Faust op roestend staal

Vanaf 1 januari is de Roemeense stad Sibiu culturele hoofdstad van Europa. De opzet van het programma is breed – van jazz, animatie en theater tot en met een literaire conferentie over ‘het ego’. Ambitieus? „De stad zindert, we kunnen álles aan.”

Een filmopname op een van de pleinen van Sibiu foto Tijn Sadée
Een filmopname op een van de pleinen van Sibiu foto Tijn Sadée Sadée, Tijn

Over de betonnen vloer in de honderd meter lange fabriekshal liggen rails die hun beste tijd hebben gehad. Vroeger, onder de communistische dictatuur van Nicolae Ceausescu, rolden er zware machines overheen. Nu dienen de verroeste rails als spoor voor een mobiel toneelpodium. „Hier gaat het grote spektakelstuk spelen”, zegt theaterproducent Constantin Sambeteanu. Met een druk op een knop zet hij een bijkans versleten hefmachine in werking. „Vroeger werden er grote stalen balken mee door de hal vervoerd. Nu gebruiken we het om acteurs en decorstukken mee de lucht in te hijsen.”

Sambeteanu is een geestdriftige veertiger die constant over zijn woorden struikelt. Hij is druk met de laatste voorbereidingen van theatervoorstelling van Goethe’s Faust, die in januari in première gaat. De locatie – de grote, in ongebruik geraakte hal van werktuigenfabriek Simerom aan de rand van de Roemeense stad Sibiu – belooft veel. „Oudere Roemenen uit de regio hebben hier in de Ceausescu-tijd nog een hernia opgelopen”, zegt Sambeteanu. „Straks komen ze in het donker binnen, waarna ze zich kunnen vergapen aan een lichtshow en een over het spoor voortrazend acteursensemble. Fantastisch!”

Net als Sambeteanu verkeert heel Sibiu in een staat van euforie. Per 1 januari is de middeleeuwse stad, gelegen in het zuiden van Transsylvanië, Europa’s culturele hoofdstad, samen met partnerstad Luxemburg. De datum valt samen met Roemenië’s toetreding tot de Europese Unie.

Eindelijk, zo hopen de Roemenen, richt de westerse aandacht zich eens niet op de problemen waarmee de EU-nieuwkomer kampt, zoals corruptie en nepotisme. Eindelijk kan het land zich op een andere manier in de kijker spelen. „Met ‘Sibiu 2007’ gaan we bewijzen dat we in cultureel en sociaal opzicht altijd bij Europa hebben gehoord”, zegt Cristian Radu, voor een vol jaar aangewezen als de programmeur van de culturele hoofdstad.

De opzet is breed – van jazz, animatie en theater tot en met een literaire conferentie over ‘het ego’ en een Emil Cioran-workshop, genoemd naar een van Roemenië’s beroemdste schrijvers.

Uit heel Europa komen er in 2007 schrijvers (zoals Peter Sloterdijk, Imre Kertész, Michel Houellebecq, Margriet de Moor, Hugo Claus) naar de stad waar in de twaalfde eeuw door Hongaren en Duitsers de basis werd gelegd voor een stedelijke cultuur die zijn tijd ver vooruit was (zie kader).

Koopmansgeest en mecenaat

gingen er eeuwen hand in hand, hetgeen resulteerde in een stad waar de cultuurschatten voor het oprapen liggen. In kerken, kathedralen en herenhuizen, maar vooral in het stadspaleis van Samuel von Brukenthal. Eind achttiende eeuw, toen de Habsburgers er heersten, bracht de vanuit Wenen gedelegeerde gouverneur Von Brukenthal zijn persoonlijke verzameling schilderijen van Vlaamse, Hollandse, Franse en Spaanse meesters over naar Sibiu. Na zijn dood werd het paleis het eerste openbare museum van Roemenië. Al in 1778 schreef Martin Hochmeister, boekhandelaar en spil in de grote Duitse gemeenschap in de stad, in zijn eentje het eerste Duitstalige blad van Transsylvanië, Theatral Wochenblatt, vol.

Dat rijke verleden van de stad werd door de communistische dictatuur decennia lang aan het zicht onttrokken, maar volgens 2007-programmeur Radu komt daar een einde aan. „We zetten Sibiu weer terug op de Europese landkaart, als een dynamische stad die voortborduurt op zijn multiculturele verleden. Hier woonden en wonen Duitsers, Roemenen joden, Hongaren en Roma.” Radu verwacht in het komende jaar ruim een miljoen bezoekers die afkomen op de 1500 culturele evenementen. Ambitieus? „De stad zindert, we kunnen alles aan.”

Zo rooskleurig als Radu het nu afschildert zag het er bij aanvang van het 2007-programma allerminst uit. Tussen hoofdstad Boekarest en de regio Transsylvanië heerst van oudsher animositeit, hetgeen er voor zorgde dat de regering met een half jaar vertraging Sibiu’s gemeentebestuur informeerde dat hun kandidatuur als culturele hoofdstad door de Europese Commissie was gehonoreerd. Uit partnerstad Luxemburg, eveneens culturele hoofdstad 2007, kreeg Radu een telefoontje. „En, hoe ver zijn jullie met de voorbereidingen?” luidde de vraag. Radu: „We wisten nog van niks en stonden met onze mond vol tanden.”

