Trots, en gezegend met de mooiste trap

Oud-voetballer Cor van der Hart was een trotse verdediger met een prachtige traptrechniek. Hij overleed maandag op 78-jarige leeftijd.

Hij was een prachtige, robuuste en oersterke stopperspil in de jaren vijftig. Zijn traptechniek was van een uitzonderlijk niveau. Van Cor van der Hart werd beweerd dat hij in die tijd de mooiste trap van Europa in zijn benen had. „Zo worden ze niet meer gemaakt”, zei de maandag op 78-jarige leeftijd overleden Cor van der Hart zelf vaak. En dan lachte hij met zijn bulderende stem.

Van grote afstand kon Van der Hart uit stand de bal strak, hard en nauwkeurig naar een medespeler in de aanval schieten. Soms schoot hij bijna net zo hard terug op zijn keeper, in die dagen vaak zijn maatje Frans de Munck. Om te controleren of hij niet stond te slapen. Hij was onwrikbaar en als het moest spijkerhard.

Van der Hart speelde 44 maal in het Nederlands elftal, en was 26 maal aanvoerder. Zijn debuut maakte hij pas op 27-jarige leeftijd. Van der Hart was één van de eerste Nederlanders die het amateurvoetbal ontvluchtten. Als prof werd hij in Frankrijk kampioen met Lille. In 1953 maakte hij deel uit van het ‘Watersnoodelftal’, met in Frankrijk spelende Nederlanders, dat voor de slachtoffers van de ramp tegen Frankrijk speelde en won.

Hij keerde terug toen het beroepsvoetbal in Nederland werd geïntroduceerd. Fortuna ’54 kocht hem voor 80.000 gulden van Lille. De Limburgse club gaf dankzij tal van uit het buitenland teruggekeerde profs de toon aan, maar werd nooit kampioen. Fortuna speelde veel tegen grote buitenlandse ploegen, waarmee voorzitter Egidius Joosten veel geld binnenhaalde. Van der Hart zei later: „Ik heb in 12 jaar misschien wel duizend wedstrijden gespeeld, maar ik verdiende maar 45 gulden per wedstrijd. Waar de rest van Joostens inkomsten bleef, weet ik niet. Schande.”

De Amsterdammer Cor van der Hart begon op straat te voetballen. Op zijn tiende werd hij net als zijn vader lid van Fokke, een club die niet meer bestaat. Een jaar later werd hij door een scout van Ajax gevraagd met 300 jongens proefwedstrijdjes te spelen. Twee jongens werden uitverkoren: Cor van der Hart en Rinus Michels. Als 17-jarige debuteerde hij in het eerste van Ajax, waarmee hij direct kampioen werd.

Vijf jaar later werd hij prof. Geld speelde een grote rol bij Van der Hart. „Ik ben naar de ambachtsschool geweest om mijn diploma te halen, maar ik heb altijd geweigerd voor een baas te werken. Ik wilde voetballer worden. Ik ging naar de penningmeester van Ajax en vroeg kaartjes voor mijn vrienden. Als ik ze niet kreeg, weigerde ik te spelen. Als ik ze wel kreeg, verkocht ik ze door.’’

In 1961 speelde hij voor het laatst in Oranje. Vanaf 1966 werd hij trainer van onder meer Holland Sport, Telstar en AZ ’67. In 1974 maakte hij op het WK analyses van tegenstanders voor Rinus Michels. Nederland verloor de finale van West-Duitsland. „Zonder mij waren ze nooit zover gekomen”, stelde hij vaak.