Iedereen blij met de rechtspraak, behalve rechters

Er is weinig mis met de kwaliteit van de rechtspraak, concludeerde de commissie-Deetman. Alleen rechters zelf lijken daar niet van overtuigd.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) lijkt Joost van den Vondel te citeren als hij zich in de rechtszaal te Den Haag wendt tot commissievoorzitter Wim Deetman en zegt: „Hulde. Hulde. Hulde aan de gerechten.” De minister heeft net, op maandagmiddag, het evaluatierapport Rechtspraak is kwaliteit in ontvangst genomen. De commissie-Deetman heeft onderzoek gedaan naar hoe het de rechterlijke organisatie is vergaan sinds de modernisering van vijf jaar geleden. Die reorganisatie is, vindt de commissie, uitstekend verlopen.

De grootste veranderingen van vijf jaar geleden waren de manier waarop rechtbanken worden gefinancierd en de wijze waarop de gerechten worden bestuurd. Voorheen beheerde het ministerie van Justitie het geld. Vijf jaar geleden werd de Raad voor de rechtspraak ingesteld, als een soort scharnier tussen het ministerie en de rechtbanken.

De Raad voor de rechtspraak, met oud-rechter Bert van Delden als voorzitter, overlegt met het openbaar ministerie hoeveel zaken er te verwachten zijn voor het komende jaar en informeert bij de rechtbanken hoeveel zaken zij denken te kunnen afhandelen. Op basis van het aantal te verwachten zaken wordt een bedrag met het ministerie afgesproken. De raad verdeelt het geld over de rechtbanken en houdt toezicht op het beheer.

In 2005 werd de financiering van rechtbanken nog wat verder ‘gemoderniseerd’. Rechtbanken worden nu ‘afgerekend’ op productie. Ze worden per afgehandelde zaak betaald. Die prestatiefinanciering zit veel rechters dwars. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de beroepsvereniging van rechters, trok bij de commissie-Deetman aan de bel.

Uit ‘diepte-interviews’ die de leden van de commissie-Deetman met rechters voerden, bleek dat de klachten hardnekkig waren. Rechters zeiden dat de productiedwang en de werkdruk zo groot waren, dat ze bang waren voor de kwaliteit van de rechtspraak. Wat kwaliteit dan precies is, wordt niet helemaal duidelijk. Krijgt een wetsovertreder een minder goed vonnis? Is de rechter gehaast, of niet onafhankelijk genoeg? Is hij kortaf tijdens een zitting? Is de uitspraak onbegrijpelijk?

Deetman vindt de werkdruk van de rechter „niet onaanvaardbaar” hoog. En met de kwaliteit is ook weinig mis. De buitenwereld vindt de kwaliteit van de rechtspraak zelfs goed, of in elk geval niet slecht. Het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie (WODC) deed vier trendstudies naar vertrouwen in het rechtssysteem. Het blijkt dat het vertrouwen dalende was in de jaren negentig, dus vóór de modernisering. En juist daarna, tussen 2000 en 2005, bleef het vertrouwen „behoorlijk stabiel”. Ook uit de ‘klantwaarderingsonderzoeken’ die alle rechtbanken elk jaar doen, blijkt dat de ‘klantwaardering’ alleen maar is toegenomen.

De klant is tevreden, maar de winkelier niet. Hoe kan dat? Rechters meten de kwaliteit van hun werk anders dan mensen die terechtstaan. Rechters willen een zaak snel afhandelen, ze willen graag dat de vonnissen van verschillende rechters in soortgelijke zaken eenduidig zijn en ze willen de tijd hebben om hun vonnis goed te motiveren. Niet zeggen: vijf jaar cel. Maar ook uitleggen waarom niet vier of elf jaar.

Er is, vindt de commissie-Deetman, te weinig aandacht geweest voor de mens achter de rechter. De modernisering van de rechtspraak ging over financieel beheer en productiebeheersing, over het stroomlijnen van werkprocessen.

Rechters ervaren werkdruk, voelen zich opgejaagd door de prestatiefinanciering. Maar de feiten zijn anders: 18 van de 26 rechtbanken hebben in 2005, het eerste jaar van de vernieuwde financiering, geld overgehouden. Ze hebben alle afgesproken zaken afgehandeld en dat ook nog eens onder de van te voren afgesproken prijs. Aan het eind van het jaar was er 37,6 miljoen euro over. Geld dat ze zouden moeten investeren in kwaliteit, vond de minister van Justitie toen.

Maar de rechtbanken sparen het liever. En dat begrijpt Deetman ook wel. „Met zoveel veranderingen achter de rug voelt geld op de bank veilig.”