Het ene theelicht is het andere niet

Nederland verstookt veel meer kaarsen dan tien jaar geleden. Reden is dat de rustiekkaars oprukt. Die koop je niet per stuk, maar met een paar tegelijk, in de kleuren van de laatste mode.

Bolsius produceert jaarlijks circa 1 miljard theelichten. Het bedrijf controleert de kwaliteit van de kaarsjes, waarbij onder meer wordt gelet op gewicht en brandduur. Foto Merlin Daleman Bolsius kaarsenfabriek. Kwariteitscontrole theelichtjes. Schijndel, 13-12-06 © Foto Merlin Daleman
Bolsius produceert jaarlijks circa 1 miljard theelichten. Het bedrijf controleert de kwaliteit van de kaarsjes, waarbij onder meer wordt gelet op gewicht en brandduur. Foto Merlin Daleman Bolsius kaarsenfabriek. Kwariteitscontrole theelichtjes. Schijndel, 13-12-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Bij kaarsenfabikant Bolsius in Schijndel is Kerst allang voorbij. En als binnenkort de wintercatalogus voor 2007 verschijnt, is daarmee ook de volgende Kerst achter de rug. „Onze gedachten zijn al bij de zomercollectie van 2008”, vertelt productmanager Jolanda Verbruggen. Samen met collega Carlo de Nijs verdiept ze zich in de vraag welke kleuren en trends tegen die tijd de sfeer bepalen in de Nederlandse huiskamers. „Want daar moet de kleur van de kaarsen wel bij aansluiten.”

Het bedrijf heeft kleurexperts en stylisten in dienst die trendbeurzen in Milaan en Parijs bezoeken om uit te zoeken wat de consument over drie seizoenen mooi vindt. Deze winter zijn dat brede kaarsen met een rustiek, enigszins ruw oppervlak en barokke prints, die passen bij de trend in meubelstoffen. Ook komende zomer krijgt een barok tintje, maar dan zijn de kaarsen van Bolsius niet meer zwart-wit of rood-wit, maar roze, blauw en groen, met blad- en bloemmotieven. „Maar wel pastelkleurig, de harde zomerkleuren zijn uit.”

Had Bolsius vroeger een productiepiek voor Kerst en Pasen, tegenwoordig is het het hele jaar druk bij het kaarsenbedrijf. Dat is vooral te danken aan de terraskaarsen, legt Verbruggen uit. „De tuin is een verlengstuk geworden van het huis en dus moet het ook daar gezellig zijn.” Bolsius maakt voor buiten onder meer rustiekkaarsen met speciale lont (zodat ze niet uitwaaien), citronellakaarsen tegen muggen, tuinfakkels en met kaarsvet gevulde glazen potten die de horeca veel op terrassen gebruikt. Het kaarsenverbruik is de afgelopen vijftien jaar drastisch gestegen in Nederland: was dat rond 1990 iets meer dan een kilo per inwoner per jaar, nu ligt het op bijna 4 kilo per persoon. „Ook de introductie van de rustiekkaars heeft daaraan bijgedragen”, aldus De Nijs. „De kaars is onderdeel geworden van de woningdecoratie. Je zet er niet één neer, zoals vroeger, maar een aantal bij elkaar.” De kandelaar, min of meer verdwenen toen de ranke tafelkaars uit de gratie raakte, komt helemaal terug, voorspellen Verbruggen en De Nijs. „Maar dan breder en zwaarder, voor de rustiekkaars.”

Ook het in Nederland toenemende verschijnsel van collectief rouwen, sterk opgekomen na de dood van Pim Fortuyn en Theo van Gogh, heeft invloed op de kaarsenverkoop. „Herdenkingslichten zijn nu een normaal verschijnsel geworden op begraafplaatsen in Nederland en bij bermmonumenten. In veel winkels groeit de schapruimte voor herdenkingslichten.”

De vraag naar kaarsen is bij Bolsius de afgelopen jaren enorm gestegen, zodanig dat het bedrijf naar eigen zeggen af en toe moeite heeft de vraag bij te benen. Het volcontinue bedrijf produceert in de fabriek in Schijndel jaarlijks circa 1 miljard theelichten. In de vestiging in Boxmeer, die volgend jaar uit efficiëntieoverwegingen productie uit Schijndel overneemt, worden jaarlijks enkele honderden miljoenen zogeheten afgevulde producten, zoals herdenkingslichten en kaarsen in glas, gemaakt. In Roermond heeft Bolsius een kleine kerkkaarsenfabriek en de rustiekkaarsen ten slotte komen uit een fabriek in Polen.

Plannen om nog verder oostwaarts te gaan produceren, zegt Bolsius niet te hebben. „We willen concurreren op kwaliteit. En veel concurrenten in het Verre Oosten kunnen onze kwaliteit kaarsen niet maken. Bovendien zou het transport te duur worden, want Noordwest-Europa is onze belangrijkste afzetmarkt.”

Grote afnemers, zoals supermarkten en winkelketens, zijn zowel klant als concurrent van Bolsius, omdat deze bedrijven ook kaarsen van eigen label verkopen. Bolsius, marktleider in Nederland en een van de grootste kaarsenfabrikanten in de wereld, wil niet kwijt hoeveel kaarsen het bedrijf onder private labels maakt. De Nijs: „De consument is in toenemende mate op zoek naar kwaliteitsproducten, ook bij de aankoop van kaarsen. Die mogen bijvoorbeeld niet walmen en moeten volledig opbranden. We staan als kwaliteitsfabrikant dus voor de schone taak om de consument uit te leggen wat het verschil is tussen een theelicht en een theelicht.”

Er staat de marketingmedewerkers van Bolsius nog meer te doen. Zo steken eigenlijk alleen Nederlanders kaarsen aan voor de gezelligheid. Verbruggen: „In Duitsland gebruiken ze kaarsen net als kerstballen. Ze halen ze begin december tevoorschijn en na Kerst gaan ze onaangestoken weer de kast in.” En de meeste Fransen hebben wel een paar kaarsen in huis, maar toch vooral voor het geval de stroom uitvalt.

Zelfs de Scandinaviërs, van oudsher grote kaarsverbruikers, kunnen nog wel wat leren op kaarsengebied. „Zij gebruiken kaarsen erg functioneel en hebben een voorkeur voor lange tafelkaarsen. De kaars als kleurelement in het interieur is er nog nauwelijks bekend.”

Wat Bolsius betreft mogen de warme zomers blijven, als er dan ook maar weer ouderwetse winters komen. „Door het warme najaar is de kaarsenverkoop dit jaar laat op gang gekomen. Gelukkig hadden we door de warme zomer veel verkoop van tuin- en terraskaarsen voor de horeca. Maar wat ons betreft mag de wintertijd best al in september ingaan.”