‘Roemeense volk was proefkonijn’

Basescu veroordeelde het communisme als „crimineel”.

Tegenstanders onderbraken zijn speech met gescheld.

Het communistische regime in Roemenië was van het begin tot het eind, van 1945 tot 1989, „crimineel en illegaal”. Het werd gekenmerkt door „de diepste minachting van de mens, het individu”. Het vermoordde, arresteerde en deporteerde tussen een half miljoen en twee miljoen mensen. Het onderdrukte dissidenten en religieuze groepen, het dwong het volk „in leugens en angst” te leven, het censureerde de media, het verkocht joden en Duitsers aan het buitenland, het hongerde het volk uit, het behandelde een heel volk als proefkonijnen.

Het was geen oud-dissident die dit oordeel over het communisme voor zijn rekening nam, maar president Traian Basescu, die er maandag beide kamers van het parlement voor bijeen had geroepen. In aanwezigheid van onder anderen ex-koning Michael I, die in 1947 door de communisten tot aftreden werd gedwongen, presenteerde Basescu twee weken voor de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie de eerste formele afrekening van een Roemeense leider met het communisme sinds de val van het oude systeem en de executie van staats- en partijchef Nicolae Ceausescu in december 1989.

Basescu presenteerde een 650 pagina’s tellend rapport, opgesteld door een presidentiële commissie van negentien leden, onder leiding van de algemeen gerespecteerde hoogleraar Vladimir Tismaneanu van de Universiteit van Maryland.

Het rapport brengt in detail de hele geschiedenis van het communistische bewind in kaart, van de vestiging na de Tweede Wereldoorlog, de vervalsing van verkiezingen, de rol van de Sovjet-adviseurs, de vernietiging van de burgerlijke samenleving en de oude politieke klasse, de vestiging van massa-organisaties van de partij en de Securitate, tot aan het wanstaltige demografische beleid van Ceausescu, zijn vernietiging van de dorpscultuur door de sloop van dorpen, zijn onderdrukking van dissidenten en de Hongaarse en de Duitse minderheid en zijn uithongering van de hele bevolking door zijn beleid van export van levensmiddelen.

De rapporteurs veroordelen ook een aantal met name genoemde schrijvers, dichters en journalisten, die hebben meegewerkt aan de indoctrinatiepraktijken van het vroegere systeem. Een van hen was Leonte Tismaneanu, de vader van de voorzitter van de presidentiële commissie.

Basescu bood zijn excuses aan aan al diegenen „wier lot is verwoest door de wandaden van de dictatuur” en gaf uiting aan zijn bewondering voor diegenen die ertegen opstonden. Hij zei dat er een nationale gedenkdag moet komen voor de slachtoffers van het communisme en een speciaal museum. „Ik wil niet de president zijn die het communisme veroordeelt. Ik wil de president zijn van een land waar zo’n veroordeling normaal is.”

Maar die veroordeling is in Roemenië allerminst normaal. Zeventien jaar na de val van het communisme is Roemenië nog lang niet in het reine gekomen met zijn verleden. Veel leidende politici zijn voortgekomen uit het vroegere regime en de vroegere partij, de PCR. Dat geldt vooral – maar niet alleen – voor de sociaal-democraten, de erfgenamen van de PCR. Hoezeer het verleden nog speelt bleek uit de reacties.

Eerst en vooral van – natuurlijk – Corneliu Vadim Tudor, ooit hofdichter van Ceausescu, nu leider van een extreem-rechtse, xenofobe, antisemitische en anti-Hongaarse partij. Hij onderbrak de president met kreten en scheldwoorden, en hij toonde een groot doek waarop Basescu achter de tralies was beland. Hij had het rapport al voor verschijning veroordeeld als „belachelijk” en „vol culturele en historische fouten”. Ook de Conservatieve Partij – onlangs uit de regering gestapt – vond het rapport niks: Tismaneanu geeft volgens deze populistische partij blijk van „professionele oppervlakkigheid”.

Eén nog actieve politicus die in het rapport wordt genoemd is Ion Iliescu, na 1989 twee keer president van Roemenië, voorganger van Basescu, senator en erevoorzitter van de sociaal-democratische partij. De tekst valt vernietigend voor hem uit, niet alleen om zijn activiteiten vóór 1989 – hij was tweede man na Ceausescu, al is dat meer dan dertig jaar geleden –, maar ook ná de val van het communisme in 1989: zijn rol in de mijnwerkersmarsen op Boekarest, zijn pogingen de vorming van een burgerlijke samenleving te saboteren, zijn uitspraken tegen politiek pluralisme en markteconomie en zijn samenwerking met wat wordt genoemd ‘nationaal-securistische’ groepen.

Iliescu, aldus het rapport, heeft nooit zijn marxistische overtuiging opgegeven. Hij heeft in 2004 hooguit erkend dat „de balans van het communisme [...] negatief was”. Iliescu veroordeelde het rapport als een „wraakzuchtig” document dat „links demoniseert”.

De Roemeense revolutie begon in de stad Timisoara. Beeld en geluidsarchief op timisoara.com/timisoara/r.html of 71915 naar 7585