Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Politiek

Haagse krabbendans

De formatie van het vierde kabinet Balkenende zit al vast voordat er werkelijk is onderhandeld. Niemand had verwacht dat partijen die elkaar in de verkiezingscampagne om het hardst bestreden elkaar de volgende dag snikkend in de armen zouden vallen. Maar het landsbelang vergt nu wel van CDA, PvdA en SP meer bereidheid om ter zake te komen.

CDA-leider Balkenende heeft te kennen gegeven wel met de PvdA in onderhandeling te willen treden. Maar tegelijkertijd zouden de verschillen met de SP zo groot zijn dat een coalitie waarvan die partij deel uitmaakt niet goed mogelijk is. Dat was op 23 november al het geval en dat is nu ook nog zo. PvdA-leider Bos wil de SP juist wél in de regering hebben en niet in de oppositiebankjes, waar die partij mogelijk de gelegenheid krijgt verder te groeien en zo bij volgende verkiezingen de PvdA zou kunnen overvleugelen. En SP-leider Marijnissen is de koele minnaar: hij wil wel, maar hij móet niet. Ziehier de impasse.

Belangrijker dan de inhoudelijke verschillen tussen CDA en SP is de kennelijke weerzin van Balkenende om in een coalitie te moeten opereren waarin hij zich geconfronteerd ziet met een linkse overmacht. Die weerzin is, bezien vanuit de optiek van het CDA, begrijpelijk. Bos heeft zelf Balkenende nogal hardhandig duidelijk gemaakt dat de christendemocraten een toontje lager moeten zingen. Zijn motie over het opschorten van beslissingen en andere stappen ten aanzien van (voormalige) asielzoekers heeft grote druk gelegd op de formatie.

Het is zeer de vraag of de blijdschap van de linkse Kamermeerderheid over het aannemen van die motie op zijn plaats was. Het ziet ernaar uit dat Balkenende van de weeromstuit nu helemaal kopschuw is geworden om zich op te sluiten in een kabinet waarbinnen het CDA genadebrood mag eten. Bos moet oppassen dat hij zijn hand niet overspeelt. Balkenende daarentegen zal ook moeten buigen voor de politieke werkelijkheid: hij is niet gekozen als minister-president.

De krabbendans van de drie partijen moet niet langer duren dan nodig is. Het zou goed zijn indien informateur Hoekstra voor Kerstmis andere opties onderzoekt. Dat wil zeggen: CDA, PvdA, ChristenUnie en CDA, PvdA, GroenLinks. De PvdA zit in een coalitie met de ChristenUnie in een zelfde soort positie als het CDA zou zitten in een coalitie met de SP. En een coalitie met GroenLinks betekent voor Balkenende dat hij zich met een minder grote overmacht geconfronteerd ziet dan indien hij met de SP moet samenwerken.

Uiteindelijk draait het bij de coalitievorming om politieke wil en de geloofwaardigheid van het resultaat. Uitgaande van het streven naar een werkbare coalitie die kan rekenen op een meerderheid in het parlement is het aantal mogelijkheden beperkt. Het formatieproces is niet gebaat bij partijen die krampachtig vasthouden aan eenmaal ingenomen posities.