Bekkers

Bisschop Bekkers, alweer veertig jaar dood. Toch zou ik hem op straat nog moeiteloos herkennen. Een onvergetelijk man, maar waarom eigenlijk?

Bekkers, ‘Rinie’ voor zijn collega-priesters, was een charismatisch leider, in dezelfde periode – 1960 tot 1966 – dat de wereld nog zo’n leider kende: John Kennedy. Dat waren mensen voor wie je thuis bleef als ze op de tv kwamen. De tv: toen nog één kanaal. Het katholieke geloof betekende niet veel meer bij ons thuis, maar ik weet nog goed hoe aandachtig mijn ouders altijd naar Bekkers luisterden en zijn meningen bespraken.

Bekkers was een gemoedelijke man die zich in concrete taal uitte en dichtbij zijn mensen stond – dat waren de katholieken niet zo gewend van hun leiders. Hij begreep, net als Kennedy, hoe belangrijk de media waren om zijn vernieuwende boodschap uit te dragen. In praatprogramma’s als van Mies Bouwman was hij een graag geziene gast. Zo werd de bisschop van ’s-Hertogenbosch de invloedrijkste katholiek van Nederland.

Veertig jaar later loop ik rond op de fototententoonstelling die het Bossche Prentenmuseum aan Bekkers wijdt. Daar kun je zien hoeveel aanzien hij in zijn tijd genoot. Er hangt een foto uit 1966 van de tv-actie ‘Eten voor India’, waarop hij samen met Drees en Biesheuvel achter de studiotafel zit. En kijk eens wie er op zijn begrafenis waren: Cals, Schmelzer, Bogaers, Veldkamp, Beel, Samkalden. Die begrafenis werd een nationale gebeurtenis, de rouw was groot, want Bekkers – een hersentumor was hem onverwacht snel fataal geworden - was ook buiten katholieke kringen een geliefd man.

Wat liet hij achter, wat heeft hij bereikt – hééft hij iets bereikt? Lastige vragen.

Ik lees het essay dat zijn opvolger Jan Bluyssen over hem geschreven heeft in het pas uitgekomen boek Bisschop Bekkers, een hartstochtelijk priesterleven. Het is opvallend dat Bluyssen het antwoord op voornoemde vragen nog steeds ontwijkt.

Het kernmoment van Bekkers’ loopbaan is, zoals Bluyssen het noemt, „dat befaamde televisiepraatje van maart 1963 over huwelijksliefde en persoonlijke verantwoordelijkheid’’. Bekkers, zelf afkomstig uit een gezin van dertien kinderen, zei dat de katholieken de grootte van hun gezinnen zelf mochten bepalen, daar hoefden ze het kerkelijk standpunt niet blindelings in te volgen.

Geboorteregeling dus, maar hoe? Die vraag liet Bekkers open. Was hij vóór de pil? Dat heeft hij nooit met zoveel woorden gezegd. Hij leek te aarzelen. „Ik wil slechts dit constateren: dat er beslist onzekerheid is, een niet weten”, zei hij in een interview. „Van bisschop en priesters mag dan geen overhaaste stellingname gevraagd worden.”

Twee jaar na zijn dood kwam het onverbiddelijke pauselijke antwoord in de encycliek Humanae vitae: anticonceptie bleef verboden. „Vele geloofsgenoten hadden intussen hun eigen conclusies getrokken”, schrijft Bluyssen. Inderdaad: die waren weg, en kwamen niet meer terug. Bekkers had, om nog even met Bluyssen te spreken, de mensen opgewekt uit „een zekere apathie, een dreigende inertie”.

Misschien is dat wel de wonderbaarlijke ironie van Bekkers’ leiderschap: hij verzwakte ongewild een kerk die hij sterker had willen maken.