Geweldsinstructie politie onduidelijk

De instructies voor het gebruik van geweld door politieagenten zijn onduidelijk. Dat leidt ertoe dat agenten, in strijd met de wet, niet ieder geweldsincident melden waarbij ze betrokken zijn.

Dit blijkt uit onderzoek van de Amsterdamse hoogleraar strafrechtwetenschappen Jan Naeyé naar het gebruik van geweld door het korps Amsterdam Amstelland tussen 2001 en 2005, en een enquête onder 1.300 agenten van dat korps. Volgens Naeyé moet de wetgever de definitie van geweld in de Politiewet en de ambtsinstructie preciezer omschrijven. „Het onderzoek leert dat agenten daar behoefte aan hebben.”

De huidige definitie van geweld luidt „dwang van meer dan geringe betekenis”. Dat is een algemene formulering die wordt uitgewerkt in de ambtsinstructie die bij de wet hoort. Maar ook deze is onvolledig. Als voorbeeld noemt Naeyé de inzet van politiehonden, waarover in wet en instructie met geen woord wordt gerept. Uit het onderzoek blijkt ook dat ruim dertig procent van de agenten ten onrechte meent dat het tegen de grond werken van een verdachte met een voetveeg of een armklem geen vorm van geweld is die moet worden gemeld. Bij slechts 1,2 procent van de bijna 200.000 arrestaties in vijf jaar tijd in Amsterdam werd geweld gebruikt.

De onduidelijke definitie van geweld leidt ook tot slechte rapportages over letsel door politiegeweld. Naeyé voorziet problemen omdat op grond van Europese jurisprudentie steeds hogere eisen worden gesteld aan de verantwoording van politiegeweld. „Uit het onderzoek blijkt niet dat er overmatig geweld wordt gebruikt, integendeel. Maar de eisen aan de geweldsrapportage nemen toe”, aldus Naeyé. „En dat begint bij een betere definitie van geweld.”

agent:pagina 2