Raad van State: politie schiet niets op met landelijk korps

De door het kabinet gewenste reorganisatie van de politie houdt te weinig rekening met lokale politiebehoeften, is onvoldoende onderbouwd, en biedt geen oplossing voor een betere (inter)nationale samenwerking bij het bestrijden van georganiseerde criminaliteit en terrorisme.

Dat schrijft de Raad van State in een advies op het wetsvoorstel voor de Politiewet, dat demissionair minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vlak voor de Kamerverkiezingen eind november naar de Tweede Kamer stuurde. De Raad is het belangrijkste adviesorgaan van de regering. De kritiek is zo ernstig dat het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad behandeld moet worden.

De nieuwe Politiewet, die op 1 januari 2008 zou ingaan, is bedoeld om het kabinet meer macht te geven over de politie. Zo komt er een landelijk politiekorps, met één begroting. Het kabinet kan landelijke beleidsdoelen voor die organisatie vaststellen.

Volgens het kabinet is dat nodig omdat korpsen op een aantal gebieden (zoals bij het uitwisselbaar maken van informatie) nog onvoldoende samenwerken. Ook het bestrijden van (inter)nationale criminaliteit en terrorisme zou een sterkere centrale aansturing nodig maken.

Maar de Raad van State schrijft in zijn advies dat de minister van Binnenlandse Zaken de politie ook in het huidige stelsel al kan aansturen als hij dat nodig vindt. „De Raad heeft de indruk dat het probleem niet zozeer is gelegen in het tekortschieten van bevoegdheden, maar in het onvoldoende benutten van die mogelijkheden.”

Dat de „democratische inbedding” van de politie groter wordt, zoals het kabinet betoogt, betwijfelt de Raad. In ieder geval, schrijft de Raad, wordt die „op regionaal en lokaal niveau sterk verzwakt.”

De kritiek die de Raad op de centralisatie van het beheer heeft, wordt overigens gedeeld door gemeenten en de politiekorpsen zelf.

In een reactie schrijft de minister dat er voldoende regionale en lokale invloed op het politiebeleid blijft bestaan. Ondanks de bevoegdheden die ministers al hebben om korpsen (bij) te sturen, is een „meer fundamentele” wijziging van de wet volgens de minister nodig omdat de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie „door het parlement steeds nadrukkelijker verantwoordelijk worden gehouden” voor de politie.