‘Ik speel met mijn pedalen’

De Italiaan Paolo Bettini (32) is de beste wielrenner van zijn generatie. Dit jaar verwierf hijals wereldkampioen de regenboogtrui. Hij verloor ook iemand. Zijn broer Sauro.

Paolo Bettini in ‘zijn’ Toscane. „Ik zou erg blij zijn als ik eens alleen maar over wielrennen kan praten.” (Foto Cor Vos) Hoogvliet - wielrennen - cycling - stock - archief - archive - Paolo Bettini prive - foto Cor Vos ©2004
Paolo Bettini in ‘zijn’ Toscane. „Ik zou erg blij zijn als ik eens alleen maar over wielrennen kan praten.” (Foto Cor Vos) Hoogvliet - wielrennen - cycling - stock - archief - archive - Paolo Bettini prive - foto Cor Vos ©2004 Vos, Cor

Paolo Bettini straalt. Veronica (3), zijn dochtertje, rust op zijn gebruinde armen. Samen kijken ze de volle eetzaal in. Ze zien er tientallen wielrenners, gezeteld aan een lange tafel. De pasta wordt genuttigd. Veronica heeft geen interesse in het gezelschap. Ze wendt haar hoofd. Ze wil naar mama, Monica. Paolo Bettini, wereldkampioen wielrennen, blijft stralen en loopt lachend naar zijn vrouw. Met zorg draagt hij zijn kind over. Kusje op het voorhoofd. Weg is Paolo.

Marina di Bibbona, een statig plaatsje in Toscane, is de locatie voor het interview. Quickstep, de succesvolle Belgische wielerformatie, heeft hier zijn eerste trainingskamp voor het nieuwe seizoen belegd. Bettini (32) voelt er zich thuis. Hij is een jongen van de streek. Geboren in het nabijgelegen Cecina, heden woonachtig in Riparbella. Toscane is hem lief.

„Olanda?” vraagt hij. Ja, helemaal uit Nederland. „Nederland”, zo lacht hij, „Nederland is het land van Michael Boogerd. Koffie?” Vijf minuten later zitten we met sterke espresso aan tafel in de lobby van het luxueuze hotel.

Hoe kijkt hij terug op 2006? „Het is een goed jaar geweest met mooie overwinningen. Ik werd wereldkampioen, en dat was bijzonder in veel aspecten. Ik heb persoonlijk een zwaar seizoen gehad na alles wat er is gebeurd”, zegt hij. Bettini doelt op het overlijden van zijn broer Sauro, acht dagen na zijn triomf op het WK in Salzburg.

„Ik heb veel van hem geleerd in dit leven”, zegt Bettini. Zijn stem trilt. Het kost moeite over zijn broer te praten. Sauro is nog overal. Nog elke dag denkt hij aan hem. „Sauro leerde mij de wereld kennen. Hij was tien jaar ouder en door hem ben ik eigenlijk begonnen met fietsen. Hij werd later mijn chauffeur, bracht me naar plaatsen die ik anders nooit had gezien. Ik was tien, twaalf jaar oud toen we samen wekelijks ons dorp uitreden op weg naar wedstrijden.” Sauro is en blijft zijn grote vriend. Hij overleed na een auto-ongeluk nabij Livorno.

Sport telt dan niet. Bettini rouwt. Een paar dagen na de begrafenis belt hij met zijn ploegleider Patrick Lefevere. „Meneer Lefevere,” laat hij weten, „ik wil weer fietsen. Ik heb overlegd met mijn verwanten en doe dit voor mijn familie en voor Sauro.”

Verdriet laat je thuis. Verdriet neem je niet mee naar een wielerkoers. Zo denkt Lefevere als hij verneemt dat Bettini wil starten in de Ronde van Lombardije. Maar nee, Bettini komt met zijn hele familie. Vader, moeder, iedereen. Ook de vrouw en het zoontje van Sauro zijn er. „Alles of niets”, fluistert Bettini voor de start in het oor van Lefevere. Alles. Bettini wint. „Die zege is apart, bijzonder voor het moment dat ik doormaakte. Dat het is gelukt, wil niet zeggen dat ik de wedstrijd beheerste. Nee, ik wilde mijn woede ontladen en gaf hetgeen ik in mij had. Twee weken lang was ik niet in staat om te fietsen. Ik was te ongeconcentreerd, te ongemotiveerd om zo’n mooie wedstrijd te rijden. Zonder enige twijfel is de fiets het middel geweest om mij te bevrijden van iets.”

