Alleen moeders mogen ons kussen

„Ze denken dat onafhankelijke vrouwen meer seksuele ervaring hebben dan zijzelf.” Die gedachte is een hoger en groter obstakel dan de Israëlische muur.

Nisren Shyoukhi: ‘Trouwen met een succesvolle vrouw is taboe’ Nissren Alshoukhi December 14, 2006. MaanImages/Fadi Arouri
Nisren Shyoukhi: ‘Trouwen met een succesvolle vrouw is taboe’ Nissren Alshoukhi December 14, 2006. MaanImages/Fadi Arouri MaanImages

Hij, de ongrijpbare Arabische prins op het witte paard, moet intelligent zijn, schoon, en succesvol en hij mag onder geen beding vijf maal per dag een knieval maken richting Mekka. Maar vóór alles moet hij accepteren dat zij werkt, een eigen carrière heeft, waarschijnlijk meer verdient en zich nooit zal laten behandelen als slaaf of sloof. En, oh ja, hij zal ook moeten aanvaarden dat zij al eens eerder vriendjes heeft gehad.

Zij, vier Palestijnse vrouwen van dertig plus, vriendinnen die elkaar al jaren kennen, zijn opgegroeid in verschillende steden. Ze hebben gestudeerd (politicologie, economie, bedrijfskunde, hotelmanagement), verdienen relatief goed, dragen geen sluiers, hebben gereisd en zijn op zoek naar een man. Tamelijk dringend zelfs, voor zover hun werk dat toelaat.

De zoektocht is een terugkerend onderwerp van gesprek aan tafel in Darna, het beste restaurant van Ramallah, waar zij elkaar regelmatig treffen voor hilarische dineetjes. Om de talrijke taboes te bespreken, die moderne vrouwen in het Midden-Oosten op hun weg tegenkomen. Een ernstig onderwerp dat op zo’n vrolijke toon wordt doorgenomen dat andere gasten regelmatig verstoord opkijken van hun kebabs of hun waterpijpen.

„Tachtig procent van alle Palestijnse vrouwen die net als wij onafhankelijk zijn en willen blijven werken, kan geen man vinden’’, zegt Nidal Rafah (32), een Israëlisch-Arabische journaliste uit Haïfa, producente van CNN. „Trouwen met een succesvolle vrouw die haar eigen bedrijf heeft , is taboe in de Arabische wereld”, zegt Nisreen Shyoukhi (36), eigenares van het reisbureau Royal en de pedicurezaak Feel at Home in Ramallah, gedecideerd.

„Het draait allemaal om seksualiteit, absoluut het grootste taboe in het Midden-Oosten. Mannen voelen zich geïmponeerd en geïntimideerd in het bijzijn van onafhankelijke vrouwen uit vrees dat zij meer seksuele ervaring hebben dan zij. Ze houden niet van vrouwen met eigen carrières. Ze vrezen dat ze zulke vrouwen niet kunnen controleren’’, denkt Ranan Al-Muthaffar (30), werkzaam bij de Wereldbank.

„De Arabische man trouwt het liefst met een vrouw die alleen door haar moeder is gekust. Ik heb het nu al drie keer meegemaakt dat mannen het uit maken als ik vertel dat ik altijd wil blijven werken of dat ik al een vriendje heb gehad”, verzekert Maryam („Mimi”) Daher (32) uit Nazareth, tv-maakster en werkzaam voor de bureaus van ABC News in Jeruzalem en Bagdad. „Je ziet het overal in de Arabische wereld, ik herken in Amman, Beiroet, Dubai, Nazareth of Ramallah mijn lotgenotes meteen.” En: „Wil je alsjeblieft mijn telefoonnummer en e-mailadres vermelden? Ik zoek een Arabische man met Europees-liberale opvattingen, mmmm, lijkt me heerlijk.”

Nidal: „Ze denken dat onafhankelijke vrouwen in seksueel opzicht meer ervaringen hebben dan zijzelf. Onze jongens vinden het niet leuk om niet de eerste en de enige te zijn. Hoe meer ervaringen een vrouw heeft, hoe problematischer het is voor de mannen.”

Ranan: „Mannen vinden het leuk om met ons uit te gaan, te partyen, maar trouwen, vergeet het maar.”

Mimi grijnst en imiteert een femme fatale. „Arabische vrouwen zijn natuurlijk voor Europeanen ook heel interessant. Misschien moet ik maar eens een sluier gaan dragen, dan word ik ook mysterieus en sexy.”

Alle vier komen uit grote, min of meer religieuze families, maar zij kregen van hun ouders ruimte om te studeren, te reizen, te gaan werken en – niet vanzelfsprekend voor ongetrouwde vrouwen tot 50 jaar – op zichzelf te gaan wonen. Hoewel, Ranan die in juni van dit jaar terugkeerde na een tweejarig verblijf op de American University in Washington DC, woont weer thuis. Mimi sneert: „Ja, ja, stel je voor dat er wat van gezegd wordt. Daar gaat het altijd om: wat zal er wel niet van gezegd worden door de buren, de vrienden, de familie? De sociale controle is verstikkend.”

