EU beknot gesprek met Turkije

De Europese Unie schort de vorig jaar gestarte onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU grotendeels op. Tot deze vergaande stap is gisteren in Brussel besloten.

Directe aanleiding is dat Turkije niet voldoet aan de eis van de EU om zijn vliegvelden en havens voor het einde van dit jaar open te stellen voor vliegtuigen en schepen uit EU-lidstaat Cyprus.

Niet eerder schortte de EU besprekingen met een kandidaat-lidstaat deels op. De Turkse premier Erdogan zei vanmorgen dat de EU zijn land „onrecht” aandoet.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de 25 EU-landen werden het gisteren in Brussel alsnog eens over maatregelen tegen Turkije. Aanvankelijk zag het er naar uit dat zij de kwestie wegens grote onderlinge verdeeldheid zouden doorschuiven naar hun regeringsleiders. Zij komen eind deze week bijeen voor regulier beraad.

De duidelijk opgeluchte Finse minister van Buitenlandse Zaken Erkki Tuomioja, wiens land momenteel als EU-voorzitter fungeert, verklaarde gisteren dat het met „de nodige creativiteit” toch gelukt was overeenstemming te bereiken. Verschillende EU-landen, waaronder Groot-Brittannië, wilden mildere sancties, terwijl andere, zoals Frankrijk en Nederland, juist strengere maatregelen voorstonden.

Het besluit van de EU-ministers houdt in dat op acht belangrijke beleidsterreinen niet met Ankara overlegd zal worden over de vraag hoe de Turkse wetgeving in lijn kan worden gebracht met de Europese. Aan de hand van jaarlijkse rapporten van de Europese Commissie zal bekeken worden of er aanleiding is deze sancties op te heffen. Maar hiermee moeten dan wel alle 25 landen instemmen.

In een aparte verklaring van het Finse voorzitterschap staat dat de EU de afspraken over opheffing van het isolement van het door Turkije bezette Noord-Cyprus zal nakomen. Dit wordt gezien als gebaar van goede wil.

Volgens Europees commissaris Olli Rehn (Uitbreiding) vormt het pakket een „juiste balans”. „Enerzijds wordt duidelijk gemaakt dat Turkije zijn verplichtingen moet nakomen, maar anderzijds bestaat het uitzicht op hervatting van de onderhandelingen.”