PvdA ziet overal populisten

‘Politici, journalisten en wetenschappers in de ban van het populisme’. Zo luidt de ondertitel van de oratie van de hoogleraar Nederlandse politiek Ruud Koole, oud-voorzitter van de PvdA. Een samenvatting ervan stond vrijdag op deze pagina.

Met deze analyse schaart Koole zich in de rij PvdA-politicologen die Nederland afgrazen op zoek naar zondebokken voor alles wat er mis is in het land. Terwijl Jos de Beus de schuld bij ‘het nihilisme van de politieke klasse’ legt, sloot oud-senator J.Th.J. van den Berg na de verkiezingen zijn analyse af met: „Soms zou je de koningin een ander volk toewensen.”

Hier wordt toch een patroon zichtbaar. Na de ‘Wij willen Wouter’-verkiezingszege van de PvdA in maart zijn mij dit soort klaagstukken over ‘het volk’, ‘de politiek’ en ‘de media’ niet opgevallen. Maar nu staan de opiniepagina’s bol van ‘het populisme’ en het debiliserende effect van ‘de media’, steevast zonder begripsomschrijving. Een oratie zou toch wel mogen beginnen met een definitie van de kernbegrippen die men hanteert. Dat laat Koole na. Want wat betekent ‘volkstribuun’? Van Dale zegt: ‘iemand die voor de volksklasse opkomt’. Julius Caesar was er een, Pieter Jelles Troelstra een ander. Is Jan Marijnissen er een? Nee, die laat zich volgens Koole populistisch uit, net als VVD’er Verdonk, CDA’er Brinkman, D66’er Pechtold en Huizinga van de CU. U raadt al welke partij er geen last van heeft.

Populisme betekent „een antikapitalistische volksbeweging van meestal agrarische volksgroepen; en een populaire, (enigszins) demagogische betoogtrant” (Van Dale). Wie hiervan, zoals Koole, maakt: „wij, het pure volk” tegenover „zij, zakkenvullers in Den Haag” mag dit natuurlijk doen, zij het met meer citaten dan die paar tijdens NOVA op een blocnote genoteerde halve zinnetjes van enkele politici. Van het populisme van „de spraakmakende opinieleiders” levert hij geen enkel citaat.

Belangrijker lijkt me uit te leggen wanneer een volkstribuun nu een platte populist wordt die alleen maar doet „wat het volk wil”, zonder oog te hebben voor het algemeen belang. Wat moeten we zonder toelichting aan met beweringen als: „Het anti-politieke vertoog van de populisten dreigt het politieke debat te overschaduwen” of „De media hebben het populisme (van politici) de laatste jaren sterk bevorderd”?

Ook woorden als medialogica en infotainment zijn, als opvolgers van termen als modernisering, containerbegrippen geworden: je kunt er alle kanten mee op. Medialogica volgens Koole: de tv geeft het volk wat het wil zien, en dat begon rond 1990. Verderop schrijft hij dat ‘de media’ Fortuyn niet zagen aankomen. Dat is tegenstrijdig. Over infotainment zegt hij dat politici op de anti-politieke tv alleen nog met ‘ja’ of ‘nee’ mogen antwoorden. Het gevolg is „dat genuanceerde of gematigde opvattingen steeds minder kans krijgen gehoord te worden”. Maar wie hield stand bij de verkiezingen? Was dat niet het gematigde CDA? Dat gelamenteer over „de media hebben het gedaan” klinkt mij inmiddels net zo in de oren als: „Belgen zijn dom” of „zwarten zijn lui”.

Hoe luidt Koole’s panacee voor ‘het populisme’? Deze. Politici en politicologen moeten het begrip verbreiden „van de politiek als een noodzakelijkerwijs ingewikkeld en rommelig proces”. En ‘de journalisten’? Zij moeten zich realiseren „dat doormodderen” daar soms bij hoort en dat het dus „niet aangaat om altijd te vragen om korte, heldere, eenduidige antwoorden”. De nieuwe PvdA-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet wil, zei ze, voortaan korte, duidelijke antwoorden. De oud-partijvoorzitter vindt dit soort duidelijkheid populisme bevorderend. Tja.

De PvdA, de politicologie en het populisme. Mijn indruk is: een beetje wrokkig allemaal. Of is het slechts een beetje, eh, ‘rommelig’?

Henri Beunders is hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De oratie van Ruud Koole is te lezen op www.leidenuniv.nl

    • Henri Beunders