Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Pinochet

Het valt te betreuren dat de Chileense oud-generaal Augusto Pinochet, die gisteren op 91-jarige leeftijd overleed, nooit is berecht. Door zijn hoge leeftijd en vele kwalen en de opvattingen over hem van enkele bevriende, inmiddels ook stokoude politici groeide de voormalig juntaleider uit tot een monument van een voorbije tijd. Een curiosum in rolstoel, achtervolgd door socialisten die het een schande vonden dat hij zich niet hoefde te verantwoorden voor de mensenrechtenschendingen tijdens zijn bewind. De mist van de jaren doet licht vergeten dat Pinochet een dictator was van het kaliber Stroessner (Paraguay) en Trujillo (Dominicaanse Republiek). Het waren militairen en politici, maar bovenal alleenheersers zonder scrupules van het soort waarop Latijns-Amerika jarenlang het patent had.

Pinochet was verantwoordelijk voor de geslaagde militaire staatsgreep tegen het democratisch gekozen regime van de socialist Salvador Allende in 1973. Met een steeds roder kleurend Zuid-Amerika is het nu haast onvoorstelbaar, maar destijds was Allende de eerste socialistische president van het subcontinent die via vrije verkiezingen aan de macht kwam. Zijn instabiele regime, dat te maken kreeg met een economische crisis, duurde niet lang. Een rechtse junta onder leiding van Pinochet maakte met instemming van onder andere de Verenigde Staten een einde aan het eerste linkse experiment van Latijns-Amerika.

Allende stierf onder duistere omstandigheden. In de massale repressie tegen zijn aanhang vonden duizenden de dood in martelkamers of geïmproviseerde concentratiekampen. Veel Chilenen zijn tijdens de eerste weken en maanden onder Pinochet simpelweg verdwenen. Het huiveringwekkende hiervan is goed vastgelegd in Costa Gavras’ onvergetelijke film Missing (1982).

Natuurlijk had Pinochet verdiensten. Hij was in eigen land beslist niet impopulair en met zijn liberale, op de export van grondstoffen gerichte economische beleid wist hij het verarmde Chili meer welvaart en aanzien te bezorgen. Maar dit weegt niet op tegen de wandaden die in zijn naam en onder zijn politieke verantwoordelijkheid zijn begaan.

Pinochet was zo handig kort voor zijn aftreden, maart 1990, juridisch te laten vastleggen dat hij levenslang politieke onschendbaarheid en immuniteit van rechtsvervolging zou krijgen. Internationale berechting wist hij jarenlang kundig te ontlopen door te schermen met zijn zwakke gezondheid. Toen dit najaar in eigen land het immuniteitsvoorschrift verviel – en berechting in principe mogelijk was – zou hij te ziek zijn geweest voor een gang naar de rechtbank.

Politici met bloed aan hun handen moeten zich, naar het lijkt, vaker dan voorheen verantwoorden voor hun daden. Zie Milosevic voor het Joegoslavië-tribunaal en de berechting van Saddam in Irak. Maar Pinochets geval toont aan dat berechting te ontlopen valt met handigheid, relaties en een veelvuldig beroep op de gezondheid. Zijn handelwijze vindt navolging in Indonesië, waar de omstreden oud-president Suharto ook steeds het ziekenhuis ingaat als juridische procedures dreigen. Toch blijft strafvervolging van (ex-)dictators de enig juiste weg om hun slachtoffers en nabestaanden genoegdoening te verschaffen. Het recht had ook hier zijn loop moeten hebben.