Vervolgens ontstond er een rel rond minister van Cultuur Monica Musca die in het verleden zou hebben gewerkt voor de Securitate, Ceausescu’s geheime dienst. Musca trad af en is nu vervangen door Adrian Iorgulescu, zelf een begenadigd componist en pianist.

Sinds de Securitate-dossiers worden gelicht wankelen er wel meer reputaties van grootheden in Roemenië’s kunstwereld, waar tot op heden nog tal van postcommunistische cultuurpausjes de regie in handen hebben. En anders waren het wel oud-dissidenten als schrijver Andrei Plesu en dichter Mircea Dinescu die zich na de revolutie van 1989 in de politiek stortten en hun vingers brandden aan het cynische spel van beschuldigingen over en weer. Roemeense literaire successen in het buitenland bleven als gevolg daarvan de laatste jaren uit.

Wie was er destijds goed of fout?

Zonder naar een antwoord op die vraag te zoeken opende eind 2004 het Museum voor Hedendaagse Kunst (MNAC) zijn deuren in het voormalige hol van de leeuw: in een zijvleugel van Ceausescu’s monstrueuze Huis van het Volk, hét symbool van de grootheidswaan van de dictator. Je kunt het verleden niet uitwissen, was de gedachte achter de keuze voor de MNAC-locatie, dus laten we het dan maar naar onze hand zetten.

Wie wél naar antwoorden zoekt slaat in het beste geval een onuitputtelijke bron van inspiratie aan, zoals veel Roemeense filmmakers deden. In 2004 waren tijdens het documentairefestival IDFA maar liefst twee Roemeense regisseurs geselecteerd voor de Joris Ivens-competitie, de hoofdcompetitie van IDFA: De Vloek van de Egel (Blestemul Ariciului), van Dimitru Budrala, en The Great Communist bank Robbery (Marele Jaf Comunist) van Alexandru Solomon, twee films die op sublieme wijze het absurdisme van het dagelijkse leven onder Ceausescu blootlegden. De makers bewijzen dat Roemenië barst van het filmtalent.

Hollywood-producenten en andere buitenlandse filmers hebben Roemenië ook ontdekt als gunstige filmlocatie, wegens de combinatie van ongerept natuurschoon en goedkope, goed gekwalificeerde filmcrews. Regisseur Anthony Minghella draaide er zijn Cold Mountain (met Nicole Kidman en Donald Sutherland) en recent werd in het Roemeense dorpje Glod de satire Borat gedraaid. De inwoners van Glod reageerden woedend toen later bleek dat hun stadje moest doorgaan voor een achterlijk Kazachstaans gehucht. „We zijn vernederd en misbruikt.”

Met Sibiu 2007, zegt

programmeur Radu, wil Roemenië afrekenen met het imago van de verschoppeling. Hij somt een lijst Roemeense succesnummers op. Sopraan Angela Gheorghiu, die in 2005 nog schitterde tijdens het zilveren jubileumconcert voor koningin Beatrix. Beeldend kunstenaars als Horia Bernea. Radu: „En niet te vergeten: Fanfare Ciocârlia!” De fanfare – zo’n twintig man, jong en oud, op drift op hun trompetten en timpani – groeide de laatste jaren op internationale muziekfestivals uit tot een hit.

Veel Roemeense grootheden werden pas beroemd nadat ze voor het communisme op de vlucht sloegen en zich elders vestigden. Sibiu-2007 wordt in dat opzicht ook een reünie, zegt Radu. „Regisseur Andrei Serban werkte in New York nog met acteurs als Al Pacino. Maar hij is er komend jaar bij. Serban gaat Tsjechovs De Meeuw doen.”

Theater maken, laat dat maar over aan de Roemeen die zichzelf niet zonder trots als ‘latino’ karakteriseert. Sibiu’s bekendste acteur Constantin Chiriac, tevens theaterdirecteur, is de spin in het culturele web. Zijn Internationale Theaterfestival in Sibiu, al jaren een publiekstrekker, werd door de 2007-organisatie als blauwdruk gebruikt.

Het charisma en de energie van Chiriac, een soort kruising tussen Jacques Brel en Diego Maradona, overtuigde kunstenaars, politici en financiers van Sibiu’s potentie. „Hij is de motor”, zo wordt hij in de stad eensgezind en liefdevol omschreven.

Tijd voor een gesprek heeft Chiriac niet. „Ik zit nu in Montreal om een theatergezelschap te contracteren”, schreeuwt hij door zijn mobieltje. Een week later belt hij vanuit Berlijn. „Sorry, druk druk druk.”

Nog een paar weken te gaan, zucht theaterproducent Constantin Sambeteanu, terwijl hij in de Simerom-fabriek het mobiele podium nog een laatste maal test. Over het roestige spoor schiet het gevaarte door de lege hal. Programmeur Cristian Radu kijkt tevreden toe.

„Noem het gerust de finale afrekening met ons verleden”, zegt Radu. „Maar anders dan Faust sloot Roemenië nooit een sluitend pact met de duivel, lees: het communisme. Uiteindelijk hebben we de duivel de rug toegekeerd. Zeker wij, hier in Sibiu, hebben onze Europese erfenis nooit verkwanseld. Kom maar kijken.”