Shore, ferry nice

Paul Schnabel

rias van den doel – how friendly are the natives? – 339 p. universiteit utrecht, 9 november 2006. promotor “prof. dr. W. Zonneveld

Toch een beetje dreigende titel, maar het gaat niet om ontdekkingsreizigers die met elkaar de kans op een voortijdig einde in de kookpot van een onbekende stam bespreken. De ‘natives’ zijn hier ‘native-speakers’, in dit geval met Engels als moedertaal, en de vraag is hoe zij oordelen over de uitspraak van hun taal door Nederlanders. De titel krijgt nu ineens een beetje een bezorgde klank, want als het Nederlandse Engels al vaak aan onze eigen oren pijn doet, hoe moet dat dan wel niet klinken in de oren van de moedertaalsprekers?

Het is bijna vragen naar de bekende weg, zeker nu in het proefschrift van Rias (van Zacharias) van den Doel bijna terloops wordt geconstateerd dat op Nederlandse scholen weinig aandacht wordt besteed aan een goede uitspraak. Het wordt nauwelijks geoefend en ook de leraren vinden het niet bijzonder belangrijk, voor zover ze zelf al in staat zijn het Engels correct uit te spreken. Dat is gelukkig meestal wel het geval, althans naar de mening van de studenten die aan het onderzoek deelnamen. Eén op de zeven herinnert zich van de middelbare school toch een typisch Nederlands accent in de uitspraak, één op de vijf zegt dat ze zelf geen Engels tijdens de Engelse les hoefden te spreken en één op de drie dat ze ook nooit op hun uitspraak zijn beoordeeld.

Wat is overigens een goede uitspraak van het Engels? Is dat het hete aardappel- Engels dat ook bij de BBC bijna alleen nog in satirische programma’s te horen is of het Amerikaans van de soap-series? Meer dan in de landen om ons heen zijn we in Nederland gewend om de hele dag ‘echt’ Engels te horen. Het is de taal van de muziek, van de film en van de televisie. We weten heel goed hoe het klinkt, maar dat betekent nog niet dat we ook zelf zo klinken als we Engels spreken.

Van den Doel gaat uit van twee varianten van de standaardtaal: het Received Pronunciation of het Standard Southern British English en het General American. In Australië, Canada, Schotland en Ierland kent men heel eigen en zeer herkenbare uitspraakvarianten, maar wie daar niet woont, wordt als niet-moedertaalspreker niet geacht zich daarvan te bedienen. Inmiddels is er ook een soort internationaal Engels ontstaan, de taal van congresgangers en toeristen, maar pleidooien om dit koeterwaals te erkennen als het Engels van de toekomst, waarover de native-speakers niets te zeggen hebben, worden toch niet erg serieus genomen.

Zodra ‘the’ als ‘zuh’ wordt uitgesproken weten we dat het om een Engels sprekende Duitser gaat. Ook Nederlanders hebben hun vaste fouten tegen de uitspraak van het Engels. Ik kende ze niet, maar Van den Doel heeft er hele waslijsten van. ‘Annie laten rijmen op penny’, ‘geen verschil maken tussen pull en pool, tussen sure en shore, tussen collar en colour’, ‘geen juiste th in that, thin en Thomas (drie verschillend uitgesproken th’s dus)’. Heel mooi vond ik ook het foute wel uitspreken van de r in ‘car’ en het even foute weglaten van de j in ‘new’ en ‘suit’. Uiteraard moet in ‘hot tea’ de t twee keer duidelijk worden uitgesproken. En uiteraard worden er ook veel fouten gemaakt bij de plaatsing van de klemtoon en hebben de Nederlanders anders dan de Engelsen weinig neiging gevarieerd te intoneren. De voorkeur van zeker veel Nederlandse mannen voor een meer Amerikaans aandoende uitspraak komt zeker ook voort uit de afkeer van de in onze oren vaak nichterige intonatie van het nette Britse Engels.

In het onderzoek blijken native speakers nogal verschillend te reageren op typisch Nederlands Engels. De sprekers van het General American ergeren zich ten dele aan andere fouten dan de sprekers van het Received Pronunciation, maar ze zijn er wel over eens dat tot de ergste fouten de verkeerde plaatsing van klemtonen en de onterechte wisseling van fonemen hoort ( ‘very’ kan dan ‘ferry’ worden). De fouten worden hinderlijker gevonden, naarmate ze de verstaanbaarheid en de begrijpelijkheid van de gesproken tekst sterker aantasten. Soms worden de fouten ook grappig of juist irritant gevonden. Nederlandse studenten Engels bleken veel van de fouten goed te herkennen, maar vonden ze in het algemeen minder ernstig dan de moedertaalsprekers.

Een heel aardig en verrassend onderdeel van Van den Doel’s onderzoek is zijn brede variatie aan moedertaalsprekers. Hij heeft ook mensen uit Ierland, Canada, Australië en Zuid-Afrika opgenomen in zijn panel van 500 respondenten. Uiteraard herkennen zij de niet-moedertaalsprekers gemakkelijk, ook al spreken ze zelf Engels met een voor ons vreemd accent. Toen ik vorig jaar in Australië was, verstond ik nooit wat er tegen me gezegd werd, totdat men overschakelde op een meer Britse of Amerikaanse variant van het Engels. In Nederland kent iedereen een vergelijkbare ervaring wel van bezoeken aan Zuid-Limburg. Van den Doel vroeg zijn Nederlandse respondenten wie naar hun idee het strengst zou oordelen over fouten in de uitspraak van het Engels. In meerderheid ging men er toch wel van uit dat dit de Engelsen en Ieren zouden zijn. Dat was niet zo, de Amerikanen, vooral die van de Oostkust, spraken de hardste oordelen uit. De maatstaf was steeds de standaardvariant van het Engels, waar men zelf het dichtst bij stond.

Het is moeilijk om recht te doen aan de technische complexiteit en het raffinement van de opzet van dit onderzoek. Erg gemakkelijk wordt het de lezer ook niet gemaakt en uit alles wordt duidelijk dat dit niet een proefschrift is van een beginnend onderzoeker, maar van iemand die al jaren, ook als docent, met dit onderwerp bezig is. Wat me mede daarom wel verbaasde was dat in de literatuurlijst geen enkele verwijzing naar een eigen eerdere publicatie te vinden was. Het proefschrift is ook als een monografie, hoofdzakelijk zelfs als onderzoeksverslag, opgezet en niet gebaseerd op eerder gepubliceerde artikelen en papers. Ik hoop wel dat de vele aanwijzingen en aanbevelingen voor een betere beheersing en uitspraak van het Engels, die in dit proefschrift te vinden zijn, door de leraren in het voortgezet onderwijs zullen worden opgepakt. Ons Engels moet beter gaan klinken.