Bettini liet de wielerharten sneller kloppen. Lefevere heeft na die Ronde van Lombardije nog nooit zoveel sms’jes gehad. „De mensen zaten te huilen voor de televisie”, weet hij. Bettini houdt het zelf ook niet droog. Huilend rijdt hij naar de eindstreep. De vingers gaan richting de hemel. Dit is voor Sauro. Na afloop valt hij in de armen van z’n familie. Tegen Francesco, het 11-jarige zoontje van Sauro, zegt hij in tranen: „Ik reed vandaag niet alleen, Francesco. Je papa heeft me geholpen. Ik fiets nooit meer alleen.”

Kan sport mooier zijn? Lefevere heeft de beelden wel drie keer teruggezien. Wat hem bijblijft, is de mond van de motorbestuurder achter Bettini. „Die mannen zaten ook kapot. Zachtjes zie je die mond steeds verder opengaan.” Lefevere denkt nog eens terug aan de uitreiking van de Flandrien Trofee – winnaar Bettini – in het concertgebouw van Brugge. „Karl Vannieuwkerke [commentator bij de Vlaamse televisie] las er een verhaal voor, terwijl op de achtergrond de hoogtepunten van het afgelopen seizoen passeerden. Ik zat op de eerste rij. Bij de beelden van Paolo leek het alsof mijn keel dichtgeknepen werd. Zo ontroerend.”

Paolo Bettini is een kleine man met grote daden. Hij is slechts 1 meter 68, maar zijn erelijst is imposant. Onder meer Luik-Bastenaken-Luik (2000 en 2002), Clasica San Sebastian (2003), Milaan-Sanremo (2003), Ronde van Lombardije (2005 en 2006), nationaal kampioen (2003 en 2006) olympisch kampioen (2004), wereldbeker (2003 en 2004) en etappezeges in de Giro (2), Tour (1) en Vuelta (2).

Verreweg z’n mooiste overwinning is zijn wereldtitel in Salzburg. Wereldkampioen worden is moeilijk, maar als Italiaan is het nóg moeilijker. Binnen de Italiaanse ploeg is het altijd mot over de tactiek en het leiderschap. Bettini bevestigt: „Nederland heeft Boogerd, België heeft Boonen, Spanje heeft Freire en bij Italië is het altijd anders. Er is altijd rumoer. Iedereen denkt dat hij kan winnen en spreekt zijn ambitie uit. Franco Ballerini [ploegleider van het Italiaanse team] heeft een goede zaak verricht door vanaf het begin een duidelijk plan te trekken. De andere renners hebben zich ter beschikking gesteld aan mij en dat heb ik beloond.”

Bettini zelf was misschien wel zijn grootste tegenstander op het WK. Hij heeft last van stress, schrijven de Italiaanse media. „Dat klopt wel”, geeft hij toe. „Ik heb er veel over nagedacht: hoe krijg ik het voor elkaar om rustig en sereen te blijven voor belangrijke wedstrijden? Als ik er voor mezelf zeker van ben dat ik er alles aan gedaan heb, dan heeft het toch geen zin om me te gaan opwinden? Tja, ik speel met mijn pedalen, zoals ik dat vroeger ook deed. Ik fiets omdat ik het leuk vind. Dát is mijn kracht.” Winnen wordt steeds moeilijker, oordeelt hij. Dromend: „Je accepteert wat de straat beslist en wat je tegenstanders van je toelaten.”

Bettini roert nog eens in zijn espresso. Hij is een beetje moe. Vanochtend ging hij trainen met de ploeg – trots in z’n regenboogtrui – en vanmiddag heeft hij nog andere verplichtingen. Zijn bijnaam luidt ‘Il Grillo’, de krekel. Hij weet niet waar het vandaan komt. Misschien iets met zijn karakter? Karakter? Daar lijkt hij niet over na te denken. Na enige overpeinzingen: „Ik zit in elkaar zoals ik ben. Ik weet niet hoe ik ben. Ik word moeilijk boos, probeer het negatieve om te buigen naar het positieve en ben een optimist. Zoiets?”

