de sluiting, in november, kondigde de gemeente aan de hele prostitutiesector te gaan screenen. Dus niet alleen de raambordelen, maar ook horecagelegenheden en andere instellingen met een seksvergunning. Die operatie zou eind 2007 moeten zijn afgerond.