Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

‘Europa is heel onrechtvaardig’

Tussen Turkije en de Europese Unie gaapt een steeds grotere vertrouwenskloof. Het aantal aanhangers van Europa is van 85 tot 50 procent teruggelopen. Veel Turken voelen zich tot het uiterste getergd door Europa.

Zomaar een middag in het informatiecentrum van de Europese Unie in Taksim. Drie vrouwen zijn uit een buitenwijk van Istanbul hiernaar toe te komen om geld te vinden voor een project. Geduldig luisteren zij als een van de medewerkers hen wegwijs probeert te maken in de bureaucratie van Brussel. Vrouwenorganisaties behoren van oudsher tot de meest enthousiaste pro-Europese groepen in Turkije. Maar een van de vrouwen, Nursel Erel, vertrekt haar gezicht op de vraag of ze nog enthousiast is over de Europese Unie. „Twee jaar geleden was ik 99 procent enthousiast, maar ik heb inmiddels gezien dat Europa heel onrechtvaardige dingen jegens Turkije heeft gedaan. Ik ben nog steeds 50 procent enthousiast maar ik heb nu ook 50 procent twijfels.”

Erel is niet de enige in Turkije die er zo over denkt. Vandaag vergaderen de Europese ministers van Buitenlandse zaken over de vraag hoe het verder moet met Turkije. Ankara heeft tot dusverre geweigerd om al zijn havens en vliegvelden open te stellen voor Grieks-Cyprische schepen en vliegtuigen. Het lijkt bepaald niet uitgesloten dat de ministers vandaag besluiten als straf de toetredingsonderhandelingen op een lager pitje te zetten. Maar de kwestie van de havens is wellicht uiteindelijk een symptoom van de diepe vertrouwenscrisis die tussen Turkije en de Europese Unie is ontstaan. Veel Turken voelen zich tot het uiterste getergd door Europa.

Een daarvan is ongetwijfeld Mustafa Isik, hoofd van de afdeling-Istanbul van de Partij van Nationalistische Actie (MHP). Het is een goedlachse man die eerst wil uitleggen dat zijn partij, in tegenstelling tot wat veel Europeanen denken, bepaald niet tegen de Europese Unie is. De MHP zat, zo zegt hij, tot 2002 in de regering en deed toen haar best om Turkije te laten voldoen aan de criteria die de Europese Unie aan Ankara stelde.

Maar in 2004 ging het mis, aldus Isik. De weerstand in Europa tegen een eventueel Turks lidmaatschap nam toe en dus begon Brussel te morrelen aan allerlei belangrijke verdragen, zoals de Overeenkomst van Ankara (1964). „Die regelt hoe Turkije lid zal worden van de Unie”, zegt Isik, „en in dat verdrag wordt met geen woord gesproken over een ‘speciaal partnerschap’, het gaat alleen over lidmaatschap.” Het is dan ook een schande, aldus Isik, dat sommige Europeanen nu openlijk praten over een referendum over Turkije. „Als er nu een referendum komt, zouden ten minste tien landen het Turkse lidmaatschap verwerpen.”

En dan Cyprus. Laat alle Europese politici nog eens de verdragen nalezen, zoals dat van Londen en Zürich. Daarin staat overduidelijk, aldus Isik, dat Turkije de onafhankelijkheid en veiligheid van de Cyprische Republiek moest garanderen en daardoor het recht had in te grijpen bij grote problemen. In 1974 was er een staatsgreep van extremistische Grieks-Cyprioten die prompt slachtpartijen onder de Turks-Cyprioten begonnen. „Niemand moet Turkije kwalijk nemen dat het toen ingreep.” Je zou juist de andere landen die de onafhankelijkheid van Cyprus garandeerden (het Verenigd Koninkrijk en Griekenland) moeten verwijten, aldus Isik, dat zij in 1974 met de handen over elkaar bleven zitten.

En in 2004, aldus de voorman van de MHP, stemden de Turks-Cyprioten in een referendum voor hereniging, de Grieks-Cyprioten waren tegen. „Europa beloofde toen het isolement van de Turks-Cyprioten (de Turkse Republiek Noord-Cyprus wordt alleen door Turkije erkend, red.) te beëindigen, maar wat is daarvan terechtgekomen?”

De MHP had natuurlijk altijd twijfel over het Turkse lidmaatschap: zo was er binnen de partij enige jaren geleden een zware discussie over de eis van Brussel om de doodstraf af te schaffen (de door de MHP gehate leider van de Koerdisch-extremistische PKK, Abdullah Öcalan, profiteerde daarvan). Twee jaar geleden echter was de MHP een roepende in de woestijn: volgens de peilingen was toen nog 85 procent van alle Turken voorstander van Turks lidmaatschap van de Europese Unie. Nu geven de peilingen een ander beeld: ongeveer de helft van de ondervraagde Turken, zo blijkt keer op keer, heeft het wel gehad met Brussel.

Hoezeer de stemming is veranderd, blijkt uit een simpele rondvraag op Taksim, het hart van Istanbul. „Ik ben altijd tegen lidmaatschap geweest”, zegt een 24-jarige student. „Twee jaar geleden was ik somber want ik dacht dat Turkije lid zou worden, nu ben ik een stuk vrolijker.” „Nee, ik vertrouw Europa niet meer”, zegt een gepensioneerde man. „Ze meten met twee maten, een voor henzelf en een voor ons. Misschien dat Turkije ooit lid wordt, maar de Europeanen zullen hun uiterste best doen om dat tijdstip zo lang mogelijk uit te stellen.” „Als Frankrijk een wet aanneemt om ontkenning van de genocide op Armeniërs te bestraffen, zie ik dat als een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting”, zegt een vrouw. „Maar je hoort er daar niemand over. Maar als er in Turkije iets gebeurt wat je als inbreuk op de vrijheid van meningsuiting zou kunnen zien, is iedereen in Europa overstuur.” En zelfs de denktank TESEV, van oudsher een van de meest pro-Europese organisaties in Turkije, gaat in een rapport flink uithalen naar Brussel, zo meldde de krant Milliyet gisteren.

Ondanks de crisis gaat het werk in het Europese Informatiecentrum gewoon door. Zo ontving het centrum, vertelt medewerkster Zeynep Akgül, tussen oktober 2005 en september 2006 4.591 bezoekers. Enthousiast vertelt Akgül over het programma dat het centrum heeft laten ontwikkelen voor jonge scholieren. Het heeft de vorm van een sprookje dat de kinderen zelf mogen completeren. „Soms komen ze dan aan met iets wat Turkije aan Europa kan geven, zoals manti (een traditioneel Turks gerecht) of de goede band met je buren.”

Bij de kinderen loopt het sprookje mede daarom waarschijnlijk goed af. Voor veel volwassen Turken is de Europese Unie echter een boze wolf geworden die vandaag, in Brussel, voor de zoveelste keer zijn lelijke tanden zal laten zien.