Bettini is ook een fel baasje. Bij een teambespreking laat hij altijd van zich horen. „Ik probeer de tegenstanders en de koers te begrijpen. En ik heb ervaring in het lezen van wedstrijden. Ik geloof dat dit is wat een prof moet doen: vertrekken om een wedstrijd te winnen.”

Perfectionisme. Daar houdt hij van. „We bespreken voor een wedstrijd alles. Het gebeurt dat we over dingen praten die nooit zullen gebeuren in een koers. Dat geeft niet, want het is beter te praten vóór de koers dan dat we straks voor een feit staan.”

Bettini heeft nog een contract tot en met 2008 bij Quickstep. Hij verlangt naar het zorgeloze leventje dat hij eerst had. Nu heeft hij veel verplichtingen. En de vakanties worden korter. Na het seizoen reed hij nog de Zesdaagsen van Grenoble en München. Een mooie ervaring, vindt hij. „Ik ben geraakt door de wereld van de Zesdaagsen.”

Het nieuwe seizoen wacht. Hij hoopt dat Michael Boogerd eens een grote wedstrijd wint. „Hij verdient het”, glimlacht Bettini. „Michael heeft de pech dat hij niet erg snel is in de sprint. Als iemand later naar zijn carrière kijkt, zegt-ie: ja, maar hij heeft helemaal niets gewonnen. Maar Michael is een van de beste renners van de afgelopen tien jaar. Hij heeft potentieel om te winnen. Hij heeft karakter, motivatie en is sterk. Het is niet onmogelijk voor hem Zürich, Luik of Lombardije te winnen. Als iemand zoals hij wint, ben ik ook blij.” Hij noemt Boogerd een ‘sportieve’ vriend. De taalbarrière belemmert een dieper gesprek. „Op Curaçao, 2002, heb ik hem iets beter leren kennen tijdens een vakantie. Hij was samen met Erik Dekker. Maar we waren daar met veel wielrenners: Nederlanders, Belgen, Italianen en Spanjaarden.”

Hij heeft moeite met de vele nieuwelingen in het peloton. Ze zijn direct professional, denken dat ze het gelijk gemaakt hebben. „Er heerst niet meer dezelfde sfeer. Erik Zabel, Alexander Vinokourov, Michael Boogerd en ik fietsen nog steeds hetzelfde als tien jaar geleden. En we gedragen ons ook nog hetzelfde. De samenstelling is veranderd. Ik denk dat er te veel té jong zijn in het peloton. Toen Michael en ik overkwamen naar de profs, hadden we een wat andere mentaliteit. Wij kwamen toen om eerst te leren en met oudere renners te praten. Dat is nu niet meer zo. De jongere renners zijn direct professional.”

Bettini kan geen kwaad doen. Hij is iemand van de eeuwige lach. Toch neemt zijn gezicht een andere houding aan tijdens het gesprek. De vraag is of zijn protest tegen extra controles zo heftig is, omdat hij zelf nog nooit betrapt is op doping. Bettini dreigt te stoppen met de wielersport als hem verplicht wordt DNA af te staan. Een licht geïrriteerde blik volgt. „Ik zou erg blij zijn als ik eens op een ochtend wakker word en alleen maar over wielrennen kan praten. Ik wil er niet te veel over zeggen. Het gaat altijd over doping.”

„Wat ik de laatste tijd heb gezegd, is mijn persoonlijke gedachte. Er is nooit echt een directe dialoog geweest tussen alle betrokken partijen om het dopingprobleem op te lossen. En zolang dit zo doorgaat, wordt het ook moeilijker de dialoog te vinden. Ik herhaal: ik wil niet degene zijn die de wielersport vertegenwoordigt. Er zijn andere mensen die dat moeten doen. Maar ik vind dat die mensen zich de laatste tijd niet hebben getoond. Ze hebben zich verstopt.”