Mimi, Nidal, Nisreen en Ranan hebben ontdekt dat hun ambities en loopbanen niet alleen een bevrijding van tradities betekenen, maar ook obstakels voor een vaste relatie vormen. „Zeg maar gerust een muur, groter en hoger dan de Israëlische bezettingsmuur”, giert Nidal. Palestijnse en Arabische vrouwen mogen, ook in de behoudendste gemeenschappen, werken, maar meestal alleen in de zorgsector of het onderwijs.

Nisreen: „Dat zijn verlengstukken van het gezin. De mannenberoepen, het zakenleven, de banken, de journalistiek, ieder vak dat je in contact brengt met de grote wereld, levert enorme problemen op. Ik had ooit een vriend die het uit maakte omdat ik meer verdiende dan hij.”

Ranan: „Een beroep dat met zich meebrengt dat je niet op het afgesproken tijdstip thuis bent om voor de kinderen en het eten te zorgen is voor de meeste mannen niet acceptabel. 95 procent van de mannen kiest traditioneel, hoe cool, bereisd en gestudeerd ze ook zijn. Ik kan zo onderwijzeres worden en iedere dag om twee uur thuis zijn. Het zou mijn waarde op de huwelijksmarkt meteen verhogen. Maar daarvoor heb ik niet gestudeerd.”

Nidal en Mimi, allebei werkzaam voor grote Amerikaanse nieuwsorganisaties, mogen met hun Israëlische identiteitspapieren niet trouwen met Palestijnse mannen, tenzij zij naar de Palestijnse gebieden verhuizen. Nisreen komt Israël niet in, alleen Ranan kan zich met haar Jeruzalemse identiteitskaart in beide werelden bewegen.

Ook als gevolg van de economische crisis in de Palestijnse gebieden en de lage salarissen die de Palestijnse Nationale Autoriteit betaalt, is de spoeling huwelijkskandidaten zeer dun. Nisreen: „Ik wil geen man trouwen die zich geïntimideerd voelt omdat ik meer verdien dan hij.’’

Drie van de vier voelen hun biologische klokken tikken. „Ik niet”, zegt Nisreen, een van de weinige vrouwen die zich in het relatief tolerante Ramallah zelfstandig onderneemster kan noemen. „Maar ik zou wel graag trouwen met een man die niet van mij verwacht dat ik iedere dag op hetzelfde tijdstip thuis kom, aan wie ik toestemming moet vragen of ik geld mag uitgeven en of ik het huis uit mag. Ik zoek een slim iemand die mij accepteert zoals ik ben. En hij mag beslist niet religieus zijn. Religie en een open geest gaan in de moslimwereld niet samen. Het probleem is dat mannen misschien wel van slimme vrouwen houden, maar deze mogen ook weer niet al te slim zijn.’’

De vier vrouwen zijn er zeer van doordrongen dat zij zijn geboren en getogen in behoudende gemeenschappen, ook de twee Israëlisch-Arabische vrouwen, Nidal en Mimi. Voor de opmars van het moslimfundamentalistische Hamas was het klimaat niet anders. Ranan verkocht, voordat zij in de VS ging studeren, airconditioners in Jenin en Hebron, twee zeer traditionele steden in de Palestijnse gebieden op de Westoever. „Ik werd daar ondervraagd en aangekeken alsof ik mijzelf aan het verkopen was. Je kon de seksuele frustraties bijna aanraken.”

En: „Het is wijdverbreid. Ik vloog onlangs terug uit Washington, waar het hoofdkwartier van de Wereldbank is en waar ik mijn MBA heb gehaald. Ik zat naast een oudere Palestijnse vrouw, christelijk, en die vertelde mij dat zij op zoek was naar een vrouw voor haar 32-jarige zoon. Ik zei dat ik genoeg beschikbare vrouwen kende, en vergat mijzelf natuurlijk niet, maar toen ik verder in detail trad zei ze: nee, nee we zoeken iemand van een jaar of achttien. Ik was geschokt.”

Mimi: „Het is heel dubbel. Ik kom veel vrouwen en mannen tegen die eigenlijk jaloers zijn. Het is jaloezie die gepaard gaat met bewondering. Ik ken genoeg vrouwen van mijn leeftijd die op hun achttiende zijn getrouwd, kinderen hebben gekregen en die zich opgesloten voelen. In hun huwelijk, in hun tradities en in hun huizen. Die willen meteen ruilen.”

Nisreen: „Wij vormen de voorhoede. Dat is het.’’

Nidal: ,,Het gaat veranderen. Shway, shway, slowly, slowly.’’

Ranan: „Langzaam, tergend langzaam.”

Mimi, de romantica van de vriendinnenkring en tegelijkertijd de meest teleurgestelde in „verraderlijke, wrede mannen” zucht: „Dan is het voor ons te laat.”

Haar drie vriendinnen loeien: „Nee, ghalas, genoeg, nooit, geen sprake van. Er is nog hoop.” Nidal: „Vergeet vooral niet onze e-mailadressen te vermelden.”